CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, december 2019

Saint-Saëns - Balletmuziek

Saint-Saëns: Ascanio, akte III, Ballet - Les Barbares, Prologue - La Jota Aragonesa, Ouverture - Andromaque, Ouverture & Prélude Acte IV - La Princesse jaune, Ouverture - Ouverture d'un opéra-comique inachevé

Malmö Symphony Orchestra o.l.v. Jun Märkl
Naxos 8.574033 • 74' •
Opname: augustus 2018, Malmö Live Concert Hall

   

De balletmuziek uit de opera Ascanio van Camille Saint-Saëns was kennelijk ooit een geliefd concertwerk, want in de eerste tien jaar van zijn bestaan speelde het Concertgebouworkest deze kersverse partituur maar liefst eenentwintig keer (en daarna nooit meer). De naam Saint-Saëns was duidelijk een publiekstrekker, want ook bij het openingsconcert van het Concertgebouw was hij met zijn symfonisch gedicht Paëton vertegenwoordigd, en tot aan de Tweede Wereldoorlog komen we zijn naam bijna maandelijks tegen op de programmering van het Concertgebouworkest. Honderd jaar later is van die populariteit nog maar weinig over, maar een paar werken lijken de tand des tijds te doorstaan, waaronder de Orgelsymfonie, een paar soloconcerten, het Carnaval der dieren en de Danse macabre.

In discografisch opzicht gebeurt precies het tegenovergestelde: de verzamelaar kwam lange tijd niet veel verder dan bovengenoemde 'klassieke meesterwerken'. Maar sinds de opkomst van de onafhankelijke labels is het tij gekeerd, en zijn we in staat om een groot deel van het oeuvre van deze uiterst productieve Fransman te beluisteren. Die productiviteit werd mede veroorzaakt door een vroege start en een hoge leeftijd: Saint-Saëns componeerde maar liefst 71 jaar lang, gemeten naar zijn opus 1 uit 1850 tot zijn dood in 1921. Daarmee behoort hij bovenin de top-tien van langst producerende toondichters.

Voor de verstokte verzamelaar is het altijd een goed teken wanneer het label Naxos zich voor een componist interesseert, want dat resulteert vaak in een systematische ontginning van onbekend repertoire. Zo ook inzake Saint-Saëns, die vanuit het Zweedse Malmö onder onze aandacht werd gebracht door de Franse dirigent Marc Soustrot, hier te lande bekend als de zeer gewaardeerde langjarige chef van het Brabants Orkest (we mogen er best nog eens aan herinnerd worden dat Soustrot zich tijdens zijn verblijf in Brabant heeft ingespannen voor een respectabel aantal Nederlandse partituren). Van 2011 tot 2019 was Soustrot chef in Malmö, waar hij verantwoordelijk was voor de opnamen van de pianoconcerten en de celloconcerten plus een cd met concertante vioolstukken van Saint-Saëns.

Soustrot wordt in Malmö als chef opgevolgd door Robert Trevino, en op Naxos werd zijn plaats ingenomen door Jun Märkl. Hier ontfermt hij zich over het meest obscure deel van het oeuvre: de instrumentale delen uit de opera's. Saint-Saëns schreef maar liefst twaalf opera's, waarvan slechts één een vaste plaats in het repertoire heeft veroverd: Samson et Dalila - de overige elf zijn vergeten. Het openingswerk op deze cd is de balletmuziek uit Ascanio - in Parijs bestond de derde akte van een opera verplicht uit een ballet - dat was ook het moment waarop de heren hun loges betraden. Het toeval wil dat er onlangs een complete opname van Ascania verscheen, die ik hier heb besproken. De balletmuziek is een aardige pastiche van barokmuziek, gebaseerd op de kennis die Saint-Saëns had van de muziek van Couperin en Rameau. De overige werken op de cd zijn ouvertures. Met die tot de opera La Jota Aragonese, lijkt Saint-Saëns zijn collega Chabrier op een idee gebracht te hebben, drie jaar voor diens Espana. La Princesse jaune (de gele prinses) uit 1872 past geheel in een tijdsbeeld dat het exotische oosten vatte in pentatonische toonladders. De Ouverture d'un opéra-comique inachevé uit 1854 sluimerde zestig jaar lang in een bureaula tot de componist haar tevoorschijn haalde en alsnog aan het publiek voorstelde. Dat was in 1913, het jaar van de première van Le Sacre du Printemps. Een substantieel werk is de Prologue tot de opera Les Barbares uit 1901, een werk van bijna een kwartier, meer een symfonische scènemuziek dan een ouverture. Voor Sarah Bernardt schreef Saint-Saëns een jaar later de toneelmuziek bij het toneelstuk Andromaque, hier vertegenwoordigd met een forse ouverture en de Prélude tot de Vierde akte. De cd wordt besloten met twee alternatieve versies van korte deeltjes uit Ascanio.

Jun Märkl (München, 1959) is de zoon van een Japanse pianiste en een Duitse violist. Hij werd eerder dit jaar benoemd als vaste gastdirigent van het Residentie Orkest. Samen met het Malmö Symphony Orchestra zorgt hij voor een opname die in alle opzichten aan de verwachtingen voldoet, en gelukkig werd er voorzien in voldoende voorbereidingstijd voor dit totaal onbekende en daardoor kwetsbare repertoire. Niet alleen door de programmering, maar ook door de kwaliteit van muziek, uitvoering en opnametechniek een schot in de roos.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links