CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, mei 2010

 

 

Schumann: Szenen aus Goethes Faust.

William Dazeley (bariton), Kristinn Sigmundsson (bas), Camilla Nylund (sopraan), Collegium Vocale, La Chapelle Royale, RIAS-Kammerchor, Orchestre des Champs-Élysées o.l.v. Philippe Herreweghe.

Harmonia Mundi HMC 901661.62 • 98' • (2 cd's)

 


'Enregistrement Matinee, Radio 4 Hilversum, Février 1998’, vermeldt de bijsluiter over de oorsprong van deze opname. Wel wat summier wanneer je bedenkt dat het hier gaat om een registratie van de ZaterdagMatinee in het Concertgebouw van 7 februari 1998, aangevuld met ‘reparaties’ die een dag eerder al voor de zekerheid werden gemaakt in Studio 5 van het Muziekcentrum van de Omroep, inderdaad te Hilversum.

Wat ik me van die Matinee vooral herinner is de adembenemende klankschoonheid van de drie gecombineerde koren: Collegium Vocale, La Chapelle Royale en het RAS-Kammerchor waren tot een volmaakte eenheid samengesmeed. Dat Herreweghe een begenadigd koordirigent is wisten we al, maar hier overtrof hij zich zelf. Het voortreffelijke Orchestre des Champs Élysées staat, behoudens een enkele onzuiverheid, eveneens op eenzame hoogte. Tot zover het goede nieuws, want deze Faust is, net als die van Berlioz, eigenlijk een halve opera en dus is een goede solistenkeuze van cruciaal belang.

Het begint allemaal prima met de Faust van William Dazeley, een bariton met een uitstekende techniek, een mooie stem en een makkelijke hoogte, iets te weinig laagte en wel erg weinig uitstraling, maar daar merkt een cd niets van. Wie de opname van Britten (Decca) koestert met Dietrich Fischer-Dieskau in de hoofdrol zal Dazeley een saaie Piet vinden, maar wie Dazeley waardeert zal F-D maniertjes verwijten. Mephistopheles van Kristinn Sigmundsson was in de zaal buitengewoon imposant, met een geweldige presentie, maar de microfoon heeft (gelukkig geen al te grote) moeite met het geluid van deze stentor. Hans-Peter Blochwitz (Ariel) had in de hoogte helaas niet zijn meest gelukkige dag. Gretchen van Camilla Nylund echter is de grote misgreep. Een op zich zelf niet onaardige stem komt nog redelijk tot zijn recht in de openingsscène maar wordt in de volgende scènes ontsierd door een veel te groot vibrato. Om met zo’n relatief kleine stem te proberen Birgit Nilsson uit te hangen komt je duur te staan. Jammer. De vergelijking met Brittens opname voor Decca gaat niet op door het feit dat die opname uiteraard gebruik maakt van een traditioneel orkest. Het Orchestre des Champs Élysées werpt met zijn zilveren strijkers en lumineuze blazers al spelend nieuw licht op menige passage, waardoor opvallende gelijkenissen met de latere Wagner ontstaan. Britten (en ook Abbado voor DG, klik hier voor de recensie) maakt gebruik van de kortere versie van de finale, Herreweghe kiest voor de langere (volgens sommigen te lang, zeker voor de concertzaal) uit 1853. Gezeten in een luie stoel stoort die langere versie niet, maar is het juist interessant om te horen wat Schumanns laatste wil en testament was in dit niet geheel smetteloze meesterwerk.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links