Column

Vooruitstrevend: de NTR ZaterdagMatinee

 

© Aart van der Wal, juni 2018

 

De NTR ZaterdagMatinee in het Amsterdamse Concertgebouw is de meest progressieve concert- en (nog) in mindere mate operaserie die we in ons land kennen. De serie wordt voornamelijk gedragen door het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor, twee onmisbare pijlers in dit muzikaal amalgaam van vernieuwing en avontuur. De NTR ZaterdagMatinee staat ook bekend als podium voor de allernieuwste muziek zoals die voor het eerst in de Grote Zaal van dat prestigieuze Gebouw heeft geklonken en ongetwijfeld ook in de toekomst nog zal klinken.

Angst
Er is veel mis met het de muziekprogrammering in Nederland, die gebukt gaat onder een volslagen gebrek aan vernieuwing, door programmamakers die in een vermolmde structuur het maar blijven zoeken in het oude en vertrouwde. De angst voor teruglopende bezoekersaantallen lijkt hun voornaamste drijfveer te zijn. Publiek dat, zo denken zij, wordt afgeschrikt door muziek die het niet kent of waarvan al bij voorbaat wordt gedacht dat die niet meer om het lijf heeft dan afgrijselijk gepiep-geknor-geknars.

Belangrijke impuls
In het Parool van 20 februari 2017 was de volgende passage te lezen: ‘Het westerse componeren is al sinds de jaren zeventig zijn vitaliteit kwijt en na een opleving tussen 1970 en misschien nog net 1990 zijn de concert- en theatercultuur een steeds gezapiger eiland geworden waarin nostalgie en een toenemend conservatieve publieksvoorkeur hebben gewonnen van fantasie, durf, geloof in eigen kracht en vernieuwing. De ZaterdagMatinee is de enige serie in het Concertgebouw waarin de oude waarden nog enigszins leven'. Dat is niet helemaal waar, want het westerse componeren is zijn vitaliteit zeker niet kwijtgeraakt, getuige de talloze componisten in en buiten Nederland die voortdurend nieuwe stukken schrijven en presenteren. Terwijl die ‘oude waarden' eerder worden geassocieerd met traditie en conventie dan met vernieuwing. Wat ongelukkig geformuleerd dus, terwijl de toevoeging ‘enigszins' afbreuk doet aan de grote betekenis van de ZaterdagMatinee ten aanzien van de moderne en eigentijdse stukken, maar ook onbekende muziek uit het verre verleden.
Het gaat hier echter niet om de semantiek maar om de ware betekenis van nieuwe muziek: dat daarmee nieuwe muziekgeschiedenis kan worden geschreven. En dat die nieuwe muziek zich ook uitstekend kan nestelen tussen dat oude en vertrouwde, en daarmee ook tussen de canon van de westerse muziek. Wie met zorg en kennis van zaken een dergelijk concertprogramma optuigt, zorgt tevens voor een belangrijke impuls die zowel het nieuwe als het oude en vertrouwde diep in de kern raakt. Met als bijkomende bonus dat ook de allang vergeten of verwaarloosde muziek uit een heel ver verleden krijgt op deze wijze weer nieuwe kansen krijgt. Een misverstand: het is niet de tijd die deze afbraak heeft veroorzaakt, want wij zijn zelf de tijd.

Slim programmeren
Publiek dat niet meer komt opdagen, het moet een nachtmerrie zijn, maar de ZaterdagMatinee heeft nu juist bewezen dat zelfs een progressieve programmering een uitstekende zaalbezetting niet in de weg hoeft te staan. Dat nieuwe noten niet hoeven te leiden tot een afkalving van de publieke belangstelling. Mits het maar programmatisch slim wordt aangepakt. Programmeren is echter een heus vak en niet de een of andere bezigheid die er door deze of gene ‘even wordt bijgedaan'. Dat vakmanschap vinden we overvloedig bij de ZaterdagMatinee, en zelfs al vanaf het prille begin, met Hans Kerkhoff in 1961 als de eerste programmeur van de serie die toen nog ‘Matinee op de Vrije Zaterdag' heette, een initiatief van de VARA. Aan de basis ervan lag het idee om de ‘gewone werknemer' (die heette toen nog recht toe recht aan ‘arbeider') op zijn vrije zaterdag wat culturele bagage mee te geven. Wat toen begon als ‘een' serie groeide al snel uit tot een onmisbaar evenement, dankzij verbeeldingsvolle creativiteit, vrijheid en volharding. Maar ook durf en geld, nog twee onmisbare bestanddelen voor een progressieve programmering. Kerkhoff schraagde ‘zijn' ZaterdagMatinee met onbekend en nieuw repertoire, maar ook met concertante opera als voor de hand liggende publiekstrekker. Het pakte uit als een avontuurlijke, succesvolle mix die als ‘model' gold voor zijn opvolgers Kees Hillen, Jan Zekveld en nu Kees Vlaardingerbroek. Dat daarbij ook veel plaats is ingeruimd voor oude en splinternieuwe Nederlandse muziek is een vanzelfsprekendheid geworden die bij de meeste concertseries elders helaas nog steeds jammerlijk ontbreekt.
Het mooiste is misschien nog wel dat de grote publieke opkomst in het Amsterdamse Concertgebouw er het rechtstreekse bewijs van is dat de gesignaleerde angst voor een halflege kassa ten onrechte is. Ergo, dat die vrees zelf wordt opgeroepen door klungelige programmamakers, met de bekende vicieuze cirkel tot gevolg. Want wie het vermogen of de moed mist om fantasierijk te programmeren houdt een cultuur in stand die geen vakkennis, fantasie of moed op dit gebied nodig heeft. Met als onherroepelijk gevolg een cultuur die zichzelf op de termijn geheel en al overbodig maakt. Waarbij het gaat met zoveel gevaren: als die niet tijdig worden gezien, worden ze bewaarheid. En wat eenmaal is verdwenen keert niet meer terug.

Geen alternatief
‘U vraagt, wij draaien'. Maar ook: ‘u vraagt niet, wij draaien toch'. Het publiek draagt mede schuld aan deze naargeestige ontwikkeling. Het publiek dat volgens degenen die voor de programmering verantwoordelijk zijn geen verandering wil, maar dat geen alternatief krijgt aangeboden. Met Mozarts KV 488 vóór en Bruckners Vierde na de pauze is menige dirigent groot geworden en gebleven, maar zelfs een kind kan zoiets programmeren. Wil het publiek inderdaad niets anders dan dit of iets vergelijkbaars? Wie niet op voorhand durft staat de weg open naar een goed geformuleerde bezoekersenquête uitkomst bieden. Dan weet men tenminste zeker wat het publiek wel en niet wil.

Vrouwelijke componisten
De ZaterdagMatinee bewijst steeds opnieuw dat ook bij onbekende en nieuwe muziek het publiek niet massaal wegblijft. Dat zal in het komende seizoen (klik hier voor het volledige programma) niet anders zijn, als vrouwelijke componisten uit heden en verleden een belangrijke plaats in de programma's zullen innemen. Omdat men er geleidelijk aan achter is gekomen dat componeren geen exclusief mannenspeeltje is. Wat voor het dirigeren intussen ook geldt, met gelukkig meer en meer dames op de bok. Een zowel belangrijke ontwikkeling als een verademing te midden van al dat mannengeweld.

Radertjes
Grote solisten en dirigenten, ze spelen een rol van betekenis bij de samenstelling van de programma's. Als goed geoliede radertjes grijpen ze in zekere zin in elkaar. Daarover het de Nederlandse dirigent Jac van Steen een hartig woordje gesproken (klik hier voor het interview). Maar dat kan voor het uitvoeren van nieuwe of onbekende muziek ook gelden. Waarbij zo ongeveer wel vaststaat dat een ‘moeilijk' programma vanuit publicitair oogpunt meer kans van slagen heeft als een bekende solist en dirigent zich erachter hebben geschaard. Bovendien biedt dit het voordeel dat zo'n programma van een hoog uitvoeringsniveau verzekerd lijkt. ‘Moderne muziek die uitgevoerd wordt alsof zij klassiek is en klassieke muziek alsof zij modern is', ik zeg het Alban Berg graag na. Als dat niet de broodnodige synergie oplevert!

Een (onvoldoende) nieuwsgierig publiek moet nieuwsgierig worden gemaakt. Dat het ervan wordt overtuigd hoe boeiend een fascinerende ontdekkingstocht door een onbekend muzikaal landschap kan zijn. Dat is ook precies wat de ZaterdagMatinee onder de artistieke supervisie van Kees Vlaardingerbroek een concertseizoen lang realiseert. Waarbij 'onbekend' niet per definitie 'eigentijds' betekent. Zo was er vorig jaar Telemanns Der Tag des Gerichts een van de schaarse hoogtepunten bleek van het Telemann-jaar. Het kan dus en zo moet het ook.

Kanttekening bij opera
Anders dan zijn voorgangers heeft Kees Vlaardingerbroek echter nog niet laten zien dat hij ook de opera in een progressiever jasje kan of wil steken. Want wat we vooral niet zien en horen is bijzonder, oud repertoire of anders wel minder oud repertoire in bijzondere versies en/of met bijzondere bezettingen. Dat deden zijn voorgangers toch bepaald beter. Het kan ook een bewuste keus zijn geweest om op operagebied de aandacht vooral te richten op het traditionele repertoire. Het betreft immers door de bank genomen dure producties waarmee geen al te grote risico's kunnen worden genomen. Misschien weegt de minimaal vereiste zaalbezetting in dit geval zwaarder door dan in het concertrepertoire.

Stevige problematiek
Programmavrees staat gelijk aan muzikale smetvrees. Onbekend maakt onbemind. Wat de boer niet kent, dat eet hij niet. Het is naar believen uit te breiden, met als rode draad de paradox van het gebrek aan inventiviteit en de rinkelende kassa.
Natuurlijk heeft de muzieksector het moeilijk, daar hoeft ook niemand de ogen voor te sluiten, in een cultureel landschap waarin de subsidiekranen deels of zelfs geheel zijn dichtgedraaid en waar een grote publieke opkomst eerder wordt beloond dan wegblijvende bezoekers door programmatische vernieuwing. Waarmee de stevige problematiek nog niet eens voldoende is geschetst, want het kreupele muziekonderwijs en de vluchtigheid waarmee cultuur tegenwoordig wordt 'beleefd' kunnen er met evenveel recht nog aan worden toegevoegd. We leven in een (merendeels digitale) hoorn des overvloeds, wat tevens betekent dat de mens alles gelijk maar wil hebben en niet of nauwelijks nog moeite wil doen voor zoiets ingrijpends als het nieuwste werk van Mathilde Wantenaar of Willem Jeths. Laat staan dat dit werk dan ooit nog de kans krijgt om voor die onverschillige schare aangrijpend te worden.

Aanscherpen
Kennis maken met nieuwe muziek betekent ook de eigen evaluatie daarvan aanscherpen, kaf van koren scheiden. Tot de ontdekking komen dat Arvo Pärt niet de eigentijdse Johann Sebastian Bach is en dat er een hoorbare verwantschap bestaat tussen de muziek van Willem Jeths en Gustav Mahler. Dat de stukken van Helmut Lachenmann best ingewikkeld zijn, maar dat zij zich na meerdere keren beluisteren wel degelijk laten ontsluieren. Dat Hans Werner Henze wel degelijk ‘klassiek' componeerde, maar György Kurtág niet. En dat nieuwe muziek niet al bij voorbaat het predicaat ‘geniaal' verdient.

Marsroute
De toekomst van het symfonieorkest huist niet in de een of andere museale functie, maar in een vooruitstrevend programmabeleid dat gepaard moet daarbij passende publicitaire activiteiten. Niets komt immers vanzelf. Het begint in ieder geval bij durf en vervolgens bij goede programmeurs en marketeers, wil het niet eindigen met de zoveelste Dvorák in een doodlopende steeg. Stap voor stap richting het avontuur, dat zal toch de uiteindelijke marsroute moeten zijn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links