Dirigenten

 Parfum en perfectie:

Herbert von Karajan te gast bij het Holland Festival 1966

 

© Henk de By, juni 1966

 

Henk de By (1916) studeerde piano aan het Amsterdams Conservatorium bij Cornelius Berkhout en George van Renesse. Van 1955 tot 1978 was hij muziekredacteur van Vrij Nederland; zijn beschouwingen werden gebundeld onder de titel 'In plaats van applaus'. Als televisieregisseur was hij van 1963 tot '81 werkzaam bij de VARA-televisie, in welke functie hij veel documentaires over kunst en inzonderheid muziek maakte. Op 74-jarige leeftijd overleden en de aankondiging daarvan was typerend voor hem: "Op 3 februari 1990 is het leven van Henk de By overgegaan in herinnering." Om die herinnering aan een bijzonder mens te eren en levend te houden vindt u hier een aantal van zijn artikelen. Wij danken zijn zoons voor de verleende toestemming.

(Foto van Henk de By door Vincent Menzel)

 

(Uit In plaats van Applaus, een bloemlezing uit eerder in Vrij Nederland verschenen artikelen) (P) 1967 Bert Bakker)


Het Holland Festival is, wat de concerten betreft, geopend met een aantal manifestaties van geparfumeerde muziek. Er is niets tégen parfum en ook de combinatie van parfum en muziek kan heel aangenaam zijn als het muziek van bijvoorbeeld Chopin betreft of zelfs, maar dan in combinatie met een uiterst minimale dosering, muziek van Debussy of Ravel. Maar Mozart en Bruckner worden door het geringste vleugje parfum niet alleen onhoorbaar en onzichtbaar, maar ook volstrekt onuitstaanbaar. De parfumeur in kwestie was Herbert von Karajan die met zijn Berlijns Philharmonisch Orkest op 15 juni in de Rotterdamse Doelen en op 16 juni in het Amsterdams Concertgebouw demonstraties gaf van weergaloos knap en geacheveerd orkestspel zonder -althans volgens mij -in staat te zijn een wezenlijke muzikale of psychische ervaring over te dragen. Dit is dan wel de mening van een eenzame. Want het zeer voltallige publiek in beide zalen raakte kennelijk z6 bedwelmd door de combinatie van parfum en perfectie dat het niet moe werd de ijdele orkestleider toe te juichen. Dat huldebetoon was er trouwens al voordat er nog een noot muziek gespeeld was. Vooral de lange trap in het Concertgebouw bood Von Karajan een ruime en volledig uitgebuite mogelijkheid tot voorpubliciteit. Hij daalde af op een manier die groten uit de showbusiness als Bécaud of Aznavour tot dilettanten maakte, alvorens zich te wijden aan de Achtste van Bruckner die, zoals ik in enkele kritieken las, de sereniteit van gotische kathedralen ademt. De entree leek me in dat verband nogal wuft. Als we de leveranciers van de gespeelde muziek even (kunnen) vergeten, kunnen de bovengenoemde concerten besproken worden als een merkwaardig kijkspel. In De Doelen bood het Divertimento in Bes, KV 287 van Mozart Von Karajan gelegenheid tot het opvoeren van een balletsolo in de trant van de Stervende Zwaan. Dirigeren in de trant van het ordinaire maatslaan is er voor hem niet meer bij. Met gesloten ogen poseert hij voor de eerst violen, de andere groepen van dit Berlijns balletorkest slechts heel summier en zijdelings van zijn aanwezigheid blijk gevend. Dan begint hij aan het modelleren van de melodie. Met precieuze gebaren suggereert hij de spelers, en niet te vergeten, zijn publiek een uiterste aan vergeestelijking. Hij doet meer niet dan wel, zo innerlijk staat hij te luisteren, zo smartelijk laat hij de muziek wegebben tot een broos gefluister. Mozart, de viriele, vitale en spirituele muzikant wordt via dit denatureringsproces getransformeerd in een modieuze en geparfumeerde dandy omdat de onbevangenheid van zijn springlevende muziek totaal opgeofferd wordt aan deze demonstratie van cultureel snobisme. We kunnen en mogen de leveranciers van de muziek namelijk niet buiten beschouwing laten. En dan wordt dit musiceren een uiterst kwalijke zaak.

Von Karajan, zoals we hem hier in dit Festival hebben leren kennen, personifieert voor mij de uiterste karikatuur van dé dirigent, het type waartegen een groot man als Strawinsky met alle felheid en ironie waarover hij beschikt te keer is gegaan omdat hij álles, componist, partituur, orkest gebruikt, misbruikt om zichzelf in het centrum te stellen. Wie tijdens déze manifestatie eens even terugdacht aan de wérkelijke grootheid van een Klemperer, aan de volstrekte dienstbaarheid van een Kleiber, aan de edele gepassioneerdheid van een Charles Munch of, in onze tijd, aan de zeker niet minder virtuoze maar veel wezenlijkere benadering door een Maazel, moet deze verafgoding door de duizenden wel onderkennen als een teken van bederf. Er is veel dat dit verschijnsel maskeert: Von Karajans geweldig instinct voor klank en perfectie, de grandioze kwaliteiten van zijn uiterst gedisciplineerd ensemble, en, noem maar op, de ongelofelijk indrukwekkende klankpracht van het koper, de subtiliteit van het hout, de 'smeltende' toon van het strijkerskorps, enfin al die kwaliteiten die de superlatieven bij bosjes in de recensies doet samenklonteren. Wat baten al die middelen als ze niet rechtstreeks en zonder omwegen in dienst staan van een Mozart, een Bruckner, een Berlioz. Er schijnt, in de publieke presentatie van deze veelgespeelde componisten, bij veel publieken een soort verzadigingspunt te zijn ingetreden waardoor de bereidheid tot nieuwe 'kicks', tot een nog uitgekiender raffinement een dirigent als Herbert von Karajan, als het ware een vrijbrief verlenen om de schone schijn boven het wezen te stellen.

Het concert in De Doelen geeft nog aanleiding even stil te staan bij de akoestische kwaliteiten van deze grandioze concertzaal. De bezwaren die tegen de akoestiek naar voren zijn gebracht heb ik, althans op mijn plaats - tamelijk dicht bij het orkest - niet ondervonden. Er was een perfecte balans tussen de verschillende groepen en een bijkans ideale samensmelting van de diverse timbres. Een groot bezwaar was de ondraaglijke hitte tijdens dit concert op deze bijzonder hete zomeravond. Later las ik in het Handelsblad dat de grote man bevolen had de airconditioning af te zetten omdat hij - ik hoop hem juist te citeren - respect had voor het eerlijke zweet van musici en publiek. Dat getuigt dan weer van een verfrissend naturel bij een dirigent die zoveel parfum in zijn muziek doet.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links