CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2020

Silver Age - Daniil Trifonov

Stravinsky: Serenade in A - De Vuurvogel, Suite voor piano (arr. Guido Agosti) - Three Movements from Petrushka

Prokofjev: Sarcasms op. 17 - Pianosonate nr. 8 in Bes, op. 84 - Gavotte uit Cinderella - Pianoconcert nr. 2 in g, op. 16

Skrjabin: Pianoconcert in fis, op. 20

Daniil Trifonov (piano), Mariinsky Orchestra o.l.v. Valery Gergiev
DG 4835331 • 2.25' • (2 cd's)
Opname: jan. 2019, Richardson Auditorium, Alexander Hall, Princeton University (solowerken); okt. 2019, Mariinsky Theater Concert Hall, St. Petersburg (pianoconcerten)

   

Daniil Trifonov (1991) geniet al tien jaar wereldfaam. In 2011 won hij eerste prijzen op de Rubinstein Competitie in Tel Aviv en de Tsjaikovski Competitie in Moskou, en hij staat sinds 2013 onder contract bij het prestigieuze 'gele label' DG. Het veroveren van zo'n contract op zich is al lastig genoeg, om het te continueren is nog veel moeilijker. Kijk maar naar de tientallen namen die in dat verband even langskomen om vervolgens te verdwijnen of tersluiks door te schuiven naar de concurrent. Zo niet Trifonov. Met een dubbelalbum onder de noemer Silver Age presenteert hij hier zijn negende titel, na successen met de complete pianoconcerten van Rachmaninov en Chopin, kamermuziek in samenwerking met collega's als Gidon Kremer en Anne Sophie Mutter, en een spraakmakende opname van de Études d'exécution transcendante van Liszt.

Het spel van Trifonov wordt nu al door vakgenoten vergeleken met dat van Rubinstein en Horowitz. Een markante uitspraak stamt van Martha Argerich: 'ik heb zoiets nog niet eerder gehoord'. Technisch zowel als muzikaal kent zijn spel geen beperkingen, en juist in die combinatie ligt zijn kracht. Met zijn recitals weet hij publiek zowel als critici in de hoogste staat van vervoering te brengen. Daarbij speelt ook zijn uiterlijke verschijning een woordje mee: een kleine, tengere 'jongen' die ietwat verlegen oogt als een soort jongste kantoorbediende. Wanneer hij letterlijk de piano te lijf gaat en zo nu en dan even vervaarlijk van zijn kruk omhoog komt gebeuren er spannende dingen.

In een live-situatie blijven bij de luisteraar juist die spannende momenten hangen. Eenmaal vastgelegd op het zilveren schijfje komen ze meermalen voorbij en zijn er twee mogelijkheden. Ofwel de luisterervaring ontroert opnieuw en vraagt om herhaald beluisteren, ofwel ze wekt een lichte irritatie op die herhaald beluisteren maar moeilijk verdraagt. De opnamen die Trifonov realiseerde van de complete concerten van Rachmaninov en Chopin beantwoorden aan beide kanten van dat beeld. Eerder schreef ik daarover: 'In het Tweede Pianoconcert is het Daniil Trifonov die zijn eigen ingevingen toevoegt aan Rachmaninov, met de enthousiaste hulp van Yannick Nézet-Séguin. De aanpak heeft iets ouderwets: opwindende passages gaan in de versnelling, ontroering gaat gepaard met vertraging.'

Op deze uitgave is een belangrijke rol weggelegd voor dirigent Valery Gergiev, een man die het werk van Prokofjev kent als geen ander - hij dirigeerde letterlijk alles van de componist wat er maar te dirigeren valt, inclusief de opera's. Waar we op YouTube nog een live opname tegenkomen van het Tweede pianoconcert waarin Trifonov zich verliest in een traagdromend tempo voor het eerste deel, wordt hij hier soeverein bij de les gehouden door de maestro. Hetzelfde geldt voor het concert van Skrjabin, waarvan eveneens een live-opname de ronde doet met een slepend langzaam deel. Ook hier zorgt de ferme hand van Gergiev voor het ideale tempo en de perfecte agogiek. Jammer dat de opname een wat glazige orkestklank in de hoge strijkers vertoont.

De rest van deze dubbelaar is wat betreft Prokofjev gevuld met repertoire dat al jaren een vast bestanddeel uitmaakt van Trifonov's recitals: de Sarcasm opus 17 en de Achtste Pianosonate. In een van de Sarcasms kunnen we Trifonov op YouTube als een onvervalste hipster aan het werk zien in de Yellow Lounge van DG, in spijkerbroek en T-shirt (en inmiddels ook met baard). De Achtste sonate uit 1944 behoort met de Sonate van Liszt en opus 111 van Beethoven tot het indrukwekkendste wat in dit genre geschapen is, en zo klinkt het hier ook. Trifonov heeft zich duidelijk laten leiden door zijn grote voorgangers Gilels (hij speelde de wereldpremière) en Richter. Trifonov kiest voor de poëzie van Gilels en de ritmische drive van Richter. Alleen spijtig dat hij in de twee laatste pagina's door zijn eigen enthousiasme wordt meegesleept en bijna over de kop slaat.

Blijven over drie werken van Stravinsky, twee transcripties en de Serenade, waarmee de cd heel verrassend opent. De Serenade is zo'n stuk waarvan je niet begrijpt dat het niet al lang door alle grote virtuozen is ingelijfd. Trifonov toont aan hoe onterecht dat is. Hij toont ook aan dat hij desgewenst een loopje neemt met Stravinsky's instructies (te horen op de eigen opname van de componist). Het langzame tweede deel, Romance, wordt flink trager dan het aangegeven tempo gespeeld en gelardeerd met rubati die de ritmische voortgang ernstig vertroebelen. Stravinsky zou zijn eigen compositie niet herkend hebben, maar Trifonov maakt er op deze manier een nieuw stuk van. Hoe dan ook door een uitgelezen toucher en perfect pedaalgebruik een onthullende luisterervaring.

Trifonov, die ook als componist is afgestudeerd, is zelf een meester gebleken in het maken van transcripties. Wonderlijk genoeg maakt de transcriptie die de Italiaan Guido Agosti vervaardigde van delen uit de Vuurvogel niet de bijpassende instincten in hem los. Met name met de finale weet hij niet goed raad, zeker wanneer we deze ritmisch rommelende uitvoering leggen naast de ijzeren controle van Beatrice Rana, vorig jaar verschenen bij Warner. Daarentegen blijkt Stravinsky's Three Movements from Petroushka hem volmaakt op het lijf geschreven.

Samenvattend een boeiend, meeslepend, ontroerend en eigenzinnig portret van een pianist die mede dankzij zijn jonge leeftijd een groot en breed publiek weet te boeien. De overkoepelende titel Silver Age lijkt enigszins gezocht, wanneer men in aanmerking neemt dat het Pianoconcert van Skriabin uit 1896 stamt en de Achtste Sonate van Prokofjev uit 1944. Als afsluiting verwijs ik graag naar het schitterend geprogrammeerde recital dat Trifonov op 9 november 2020 had zullen geven in de Pierre Boulez Zaal in Berlijn en dat wegens Coronamaatregelen niet kan doorgaan. Daar stonden tussen de Sonate van Alban Berg en de Fantasia van John Corigliano werken van Prokofjev (Sarcasms), Bartók (Out of Doors), Copland (Piano Variations), Messiaen (Baiser de l'enfant), Ligeti (uit Ricercata), Stockhausen (Klavierstück IX) en Adams (China Gates) geprogrammeerd. Geweldig! Een pianist om te koesteren.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links