CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2017

 

(G.) Schumann: Symfonie in f, op. 42 – Ouvertüre zu einem Drama op. 45 – Ouvertüre ‘Lebensfreude' op. 54

Deutsches Symphonie-Orchester Berlin o.l.v. James Feddeck

CPO 555 110-2 • 79' •
Opname: juni 2016, Saal 1 Rundfunk Berlin-Brandenburg, Berlijn

 

Georg Schumann (1866-1952) was een niet te onderschatten grootheid in het Duitse muziekleven van de eerste helft van de twintigste eeuw. Internationaal erkend als componist, dirigent, pianist, oprichter van een pianotrio en pedagoog. Al in 1907 maakte hij bij het Concertgebouworkest zijn opwachting met eigen werk. Zijn benoeming tot dirigent van de Berliner Sing-Akademie maakte hem tot een van de leidende muzikale persoonlijkheden in Berlijn, een positie die hij bekleedde van 1900 tot aan zijn dood. Zijn docentschap en later het voorzitterschap aan de Preussische Akademie der Künste zette de kroon op zijn status. In de toelichting bij deze cd wordt de periode 1933-1945 zorgvuldig vermeden, dus enig zoekwerk is op zijn plaats. In het standaardwerk Musik im NS-Staat van Fred K. Prieberg komt de naam van Georg Schumenn enige malen ter sprake, en dan meestal in verband met de loonlijst van Hitler. Hij bevindt zich daar in het gezelschap van Richard Strauss, Hans Pfitzner, Karl Böhm en Wilhelm Furtwängler, dus er is niets nieuws onder de zon.

In 2016 vierde de Georg Schumann Gesellschaft de honderdvijftigste verjaardag van deze componist, een feest dat zijn bekroning vond in de uitgave van deze cd. Daarop ontmoeten we een toondichter die stevig wortelt in de klankwereld van Johannes Brahms, maar het vermogen bezit om binnen die wereld een eigen stem te verheffen. Zijn symfonie in f uit 1905 is het enige symfonische product van de volwassen Schumann – een symfonie waarmee hij als achttienjarige een prijs binnenhaalde niet meegerekend. Niemand minder dan Felix Weingartner dirigeerde de wereldpremière op 10 oktober 1905. Niet lang daarna was het werk ook te horen in Boston en New York.

 
 
Georg Schumann

Schumann kende niet alleen de klankwereld van Brahms van binnen en van buiten, ook in Wagner wist hij de weg, getuige zijn concertouverture ‘Zu einem Drama'. Tussen een concertouverture en een symfonisch gedicht bestaat in de praktijk nauwelijks verschil, ze behoren tot een en hetzelfde genre. De meeste symfonische gedichten volgen een verhaallijn, hier gaat het om de muzikale verbeelding van een geestestoestand. In dit opus 45 uit 1906 vond Schumann inspiratie in de chromatische wereld van Tristan und Isolde. De aartsvader van het moderne dirigeren, Arthur Nikisch, dirigeerde de eerste uitvoering. Ook in de volgende concertouverture, Lebensfreude uit 1911, komt Wagner herkenbaar om de hoek kijken, deze keer met de opbeurende klanken van Die Meistersinger von Nürnberg. Ook dit werk werd door Nikisch ten doop gehouden.

Om Georg Schumann op grond van het bovenstaande af te doen als een epigoon gaat veel te ver, maar dat hij door zich vast te klampen aan een vertrouwd idioom geen muziekgeschiedenis heeft geschreven valt evenmin te ontkennen. Dit is de tweede uitgave die het label CPO aan de symfonicus Schumann heeft gewijd – eerder verscheen bovengenoemde jeugdsymfonie in tandem met de Serenade für grosses Orchester, op. 34. De samenwerking tussen de Georg Schumann Gesellschaft, de Duitse publieke omroep en het orkest heeft geresulteerd in een uitstekend gespeelde aanvulling op een stuk vergeten repertoire dat alleszins de moeite van het beluisteren waard is. De Amerikaan James Feddeck, die ook zijn sporen als organist heeft verdiend, heeft een natuurlijke greep op deze partituren. Misschien wil de Georg Schumann Gesellschaft zich hierna sterk maken voor een opname van de variatiewerken die Schumann voor orkest naliet, briljante partituren in de geest van Brahms en Reger, die dringend een registratie van deze kwaliteit verdienen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links