Dirigenten

Sir Neville Marriner (1924 ~ 2016)

 

© Aart van der Wal, oktober 2016

 

Op 2 oktober overleed de vermaarde Britse dirigent Neville Marriner, 92 jaar oud. Hij slaagde erin met het door hem opgerichte ensemble Academy of St. Martin in the Fields in relatief korte tijd een miljoenenpubliek aan zich te binden. Daarmee is hij een van de zeldzame uitschieters in de klassieke-muziekbranche.

Al vrij snel na de oprichting in 1959 ontwikkelde het kamerorkest zich tot een geduchte wereldspeler. De Academy werd niet alleen door de platenkopers maar ook in de concertzaal met veel enthousiasme begroet. In die tijd konden opnames nog enorme oplagen bereiken, niet alleen door de kwaliteiten van orkest en dirigent, maar ook door slimme marketing. Natuurlijk, het orkest excelleerde in een domein dat met de nogal platvloerse term ' music for the millions ' wordt aangeduid, maar Marriner en zijn ensemble hebben menigeen op het pad van de klassieke muziek gezet. Hij maakte ook uitstapjes naar repertoire dat toen nog minder gangbaar was, zoals Stravinsky's Pulcinella-suite en Bartóks Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta (met de twee keurig marcherende orkesten in stereo uit de linker en de rechter luidspreker!)

Met Alfred Brendel (l.) tijdens de opname van Mozarts pianoconcerten in Londen

Een maatje kleiner
De Academy beleefde glorieuze tijden met onder meer Mozart's Divertimenti en 'early symphonies', maar ook met de voor strijkorkest bewerkte sonates van Rossini en de Concerti grossi van Händel. Op het Britse label Argo verschenen in vrij hoog tempo karrenvrachten met repertoire dat gretig aftrek vond. Onder de vele 'highlights' waren de (bijna) complete pianoconcerten van Mozart met Alfred Brendel als solist. Die speelde niet zoals gebruikelijk op een heuse concertvleugel, maar een maatje kleiner - om daarmee keurig in de pas van het kamerorkest te lopen. We kijken er nu misschien wat anders tegenaan, maar toen was het voor zowel solist, orkest als dirigent een mijlpaal.

Ook vandaag nog heeft menigeen zijn hart eraan verpand. Hoe vaak heb ik die Argo-lp's niet uit de kast gehaald om daarmee als recensent voor het muziekblad Luister audio-apparatuur te testen! En hoe vaak heb ik niet genoten van die zijdeachtige strijkersklank die het handelsmerk van het orkest leek! Zoals in Dvoráks gloedvolle Serenade voor strijkers, die nog nooit zo bloemrijk had geklonken.

500 opnamen
Een speciale promotie-lp haalde in ons land een ongekende oplage. Het Nederlandse Phonogram was er heel blij mee: de Academy stond immers borg voor hoge verkoopcijfers. In haar roemrijke geschiedenis maakte de Academy maar liefst ruim vijfhonderd opnamen, eerst op lp en vanaf het begin van de jaren tachtig op cd. Dat is een prestatie die uniek mag worden genoemd en die waarschijnlijk nooit meer zal worden overtroffen.

Neville Marriner, zoon van een timmerman, was van huis uit professioneel violist. Hij kende ook de orkestklank van haver tot gort, want hij had nog gespeeld in het London Symphony Orchestra. Al in 1958 zette hij zijn eerste schreden op het pad van een eigen strijkorkest. Dat kreeg zijn thuisbasis in een Londense kerk: die van Saint Martin in the Fields. Net als later Jaap van Zweden was Marriner primair de violist die zijn specifieke kennis als strijker moeiteloos en met grote overtuiging op het orkest wist over te dragen. In het begin werd hij daarin bijgestaan door Pierre Monteux, die hem de fijne kneepjes van het dirigeren bijbracht.

Rijke bron
De technische kwaliteit van het ensemble moet toen al opzienbarend zijn geweest, want het platenlabel L'oiseau-Lyre en de BBC meldden zich al snel bij Marriner. Het repertoire gaf daarbij ongetwijfeld een extra steuntje in de rug, met in die dagen vooral veel Italiaanse barokmuziek. De toenemende populariteit trok ook meer musici aan, wat het auditieproces in zekere zin vergemakkelijkte: er kon daardoor immers uit een rijke bron worden geput.

Van een 'historiserende' uitvoeringspraktijk was geen enkele sprake. Er werd musicologisch niet echt diep gegraven, zoals dat vanaf de jaren zeventig elders wel het geval was met dirigenten als Gustav Leonhardt, Frans Brüggen, Nikolaus Harnoncourt, René Jacobs en Philippe Herreweghe. De Academy speelde op moderne instrumenten, in een 'no nonsense' stijl die zo ongeveer iedereen wel aansprak.

Sir Neville
Het succes van de Academy snelde ook Marriner vooruit, want in diezelfde jaren zeventig ging hij zich ook internationaal als dirigent oriënteren. Hij en zijn orkest waren - hoe oneerbiedig het misschien ook klinkt - een typisch Brits exportproduct, maar de waardering voor ensemble en dirigent werd breed gedragen. In 1985 werd Marriner door koningin Elizabeth in de adelstand verheven en mocht hij zich 'Sir' noemen.

De muzikale nalatenschap van orkest en dirigent is rijk en gevarieerd. Het succes ervan hangt ongetwijfeld samen met de expressieve warmte in het spel, naast een bijna perfect gevoel voor timing en - wat de studio-opnamen betreft - een meer dan uitstekende opnamekwaliteit. Het klonk allemaal voortreffelijk en ogenschijnlijk moeiteloos.In 2011 droeg Marriner het stokje van de Academy over aan Joshua Bell, net als hij violist.

Marriner is bijna in het harnas gestorven, want nog geen week voor zijn dood leidde hij het Nederlands Kamerorkest in Mozarts concert voor twee piano's KV 242, samen met de beide broers Jussen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links