CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, januari 2022

British Music for Strings III

Smyth: Suite for Strings op. 1A

Spain-Dunk: Suite for String Orchestra – Lament for String Orchestra

Warren: Heather Hill tor String Orchestra

Gipps: Gringlemire Garden, an Impression for String Orchestra

Südwestdeutsches Kammerorchester Pforzheim o.l.v. Douglas Bostock
CPO 555 457 • 64' •
Opname: nov. 2020, CongressCentrum Pforzheim (D)

   

Dit is de derde aflevering in de serie British Music for Strings van het label CPO, met het Südwestdeutsches Kammerorchester Pforzheim onder leiding van chef-dirigent Douglas Bostock. Op deel een klonken Hubert Parry (English Suite for Strings), Edward Elgar (een arrangement van de Orgelsonate) en Gordon Jacob (A Symphony for Strings). Op het tweede deel kwamen Granville Bantock en Christopher Wilson met suites voor strijkorkest aan bod. Het derde deel is in zijn geheel gewijd aan vrouwelijke componisten. Een logische keuze, hoewel je je af mag vragen waarom de vrouwen van de mannen gescheiden moesten worden. Juist bij de veel gehoorde klacht over de achterstelling van vrouwen ten opzichte van mannen wanneer het om verwaarloosde componisten gaat zou het aardig zijn om vast te stellen of iemand als Ethel Smyth nu echt zo veel slechter is behandeld dan bijvoorbeeld Christopher Wilson. Tegenover iedere veronachtzaamde vrouwelijke toondichter kan men per slot van rekening met gemak duizend vergeten mannen stellen. Het echte probleem van de afgelopen halve eeuw, het almaar versmallende en steeds frequenter gespeelde ijzeren repertoire, wordt zo verdoezeld.

Dat laat de waarde van dit initiatief van Douglas Bostock en zijn musici onverlet, zeker voor wie de drie afleveringen (ze zijn ook te vinden op YouTube) aan zich voorbij laat trekken. Het piepkleine maar o zo dappere kamerorkest van Pforzheim bestaat uit veertien strijkers en wordt sinds 2019 geleid door de Britse dirigent Douglas Bostock (1955). Bostock mag dan geen wereldreputatie hebben, hij heeft zich in de loop van zijn carrière onderscheiden door een tomeloze inzet voor veronachtzaamd (vooral Brits) repertoire. Ik koester al jaren een box met tien cd's die hij in de loop van de tijd opnam met de orkesten waar hij chefschappen bekleedde, met vergeten orkestwerken van onder veel meer Ruth Gipps (Symfonie nr. 2) en Arthur Butterworth (Symfonie nr. 1).

Deze cd opent met de versie voor strijkorkest die Bostock maakte van het Strijkkwintet opus 1 van Ethel Smyth, nu onder de naam Suite for Strings, opus 1A. Smyth was de dochter van een generaal, en gedroeg zich haar hele leven lang als een militante dame die voor de duvel niet bang was. Ze streed manmoedig voor vrouwenkiesrecht, componeerde een groot en veelzijdig oeuvre bij elkaar en schreef buitengewoon amusante en zeer lezenswaardige memoires – haar karakterisering van Johannes Brahms is onbetaalbaar. Juist in haar opus 1 blijkt Brahms een onontkoombare bron van inspiratie, zonder dat ze in epigonisme vervalt. Voor iemand van vijfentwintig die na de onverzettelijke tegenstand van haar vader net de eerste stappen in de (Duitse) muziekwereld heeft mogen zetten een ronduit formidabele prestatie. Dit is een volwassen vijfdelig werk van bijna een half uur dat laat horen dat we hier met een natuurtalent te maken hebben.

Susan Spain-Dunk (1880-1962) was bijna twintig jaar jonger dan Smyth, en had het al een stukje makkelijker. Sir Henry Wood en Dan Godfrey waren twee dirigenten die ruimhartig aandacht besteedden aan het werk van vrouwelijk componisten. Haar vierdelige Suite voor strijkorkest uit 1920 en een Lament for Strings uit 1934 laten een veel Britser geluid horen, waarbij de schaduw van Elgar onmiskenbaar waar te nemen valt. Haar weer twintig jaar jongere collega Constance Warren (1905-1984) componeerde alleen tijdens haar studiejaren en heeft slechts van zich doen spreken door het hier opgenomen Heather Hill, een vignet uit de periode 1929-32) waarin de stemmen van Ralph Vaughan Williams zowel als Frederick Delius doorklinken.

De cd sluit af met Gringlemire Garden van Ruth Gipps (1921-1999), een formidabel talentvolle dame, die net als Ethel Smyth geen blad voor de mond nam. Gipps was een echte vrouw van de praktijk, die op hoog niveau piano speelde, maar ook hoboïste was in het Bournemouth Symphony Orchestra. Ze kreeg van de chef-dirigent van dat orkest, Dan Godfrey, alle kansen om zich als componist te bewijzen. Haar grote talent komt vooral te voorschijn in haar vijf symfonieën, waarvan de tweede zeker een aanrader is. Gipps had behalve muzikale talenten ook het vermogen om met alles en iedereen ruzie te maken, en de laatste decennia van haar carrière zijn door haar militante verzet tegen wat zij als modernisme beschouwde overschaduwd. Jammer, want zij geeft blijk van een onmiskenbare eigen stem. Gelukkig is haar honderdste geboortejaar in haar geboorteland niet geheel onopgemerkt voorbij gegaan, gezien een cd op het label Chandos en uitvoeringen van haar Tweede symfonie door het orkest van Birmingham onder leiding van Mirga Grazynité-Tyla.

Het kamerorkest van Pforzheim mag dan een klein gezelschap zijn, het laat zich op deze cd van zijn beste kant horen. Er is duidelijk keihard gewerkt om deze allesbehalve gemakkelijke partituren het volle pond te geven. De intonatie is loepzuiver en de toonvorming is ondanks de kleine omvang (slechts één contrabas, ik geef het je te doen), vol en ruim. Bostock heeft zijn greep op dit soort repertoire al dubbel en dwars bewezen en de opname is even doorzichtig als warm. Op de laatste pagina van het boekje zien we iets zeer ongebruikelijks: een grote foto van de man die de toelichting verzorgde, Lewis Foreman, tevens de drijvende kracht achter het beschikbaar maken van de betrokken partituren.

Dit is zonder meer een pracht van een cd, die werkelijk iets toevoegt. Pforzheim mag apetrots zijn op haar onverschrokken Kammerorchester en zijn ondernemende chef.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links