CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2020

Leó Weiner - Complete Orchestral Works Vol. 3

Weiner: Divertimento nr. 1 op. 20 – nr. 2 op. 24 – Románc op. 29 – Pastorale, fantaisie et fugue op. 23 – Hungarian Nursery Rhymes and Folk Songs

Ditta Rohmann (cello), Melinda Felletár (harp), Budapest Symphony Orchestra MÁV o.l.v. Valéria Csanyi
Naxos 8.574125 • 67' •
Opname: oktober 2018, Studio 22, Hongaarse Radio, Boedapest

   

Het label Naxos – wie anders – heeft het op zich genomen om de complete orkestwerken van Leó Weiner uit te brengen. Dit is de derde aflevering, na de balletversie van Csongor en Tünde opus 10, en het symfonische gedicht Toldi, opus 43 (hier besproken). Het dienstdoende orkest is het Budapest Symphony Orchestra MÁV, ooit opgericht door de Hongaarse Staatsspoorwegen. Het wordt gedirigeerd door Valéria Csányi, al ruim dertig jaar actief als huisdirigent bij de Hongaarse Opera en Ballet.

Weiner (1885-1960) was een leeftijdgenoot van Bartók en Kodály, maar is in zijn componeren ijzerenheinig in de negentiende eeuw blijven steken. Wat hij op latere leeftijd presenteerde onderscheidt zich op geen enkele wijze van hetgeen hij in zijn Serenade opus 3 uit 1906 liet horen. Zijn vroegste succes boekte hij met de toneelmuziek voor Csongor és Tünde, geschreven in 1913, het jaar van de Sacre. Weiner bouwde in formele zin voort op de erfenis van Mozart en Mendelssohn, soms gekoppeld aan de klankwereld van de Hongaarse Rapsodieën van Liszt. Aan de moderne inzichten van zijn tijdgenoten Bartók en Stravinsky had hij geen boodschap. Hij bleef zijn leven lang trouw aan de negentiende-eeuwse romantiek. De Hongaarse volksmuziek was voor hem een bron van melodisch materiaal, geen aanleiding tot eigen ideeën.

Wonderlijk om vast te stellen dat iemand die zichzelf op geen enkele manier als componist wist te ontwikkelen in uitgerekend de eerste helft van de twintigste eeuw, de leraar is geweest van niemand minder dan Ligeti en Kurtág.

Op deze uitgave blijft de orkestbezetting bijna geheel beperkt tot de strijkers. Het hoofdbestanddeel bestaat uit twee van de vijf Divertimenti die Weiner tussen 1934 en 1951 schreef. Ze zijn gebaseerd op volksmelodieën, maar in tegenstelling tot Bartók en Kodály heeft Weiner zich nooit beziggehouden met bronnenonderzoek – in plaats van bezoeken aan het platteland koos hij voor een wandeling naar de bibliotheek. Hetzelfde geldt voor de bundel Hongaarse Kinderrijmpjes en Volksliedjes, die hier zijn discografische première beleeft, en waar aan het strijkorkest een handvol blazers en een harp is toegevoegd. De eenvormigheid van al die dansjes wordt strategisch onderbroken door een substantieel werk voor strijkorkest, de Pastorale, fantasie en fuga opus 23, gecomponeerd in 1934. Een werk van ruim twintig minuten waarin Weiner zijn bedrevenheid in de grotere vorm bewijst. Dat hij er zelf niet ontevreden over was blijkt uit het feit dat hij er een versie voor strijkkwartet uit destilleerde, die hij publiceerde als zijn Derde Strijkkwartet, opus 26. De cd opent met een warmbloedige Romance voor cello, strijkers en harp (die wonderlijk genoeg afsluit met een onopgelost septiemakkoord).

Als docent telde Weiner de dirigenten Fritz Reiner en Georg Solti tot zijn leerlingen. Zij hebben zich dankbaar betoond door zijn werken met enige regelmaat onder de aandacht van het publiek te brengen. Reiner maakte een opname van het Eerste Divertimento, Solti legde de Serenade opus 3 vast op zijn laatst voltooide registratie. Neeme Järvi was uiteraard geen leerling, maar nam voor het label Chandos de vijf Divertimento op met het Nationale Orkest van Estland (hier besproken).

Aan de kwaliteit van het orkestspel vallen twee dingen op. Ten eerste is te horen dat de Divertimenti bepaald geen gemakkelijke speelstukjes zijn. Met name de hoge strijkers worden danig op de proef gesteld. Ten tweede lijkt dirigente Valéria Csányi zich uitgedaagd te hebben gevoeld door de Pastorale, fantasie en fuga – ze is er hoe dan ook in geslaagd om dit werk overtuigend over het voetlicht te brengen, zo overtuigend dat de aanschaf van dit derde deel van de Complete Orchestral Works er geheel door gerechtvaardigd is.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links