Componisten/werken

Kent u Christoph Graupner? (2)

 

© Gerard van der Leeuw, juli 2020

 

Wat weinigen zich zullen realiseren: het toch waarlijk niet geringe oeuvre van Christoph Graupner behoort tot de best bewaarde muzikale schatten uit de Barok. Van geen ander componist uit die tijd bleef het oeuvre zo compleet en dan ook nog eens vrijwel geheel op één plaats bewaard. En dat terwijl de componist bepaald had dat het na zijn dood in zijn geheel vernietigd moest worden! Er is veel dat erop wijst dat de hertogen van Darmstadt het werk van Graupner al tijdens zijn leven als hun exclusieve eigendom beschouwden. Dat zou verklaren waarom er buiten Darmstadt vrijwel nergens afschriften van Graupners werk - noch vocaal, noch instrumentaal te vinden zijn. Na Graupners dood is er een eindeloze juridische strijd losgebarsten over het eigendom van de handschriften. En toen die na 60 jaar uiteindelijk in het voordeel van de erfgenamen was beslecht, had niemand meer belangstelling voor deze muziek. Uiteindelijk wisten de erfgenamen het hele archief toch aan de landgraven te verkopen.

En zo lag de muziek van Graupner in hun paleis zonder dat iemand er naar keek te verstoffen tot ze in 1943 gelukkig werd ‘ausgelagert’ naar een veiliger oord buiten Darmstadt. Welhaast een wonder want in de nacht van 11 op 12 september 1944 werd Darmstadt in de beruchte ‘Brandnacht’ in een bombardement vrijwel compleet verwoest. De RAF ’experimenteerde’ hier met een nieuwe techniek: brandbommen, die de nog voor een deel houten binnenstad van Darmstadt in mum van tijd in vuur en vlam zetten. Ook het hertogelijk paleis brandde geheel uit. Tegenwoordig is het complete werk van Graupner, inmiddels gedigitaliseerd te vinden in de Universitäts- und Landesbibliothek in Darmstadt. En wat een mooi handschrift had Graupner.

Christoph Graupner: begin van de cantate 'Heulet, denn des Herrn Tag ist nahe' GWV 1102/26 voor de tweede Advent (1726) op tekst van Johann Conrad Lichtenberg. Graupner stapelt de dissonanten op elkaar!

In de vorige aflevering (klik hier) zagen we dat Graupner gedurende zijn lange loopbaan in Darmstadt maar liefst 1481 cantates voor de hofkapel schreef. Daarvan zijn er 109 op teksten van Georg Christian Lehms en maar liefst 1208 op teksten van Johann Conrad Lichtenberg.

Om met de eerste te beginnen: Georg Christian Lehms (1684-1717) werd geboren in Liegnitz (het huidige Poolse Legnica), studeerde in Leipzig (waar hij Graupner al leerde kennen) en werd in 1710 hofdichter en -bibliothecaris i Darmstadt. Een uiterst veelzijdige man, die helaas jong overleed aan tuberculose. Hij is de schrijver van o.a. (de titel is te mooi om niet in zijn geheel te citeren): Teutschlands Galante Poetinnen. Mit Ihren sinnreichen und netten Proben; Nebst einem Anhang Ausländischer Dames / So sich gleichfalls durch Schöne Poesien Bey der curieusen Welt bekannt gemacht, und einer Vorrede. Daß das Weibliche Geschlecht so geschickt zum Studieren / als das Männliche / ausgefertiget Von Georg Christian Lehms (1715).

In de Vorrede vinden we o.a.:

Arnold Houbraken vertaalde in zijn De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen (1718–1721) dit distichon als volgt:

Gy ziet myn wezen op dit tafereel gemaalt.
Uw gunst voltooit het werk, indien'er Konst aan faalt.

Lehms schreef naast een aantal romans, operalibretti en poëzie ook de teksten voor een aantal cantate-jaargangen ‘Gott zu Ehren / und der Darmstättischen Schloß-Capelle/ zu seiner Früh- und Mittags-Erbauung angezündet’. Teksten waarin hij het voorbeeld volgt van de Hamburgse theoloog Erdmann Neumeister. Cantates dus, die in navolging van het Italiaanse model voornamelijk bestaan uit recitatieven en aria’s, aangevuld met koren en koralen. (1) Ook Bach heeft een aantal teksten van Lehms gebruikt. (2)

En wat zo aardig is: beide componisten hebben Lehms’ Mein Herze schwimmt im Blut op muziek gezet. (3) Graupner in 1712, Bach naar alle waarschijnlijkheid in 1714. Er zijn opvallende parallellen tussen beide composities. Heeft Bach de cantate van Graupner gekend? We zullen het nooit zeker weten, maar de overeenkomsten tussen beide zettingen zijn welhaast te opvallend. Vergelijk bijvoorbeeld eens Bachs zetting van de aria Stumme Seufzer, stille Klagen met die van Graupner. Na zijn dood werd Lehms korte tijd opgevolgd door Heinrich Walther Gerdes (1690 1742) van wie Graupner ook een aantal cantateteksten op muziek heeft gezet.

Dan Johann Conrad Lichtenberg. Theoloog, architect en, zoals we zullen zien: ‘de vader van’. Een interessante man. Geboren in 1689 in Darmstadt, studeert hij in Gießen, Jena, Leipzig en Halle. Hij werkt in Neunkirchen, Ober-Ramstadt en vanaf 1733 in Darmstadt, waar hij in 1749 Superintendent wordt. Hij trouwt de domineesdochter Henriette Katharina Eckhardt met wie hij 17 kinderen krijgt, waarvan er slechts 4 in leven blijven.

Vanaf 1717 schreef Lichtenberg 25 jaar lang alle teksten voor de cantates van zijn zwager - Graupner trouwde in 1711 met Henriette’s zuster Sophie Elisabeth Eckhardt - Christoph Graupner. In totaal zo’n 1500 teksten. Literaire meesterwerken zijn het niet, wel teksten waar een componist als Graupner uitstekend mee uit de voeten kon.

Maar Lichtenberg was meer. Hij was een een gedreven amateurastronoom, die niet aarzelde in zijn preken enthousiast over het heelal te spreken. Hij bezat een microscoop, had interesse in wisen natuurkunde. En, zoals we al in de vorige aflevering zagen: hij schnabbelde bij als architect. Hij is de architect van de kerken in o.a. Neunkirchen, Bischofsheim, Stammheim, Trebur (gaan zien!), Nauheim, het raadhuis in Ober-Ramstadt en het verloren gegane Weeshuis in Darmstadt.

 
 

Lichtenberg. Tekening, mogelijk van Georg Blumenbach, de zoon van Lichtenbergs collega en vriend Johann Friedrich Blumenbach

En hij is de vader van Georg Christoph Lichtenberg (1742-1799), de kleine, gebochelde fysicus/literator die mensen als Goethe, Schopenhauer, Hebbel, Stendhal, Nietzsche, Freud, Tolstoi, Wittgenstein, Thomas Mann, Robert Musil en Elias Canetti wist te boeien met zijn meesterlijke, briljant geformuleerde observaties in zijn Sudelbücher en zijn niet minder meesterlijke brieven. Zijn leven lang zal Georg Christoph zich herinneren hoe hij als twee jarige bij zijn vader op schoot in 1744 naar de Klinkenbergkomeet zat te kijken. Twee reizen naar Londen - de stad die hij in zijn brieven meesterlijk beschrijven zal - maken hem tot Anglofiel: bewonderaar van Newton, Hogarth, Shakespeare en de grote toneelspeler Garrick. Het valt natuurlijk een beetje buiten het kader van dit artikel over Graupner, maar ik kan iedereen aanraden zich in deze man te verdiepen. De beloning is groot.

Twee van zijn aforismen:

Nichts macht schneller alt, als der immer vorschwebende Gedanke, daß man älter wird.

Die Leute, die niemals Zeit haben, tun am wenigsten.

In de volgende aflevering aandacht voor de teksten van zijn vader.

Naar deel 1 / 3

___________________
(1) Zie ook: E. Noack, Georg Christian Lehms. Ein Textdichter Johann Sebastian Bachs. In: Bach-Jahrbuch 56, 1970, p. 7vv.
(2) Bach schreef de volgende cantates op teksten van Lehms: BWV 13: Meine Seufzer, meine Tränen; BWV 16: Herr Gott, dich loben wir; BWV 32: Liebster Jesu, mein Verlangen; BWV 35: Geist und Seele wird verwirret; BWV 54: Widerstehe doch der Sünde; BWV 57: Selig ist der Mann; BWV 110: Unser Mund sei voll Lachens; BWV 151: Süßer Trost, mein Jesus kömmt; BWV 170: Vergnügte Ruh, beliebte Seelenlust en BWV 199: Mein Herze schwimmt im Blut.
(3) Zie: Evan Cortens, Durch die Music gleichsam lebendig vorgestellet: Graupner, Bach, and ‘Mein Herz schwimmt im Blut, Bach, vol. 46, no. 1, 2015, pp. 74–110.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links