Dirigenten

 Hermann Scherchen: veelzijdig en opmerkelijk

 

© Evert Rulf, januari 2007

 

 
   

Op de cd-markt wordt voornamelijk aandacht geschonken aan nieuwe opnamen, economisch gezien heel begrijpelijk. Toch is het jammer dat er zo weinig wordt gewezen op de uitvoerige discotheek met historische opnamen, voor een groot gedeelte live-opnamen. Alleen het radioprogramma CD Masters op BBC 3 laat regelmatig historische opnamen horen.

Je kunt het zo gek niet bedenken, maar Thibaud, Elman, Neveu, Cortot, Sofronitzky, Abendroth, Koussevitsky, Mitropoulos, Kegel, Kipnis, en ga zo maar door, allemaal staan ze op cd. Dan blijkt bij beluisteren vaak dat vele uitvoeringen nauwelijks door de zo geprezen hedendaagse musici geëvenaard worden. Bijvoorbeeld Skrjabin door Sofronitzky, Erlkönig door Kipnis, de eerste symfonie van Brahms onder von Matacic, Roméo etJuliette van Berlioz onder Mitropoulos, het vioolconcert van Sibelius door Neveu, allemaal verrassende uitvoeringen. Niet meer te verdragen portamenti, zoals door de violist Thibaud, zijn een hoge uitzondering. Je moet natuurlijk niet luisteren met balans- en dynamiekgevoelige oren zoals de critici dat doen, maar meestal is de digitale bewerking goed en is het geluid zeer acceptabel.

Hier wil ik aandacht schenken aan Hermann Scherchen, een man die zich op vele terreinen in de muziekwereld verdienstelijk heeft gemaakt, en van wie recentelijk verschillende historische opnamen op cd zijn uitgebracht.

Geboren in Berlijn in 1891, van zeer eenvoudige komaf, was zijn enige muzikale opleiding vioolles tijdens zijn kinderjaren. Voor de rest was hij autodidact, ook van zijn voornaamste bezigheid, het dirigeren. Vanaf het begin van zijn carrière had hij belangstelling voor de nieuwe muziek en kwam zo in contact met Arnold Schönberg met wie hij samenwerkte voor de première van Pierrot Lunaire in 1911. Tijdens een dirigentschap in Riga in Letland brak de Eerste Wereldoorlog uit en moest hij als staatsvijand in de Oeral een krijgsgevangenschap uitzitten. Daar heeft hij de Oktoberrevolutie meegemaakt en mocht toen weer terugkeren naar Duitsland. Inmiddels was hij een overtuigde communist geworden en is dat zijn hele leven gebleven; hij vertaalde enkele arbeidersstrijdliederen in het Duits en leidde enkele arbeiderskoren.

In Duitsland kreeg hij in verschillende steden engagementen als dirigent en was daarbij muzikaal leider bij enkele radiozenders. Weer zette hij zich in voor de nieuwe muziek. Daartoe richtte hij een strijkkwartet en het tijdschrift Melos op en was in 1923 medeoprichter van de Internationale Gesellschaft für Neue Musik. Hij begeleidde Karl Amadeus Hartmann en dirigeerde vele premières, waaronder de Erste Kammersinfonie van Schönberg, fragmenten uit Wozzeck, en Der Wein van Alban Berg. In 1929 verscheen van zijn hand het standaardwerk Lehrbuch des Dirigierens.

De communist Scherchen verliet in 1933 Duitsland om zich in Winterthur in Zwitserland te vestigen waar hij al aan het plaatselijk orkest verbonden was. Zijn actieve leven zette hij voort met het stichten van orkesten in Brussel en Wenen die gezien zijn politieke overtuiging vooral de vreugde van de musiceerarbeid moesten uitstralen met namen als Ars Viva en Musica Viva. Zijn belangstelling voor de nieuwe muziek toonde hij weer met het dirigeren van premières van werken van Alois Haba, Karl Amadeus Hartmann, Albert Roussel en Anton Webern.

Wenen, vlak na de Tweede Wereldoorlog, werd het roemrijke toneel voor de onstuitbare activiteiten van Scherchen. Stel het Wenen van The Third Man voor, een verscheurde en deels ook verwoeste stad, met de muziekpaleizen zoals Staatsoper, Musikverein en Konzerthaus in het ongerede, een stad vol muzikanten zonder werk, die leefden van allerlei schnabbels. Zo vormden leden van de Wiener Phiharmoniker het Barylli Kwartet en van de Wiener Symphoniker het Wiener Konzerthaus Kwartet. En dan liepen er nog veelbelovende jonge musici rond als Paul Badura-Skoda en Jörg Demus. Hier werd handig op ingesprongen door de New Yorkse zakenman James Grayson, de Tjechisch-Amerikaanse dirigent Henry Swoboda en Mischa Naida, de eigenaar van de in New York gevestigde platenzaak Westminster Record Shop. Dit drietal richtte het platenlabel Westminster op dat een glorieuze episode zou gaan inluiden. Het label zou in Wenen voor een explosie van ambitieuze opnameprojecten gaan zorgen, opnamen die nooit eerder op de plaat waren gezet. De Beethoven Kwartetten door het Barylli Kwartet, en de Schubert Kwartetten door het Wiener Konzerthaus Kwartet. De genoemde pianisten kregen dankzij de platen grote bekendheid in Amerika.

Sleutelfiguren waren daarbij Dr. Karl Wolleitner, de geluidstechnicus, de architect van de beroemde "Natural Balance" klank van Westminster en dan was er de componist Dr. Kurt List, de man die de opnamen in de controlekamer regisseerde. De persing van de platen werd uitbesteed aan Columbia Cooperation die met de toen beroemde kwaliteit van haar platen verder bijdroeg aan de luister van het Westminster-label.

De kamermuziekprojecten zorgden voor niet te hoge opnamekosten maar werden uiteraard afgenomen door een kleine markt. Op Amerikaanse wijze besloot men dat men de markt moest vergroten om meer profijt te krijgen, hetgeen inhield dat men toch moest overgaan op orkestopnamen. Nu was de Wiener Philharmoniker contractueel gebonden aan Decca en daarom ging men samenwerken met de Wiener Symphoniker. Aanvankelijk was Swoboda de dirigent maar deze moest al spoedig vertrekken en werd Westminster gewezen op de nog vrij onbekende in Zwitserland verblijvende dirigent Scherchen die zich direct voor honderd procent inzette voor de plannen van Westminster. Die ambitieuze plannen konden door andere verplichtingen van het orkest maar moeizaam verwezenlijkt worden en daarom richtte Scherchen maar direct een nieuw orkest op, het spoedig beroemd te worden Vienna State Opera Orchestra, zoals dat op het Amerikaanse label werd vermeld.

In snel tempo volgde de ene na de andere primeur elkaar op, alle grotere symfonieën van Haydn, de Mis in b, cantates en Scherchens beroemde orkestbewerking van de Kunst der Fuge van Bach, concerten met solisten als Badura-Skoda, Edith Farnadi, Jean Fournier, Antonio Janigro en Reine Gianoli. Dan waren er symfonieën van Beethoven, waaronder een zeer vermaarde uitvoering van de Eroica met het snelste eerste deel ooit op plaat vastgelegd maar wel volgens de metronoomopgave van Beethoven, en de eerste vastlegging op plaat van enkele nog onbekende symfonieën van Mahler.

Niet dat al deze uitvoeringen van prima kwaliteit waren. Scherchen conformeerde zich gewillig aan de tijdsduur van een langspeelplaat en wist zo met een rommelig in sneltreinvaart spelend orkest en met vele couperingen een verminkte vijfde van Mahler op de plaat te krijgen. Daarentegen geldt zijn uitvoering van de tweede van Mahler als een hoogtepunt, deze is echter nooit op cd is uitgebracht en is alleen met veel geluk bij een platenantiquariaat te vinden.

Omdat Westminster haar activiteiten had uitgebreid naar Londen kon men via de daar gelegde connecties de medewerking verkrijgen van de grootste solisten uit die tijd zoals de Canadese tenor Léopold Simoneau en de Toscanini mezzo Nan Merriman. Met deze solisten nam Scherchen Bachs Matthäus-Passion op en de eerste opname op plaat van de Messiah van Handel, met welke laatste uitvoering Scherchen een grote bekendheid kreeg. Verder maakte hij naam met uitvoeringen van Mozart en de romantici en was hij misschien de eerste dirigent die dirigeerde zonder baton.

Naast het dirigeren was hij nog muzikaal leider van Radio Beromünster, was hij als leraar verbonden aan de Darmstädter Ferienkurse für Neue Musik, stichte hij in Zürich de uitgeverij Ars Viva voor vergeten en onbekende klassieke en moderne muziek, verzorgde hij cursussen bij de Biennale Venezia, en stichtte hij met ondersteuning van de UNESCO in zijn woonplaats Gravesano een studio op om de toepassing van elektra-akoestiek in de muziek te onderzoeken; daarbij was hij nog chefdirigent van de Nordwestdeutsche Philharmonie in Herford.

Dat verhinderde allemaal niet dat Scherchen doorging met het propageren van moderne muziek en de premières verzorgde van de Sinfonie für 13 Bläser van Richard Strauss, werken van Luigi Dapiccola, Paul Dessau, de Kontrapunkte I van Karlheinz Stockhausen, Déserts van Edgard Varèse en werken van Hans Werner Henze, Boris Blacher, Iannis Xenakis en Claude Baliff.

De vele projecten gingen uiteindelijk toch te veel vergen van Westminster en de firma ging in het stereotijdperk over in andere handen. Scherchen bleef als laatste van alle oorspronkelijke medewerkers aan Westminster verbonden. Om het stereo-effect te demonstreren maakte hij onder andere nog een spectaculaire opname van Beethovens Wellingtons Sieg. Ondanks pogingen om een nieuwe markt te veroveren met het budgetlabel Whitehall ging het label in het begin van de zeventiger jaren uiteindelijk toch ten onder.

Het privé-leven van Scherchen bleef na de avonturen in Rusland niet minder opvallend. Hij trouwde met de Chinese componiste Hsia Shu-sien met wie hij in 1937 een dochter Tona kreeg. In 1949 keerden moeder en dochter terug naar China, in 1972 keerde Tona in 1972 terug naar Frankrijk waar ze naam maakte als componiste. Daarnaast had hij nog meerdere kinderen, uit de biografieën wordt niet geheel duidelijk van wie. Een opmerkelijke rol was toebedeeld aan zijn zoon Wolfgang, ofwel Wulff zoals hij liefdevol door Benjamin Britten werd genoemd met wie Wulff vanaf zijn dertiende jaar een zes jaar durende verhouding had. In het verleden jaar verschenen boek Britten's Children van John Bridcut wordt de correspondentie tussen de twee beschreven. Zoals bekend was Brittens seksuele belangstelling voor jonge jongens de inspiratiebron voor vele van zijn opera's, onder andere beschreven is in het boek Music and Sexuality in Britten: Selected Essays van Philip Brett. Wulff Scherchen was Brittens inspiratie voor de verklanking van het erotische gedicht Antique van Rimbaud in de liederencyclus Les Illuminations.

Zijn dochter Myriam Scherchen heeft zich na de dood van Hermann ingezet voor de heruitgaven van historische opnamen van beroemde dirigenten, waaronder uiteraard ook die van Hermann, op het door haar opgerichte cd-label Tahra. Men kan een gesprek tussen haar en Gert van Drimmelen met vele wederwaardigheden over haar vader (vooralsnog) beluisteren op http://www.ncrv.nl/ncrv/radio?nav=fcixGsHjHAQTDEqDxDA (of gewoon op zoekterm myriam scherchen).

Hermann Scherchen overleed op 12 juni 1966 te Florence. Ik kan me niet herinneren dat daar verleden jaar veel aandacht aan werd besteed. De verschenen heruitgaven kunnen misschien enig recht doen aan deze vrijwel vergeten maar opmerkelijke dirigent.

CD-uitgaven (een keuze uit een groot aanbod):

-         Great Conductors of the 20th Century: Hermann Scherchen: werken van Beethoven (Coriolan, Symfonie no. 8), Stravinsky (suite Vuurvogel), Schoenberg (Suite oude stijl), Orff (Entrata naar Byrd), von Reznicek (Donna Diana), Haydn (Symfonie in G "Militaire") en Brahms (Symfonie no. 1). Verschillende orkesten; mono en stereo opnamen.

 EMI Classics IMG Artists 7243 5 75956 2 9; 2 CD's.

-         Handel: Messiah; Pierrette Alarie, Nan Merriman, Léopold Simoneau, Richard Standen, Wiener Akademie Kammerchor, Vienna State Opera Orchestra, Hermann Scherchen.

DG 4712322; 3 CD's.

-         Hermann Scherchen Conducts Music of the 20th Century, Volume 1, 2 en 3; Werken van Schoenberg, Piccola, Webern, Maderna, Fortner, Hartmann, Nono, Chavez, Martin, Lieberman, Xenakis en Berg.

Disco Archivia 097, 098 en 099.

-         Hermann Scherchen - 1950s Haydn Symphonies.

DGG B000185402.

-         J.S. Bach: Matthäus-Passion BWV 244; Hugues Cuénod, Heinz Rehfuss, Magda László, Hilde Rössel-Majdan, Petre Munteanu, Richard Standen; met in de karakterpartijen oa Eberhard Wächter en Kurt Equiluz; Wiener Akademie Kammerchor, Vienna State Opera Orchestra, Hermann Scherchen.

MCA Millennium Classics UMD3-80470; 3 CD's.

-         J.S. Bach: Mis in b BWV 232; Pierrette Alarie, Nan Merriman, Leopold Simoneau, Gustav Neidlinger; Wiener Akademie Kammerchor, Vienna State Opera Orchestra, Hermann Scherchen.

Verkrijgbaar oa bij MCA Millennium Classics en Deutsche Grammophon; 2 CD's.

-         J.S. Bach: Die Kunst der Fuge BWV 1080, orkestratie door H. Scherchen; CBC Toronto Chamber Orchestra, Kenneth Gilbert: klavecimbel.

Tahra ???; 2 CD's.

-         Schoenberg: Moses und Aron; oa Josef Greindl; koor & orkest Deutsche Oper, Scherchen; Live performance in Rome, 1966.

Opera d' Oro OPD-1321; 2 CD's

Genoemde Literatuur:

-         "Britten's Children" door John Bridcut; ISBN 057 122 8399.

-         "Music and Sexuality in Britten: Selected Essays" door Philip Bret; ISBN 978-0-520-24610-2.

Beide boeken onder andere verkrijgbaar bij www.amazon.com.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links