CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juni 2022

Suppé: Mozart (toneelmuziek) – Ouverture Die Afrikanerin

Julie Svecená (viool), Janácek Philharmonic Orchestra o.l.v. Dario Salvi
Naxos 8.574383 • 58' •
Opname: mei 2021, House of Culture, Ostrava (Tsjechië)

   

Franz von Suppé leefde van 1819 tot 1895, schreef op zijn dertiende een Missa dalmatica en werkte bij zijn overlijden aan de operette Das Modell . Suppé is onsterfelijk geworden door de markante ouvertures tot zijn operettes, waarvan vooral die tot Dichter und Bauer tot de populairste uit het lichte repertoire behoort. Van zijn operettes is Bocaccio uit 1879 het meest succesvol gebleken – ook in Nederland bij talloze operetteverenigingen. Franz von Suppé schreef ongeveer dertig operettes en meer dan 180 andere toneelwerken, waaronder opera's, toneelmuzieken, Possen oftewel farces, Liederspiele enz. In de negentiende eeuw ontstond een toenemende aandacht voor dode componisten, waarop Suppé inspeelde door twee Liederspiele over Joseph Haydn (1887) en Franz Schubert (1864), en de muziek bij een toneelstuk over Mozart (1854).

Op deze cd beleeft de muziek bij Mozart, een toneelstuk in vier bedrijven, zijn integrale discografische première. Het zijn gelukkig geen fragmentarische samenraapsels, en de gesproken tekst is weggelaten. Zo zijn er een achttal zelfstandige delen bijeengebracht, uiteraard gebaseerd op de muziek van Mozart, maar van een stevige operettejas voorzien door Suppé. Dat blijkt al direct uit de volle symfonische orkestbezetting, waarbij men zich direct mag afvragen hoe dat destijds in de praktijk werd uitgevoerd: zat daar werkelijk een orkest van zo'n zeventig musici in de bak?

Suppé heeft voor een partituur gezorgd waarin het een en al ‘feest der herkenning' is. Daarbij schroomt hij niet om – bijvoorbeeld – van een opera-aria (Entführung, Constanze) een vioolversie te maken. In de overgangen en de cadensen mag de componist Suppé zich persoonlijk uitleven. Als extra is er nog een wereldpremière van een origineel werk te beluisteren, de ouverture tot de operette Die Afrikanerin, de laatste operette die de meester (in 1883) voltooide.

Dario Salvi is van Italiaans-Schotse komaf (in het boekje staat hij in rok/kilt kostuum op de foto), die voor het label Naxos al menige cd uit de licht-klassieke hoek heeft mogen opnemen. Wijlen Jan Stulen karakteriseerde dat repertoire zeer treffend als ‘gehobener Unterhaltung' en was daar zelf een meester in. Salvi heeft hier een orkest tot zijn beschikking dat even ver van Praag als van Wenen opereert, en de typerende operettestijl nog in het bloed heeft. Mozartkenners zullen van de ene in de andere verbazing vallen bij het beluisteren van deze pastiche, maar iedere muziekliefhebber zal genieten van track 3, een Concertino voor viool en orkest met een glansrol voor violiste Julie Svecená. Dirigent Salvi – tevens musicoloog – zorgde voor een overtuigende uitvoering en een uitstekende toelichting.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links