Componisten/werken

Belle van Zuylen

Een muzikaal verhaal (1)

 

© Antoinette Lohmann, april 2024

 

‘Meevoelend qua temperament, verdraagzaam en vrijgevig in aanleg, is Zélide alleen uit principe goedhartig. Wanneer ze zachtaardig en gemakkelijk is, wees haar dan dankbaar; het is een inspanning. Als ze gedurende langere tijd welgemanierd en beleefd blijft met mensen om wie is ze niets geeft, verdubbel Uw respect; het is een martelgang. Vanzelfsprekend is haar ijdelheid zonder grenzen. Kennis en minachting van de mensheid hebben haar dat al vroeg bijgebracht, echter, naar haar eigen zin gaat Zélide hierin te ver. Zij weet al dat de roem ten koste gaat van het geluk, maar zou er toch nog heel wat voor over hebben. Wanneer zal de heldere geest eindelijk de neigingen van het hart de baas zijn? Pas dan zal Zélide ophouden koket te zijn. Wat een jammerlijke tegenstelling! Zélide, die zonder reden geen hond zou slaan, het akeligste insect nog niet zou verpletteren, zou misschien op sommige momenten een man ongelukkig willen maken, en dat alleen maar om zich te amuseren, omwille van een soort trots, die haar geest niet zou bevredigen en haar ijdelheid slechts een moment zou strelen. Maar dat aanzien duurt maar kort, de schijn van succes brengt haar weer tot zichzelf; zodra ze haar intenties kent, minacht en verafschuwt zij deze en wil deze voor altijd opgeven. […]
Uiterst gevoelig en niet minder kwetsbaar, kan zij niet gelukkig zijn, noch door, noch zonder de liefde. Er bestaat geen heiliger tempel dan de vriendschap en niemand die haar meer waardig is dan Zélide. Beseffende dat zij te gevoelig is om gelukkig te kunnen zijn, is zij al bijna opgehouden aanspraak te maken op het geluk, zij klampt zich vast aan de deugd, zij ontvlucht wat haar op berouw zou kunnen komen te staan en zoekt de afleiding.'

Aldus Belle van Zuylen (1740-1805) in haar zelfportret van 1763-64, Portrait de M.lle Z… sous le nom de Zélide (toegewijde).

Belle van Zuylen

Een verlichte geest, Franstalig opgevoed, die al jong vertrouwd raakte met de werken van de grote schrijvers en grote denkers van haar tijd. Zoals Voltaire, Rousseau, Montesquieu, Racine, Locke, Ramsey, Diderot en Hume. Enkelen heeft ze in haar leven zelfs ontmoet. Opgegroeid aan de vooravond van de ontwikkelingen die leiden tot de Franse Revolutie, leken haar geestelijke spanningsvelden gelijk op te lopen met de tegenstrijdigheden die achteraf bezien de Verlichtingsidee lijken te vertegenwoordigen, namelijk die tussen gezag en vrijheid en die tussen rede en ge-voel, een conflict dat zeker ook verband houdt met de wijze waarop in die tijd de gevoeligheid van de vrouw in relatie tot haar zogenaamd zwakkere constitutie werd beschouwd. De tegenstrijdigheden zijn echter slechts ogenschijnlijk; men bedenke dat het conflict tussen gezag en vrijheid een conflict tussen rede en gevoel is en dat juist het gebruik van de rede tot een verscherpte, levendiger en dus versterkte ervaring [het onvertaalbare ‘Empfindung'] leidt.

Een ‘philosophe’ in de achttiende-eeuwse zin des woords, namelijk iemand die haar ideeën baseerde op een oneindig aantal observaties en die geestelijke vrijheid vond in het intellectueel registreren van haar gewaarwordingen, zij het dat dit een vrijheid was die vooral kon huizen in een eigen innerlijke wereld.

Een onafhankelijke geest, die het feit dat zij in vooraanstaande kringen opgroeide juist als een verantwoordelijkheid zag, omdat niet een naam of titel, maar de mens zelf belangrijker was dan de stand waar deze toebehoorde, die schreef dat er ‘niets algemeens bestaat voor individuen en men, als men de waarheid wil kennen, ieder geval afzonderlijk moet bekijken.’

Een authentieke geest die, getuige een brief ‘is en laat zijn… Die ideeën heeft die háár toebehoren; zij denkt’, bij wie de gedachte een leer of systeem aan te hangen niet eens opkwam: ‘ik houd meer van de bandieten in de wereld dan van hen die zich bij een regiment hebben laten inlijven.’

Een maatschappij-critica, die al in 1762 anoniem Le noble publiceerde, een satire over de verstarde opvattingen van de adel, waarvan de Franstalige versie als motto een regel van Belles geliefde dichter La Fontaine meekreeg: On ne suit pas toujours ses aïeux ni son père' [Men volgt noch altijd zijn voorgeslacht noch zijn vader] en daarnaast talloze pamfletten en kritieken aan het adres van vele invloedrijke filosofen en bestuurders schreef, zoals bijvoorbeeld de Observations et conjecture politique (1788), een verzameling fictieve brieven, essays en moralistische fabels, gewijd aan de politieke ontwikkelingen voorafgaand aan de Franse Revolutie.

Teleurgesteld in haar verwachtingen omdat de Revolutie, die in haar ogen toch uit mooie filosofische gedachten was voortgekomen, in zo veel geweld was ontaard: Zoals uit naam der vrijheid men ons nu terroriseert, zo verbrandde de moederkerk ons eertijds en hing ons op' en deze toch eerder een sociale hervorming dan een sociale omwenteling tot gevolg had gehad, en dat terwijl velen tegen hun innerlijke overtuiging in, slechts laf hadden toegekeken.

Een schrijfster, die het ‘uitstekend bevalt achter geen enkel vaandel aan te gaan en als een vrij mens in het land der letteren te lopen' en romans, novellen, essays, gedichten, fictieve brieven en libretto's naliet. Geen voldane ziel echter: ‘Er is nog iets wat mij kwelt en mij bescheiden maakt. Dat is dat er iets ontbreekt aan de perfectie van alles wat ik doe, een soort luiheid of besluite-loosheid verhindert dat iets helemaal goed is. Ik schrijf geen pagina zonder dat ik dat voel.'

 

index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links