Componisten/werken

Kierkegaard en Mozarts Don Giovanni (1)

 

© Gerard van der Leeuw, juni 2023

 

Sinds het verschijnen van de nieuwe vertaling van Søren Kierkegaards Enten-Eller (Of-Of) heeft diens beschouwing over Mozarts Don Giovanni me diepgaand beziggehouden. Ik herinnerde me een artikeltje van de door mij bewonderde vertaler en filosoof Hans Driessen (1953-2017) wiens vertalingen van o.a. Schopenhauer, Nietzsche, Thomas Mann en Alfred Döblin nog altijd in mijn boekenkast te vinden zijn. Maar ik herinnerde me ook dat het me, toen ik het in mei 2002 voor het eerst las, trof als een beetje oppervlakkig. Na enig zoekwerk vond ik het terug in een map met bewaarde krantenartikelen. Ik citeer:

'Onsterfelijke Mozart! U aan wie ik alles verschuldigd ben, aan wie ik verschuldigd ben dat ik mijn verstand verloren heb, dat mijn ziel verbijsterd werd, dat ik tot in het diepst van mijn wezen ontzet raakte, (...) U aan wie ik te danken heb dat ik niet gestorven ben zonder bemind te hebben, al was mijn liefde dan ook ongelukkig. Geen wonder dus dat ik meer ijver (...) voor Uw onsterfelijkheid dan voor mijn eigen bestaan. Ja, als U werd weggenomen, als Uw naam werd uitgewist, dan zou de enige pijler worden weggeslagen die tot op heden heeft verhinderd dat alles voor mij instortte tot een grenzeloze chaos, een angstaanjagend niets.'

In Trouw van 11 mei 2002:

'Wie afgelopen maand het geluk had in het Amsterdamse Muziektheater een uitvoering van Don Giovanni te mogen bijwonen, zal niet gauw tot een dergelijke geëxalteerde ontboezeming zijn verleid. Hij zal vooral genoten hebben van muziek en zang, van spel en decors.
Hij zal de simpele plot van het libretto voor lief hebben genomen: erotomane losbol krijgt zijn 'verdiende' loon. Desondanks zal hij zich eerder vereenzelvigd hebben met Don Giovanni dan met de wat al te brave bijfiguren. Misschien zal hij zich verbaasd hebben over het feit dat Mozart en zijn librettist Lorenzo da Ponte het nodig vonden na Don Giovanni's afdaling in de hel nog een, overigens fenomenaal sextet in te lassen waarin de tegenspelers van de held nog eens omstandig uiteenzetten welke morele les ze uit het zojuist gebeurde hebben getrokken. En misschien zal hij zijn wenkbrauwen hebben gefronst bij de gedachte dat Mozart een even grote losbol schijnt te zijn geweest als zijn held Don Giovanni, en dat hij zichzelf hier als het ware een spiegel voorhoudt. Kortom hij zal voldaan en geamuseerd naar huis zijn gegaan. Maar een existentiële ervaring?'

De mortuis nil nisi bene en mijn bewondering voor Driessen blijft onaangetast, maar hier slaat hij de plank toch wel behoorlijk mis. Dat begint al met zijn weergave van de ‘simpele plot van het libretto’. Is Don Giovanni slechts een ‘erotomane losbol’? Heeft Driessen dan werkelijk niets gemerkt van zijn Faust-achtige opstandigheid, zijn verachting voor sociale conventies? Conventies die in Mozarts tijd, kort voor de Franse revolutie, zeker in het Praag waar Don Giovanni in première ging al flink ter discussie stonden. Wat te denken van Don Giovanni’s luidkeels en in marstempo beleden enorm benadrukte ‘Viva, viva la libertà!’? Geen wonder dat Don Giovanni heel wat meer succes had in Praag, een stad met veel meer middenstand dan in de met veel hoge adel bevolkte hofstad Wenen.

Mozart en zijn librettist Da Ponte hadden wel het geluk dat inmiddels Jozef II, de verlichte keizer aan de macht was. In de woorden van Thomas von der Dunk:

'… sobald die alte Kaiserin das Zeitliche gesegnet hatte, ergriff Joseph seine Chance. Er hatte sich zu lange immer letztendlich den Vorstellungen seiner Mutter beugen müssen, um seine Eile jetzt bezwingen zu können. Von einem grenzenlosen Tatendrang und Erneuerungswillen beseelt, fing er zu regieren an. Alles sollte einfach anders werden als bisher. Und dieses alles war schon sehr viel, sodass am Ende seiner zehnjärigen Alleinherrschaft, als Joseph mit völlig verbrauchtem Körper am 20. Februar 1790 mit nicht einmal neunundvierzig Jahren starb, viele feststellen mussten, dass der Kaiser sich eben zuviel vorgenommen hatte.'(1)

En dit schrijft dirigent Raphaël Pichon in het cd-boekje bij zijn cd
Libertà! Mozart et l’opera over Mozart:

'He had finally broken free from the authority of his father and the Prince Archbishop of Salzburg, Colloredo, and gradually identified himself with the spirit of the age, the Enlightenment: he gained entry to the various philosophical and artistic circles of Vienna, joined the Masonic Lodge ‘Zur Wohltätigkeit’ in 1784 and sought to embrace the great causes of his time such as the improvement of the condition of the weakest citizens, the denunciation of privileges, the readjustment of relations between men and women, the need for enlightened government, and so on. From Die Entführung aus dem Serail onwards, Mozart succeeded in inventing new forms capable of making Enlightenment ideals perceptible on stage while pursuing his search for a librettist who could enable these new ideas to flower.'(2)

En je hoeft de memoires van Da Ponte maar te lezen(3) om te beseffen
dat hij voor Mozart de ideale librettist was. Als geen ander geeft hij Mozart steeds voorzetjes, die Mozart feilloos weet in te koppen. En als geen ander weet Mozart zijn personages tot mensen van vlees en bloed te maken met al hun gebreken, hartstochten, verlangens en (on)hebbelijkheden.

Dit schreef Schiller op 29 december 1797 aan Goethe:

'Ich hatte immer ein gewisses Vertrauen zur Oper, daß aus ihr wie aus den Chören des alten Bacchusfestes das Trauerspiel in einer edlern Gestalt sich loswickeln sollte. In der Oper erläßt man wirklich jene servile Naturnachahmung, und obgleich nur unter dem Namen von Indulgenz, könnte sich auf diesem Wege das Ideale auf das Theater stehlen. Die Oper stimmt durch die Macht der Musik und durch eine freiere harmonische Reizung der Sinnlichkeit das Gemüth zu einer schönern Empfängnis; hier ist wirklich auch im Pathos selbst ein freieres Spiel, weil die Musik es begleitet, und das Wunderbare, welches hier einmal geduldet wird, müßte nothwendig gegen den Stoff gleichgültiger machen.'

Een dag later volgde het antwoord van Goethe:

'Ihre Hoffnung die Sie von der Oper hatten würden Sie neulich in Don Juan auf einen hohen Grad erfüllt gesehen haben; dafür steht aber auch dieses Stück ganz isolirt und durch Mozarts Tod ist alle Aussicht auf etwas ähnliches vereitelt.'

En hoe zit het met Driessens ‘al te brave bijfiguren’? Masetto braaf? Hij kookt van woede over de bijna ontrouw van ‘zijn’ Zerlina en is ten diepste gefrustreerd over het feit dat hij als boer niet opgewassen blijkt tegen een edelman. Alles behalve braaf organiseert hij zelfs een knokploeg om zo Don Giovanni hardhandig een lesje te gaan leren. Onder het bewind van Maria Theresia zou een dergelijke scène zonder enige twijfel ten offer zijn gevallen aan de censuur. Om maar te zwijgen over de drie vrouwen: Donna Anna, Donna Elvira en Zerlina.

Meesterlijk en getuigend van groot psychologisch inzicht weet Mozart de verschillen tussen de koele, op wraak beluste, berekenende Donna Anna, de op het randje van overspannen Elvira en de naïeve, maar kokette Zerlina muzikaal gestalte te geven. Donna Anna, door Da Ponte en Mozart gemaakt tot dè tegenspeelster van Don Giovanni is allerminst braaf. Alweer: getuigend van diep inzicht in de menselijke natuur is haar verzoek - in het door Driessen gewraakte slotsextet, het in de opera in die tijd welhaast obligate ‘lieto fiene’ - aan de arme Don Ottavio om het huwelijk nog een jaar uit te stellen ….. Ook hier peilt Kierkegaard naar mijn idee heel wat dieper dan Driessen. Maar daarover een volgende keer.

Klik hier voor de volgende aflevering.

________________
(1) Thomas von der Dunk: Inkognito aber stadtbekannt Joseph II. auf Reisen in Holland, in: Ger-manie, De Achttiende eeuw (40), p. 87vv.
(2) Raphaël Pichon in het cd-boekje bij zijn Libertà! Mozart et l’opera. Harmonia Mundi HM 90263839 (2019).
(3) Lorenzo Da Ponte, Herinneringen, Meulenhoff, Amsterdam, 1998.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links