CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, mei 2018

 

(R.) Strauss: Macbeth op. 23 – Don Juan op. 20 – Tod und Verklärung op. 28 – Festmarsch in C, op. 1

Staatskapelle Weimar o.l.v. Kirill Karabits
Audite 97.755 • 71' •
Opname: december 2017, Weimarhalle, Weimar (D)

   

De Staatskapelle Weimar is net terug van een vier weken durende toernee naar de Verenigde Staten. Wie veronderstelt dat ze daar hun jongste cd aan de man hebben gebracht heeft het mis. De logistiek ziet er als volgt uit: in december 2017 werd de cd opgenomen, in februari ging het gezelschap op toernee, en in mei 2018 kwam de cd uit. Het is de tweede schijf die uitgebracht wordt onder leiding van de nieuwbenoemde chef Kirill Karabits (1976) De eerste trok de aandacht door Prokofjevs Cantate voor de twintigste verjaardag van de oktoberrevolutie, een maf stuk dat accordeons en brassband toevoegt aan een groot orkest en massale koorzang – de cd werd hier door Aart van der Wal besproken. De Staatskapelle Weimar is het orkest dat stad en ommelanden van opera en concerten moet voorzien. Het is het oudste orkest van Duitsland, en in zijn rijke geschiedenis door grootheden als Franz Liszt bestierd. Kirill Karabits is er sinds twee jaar chef, en werd daarin onder andere voorafgegaan door de Hollander Jac van Steen (in de jaren 2002/05). Liszt en Weimar is een begrip geworden, en in het verlengde daarvan pikt ook Richard Strauss een graantje mee, niet alleen doordat hij het door Liszt uitgevonden symfonisch gedicht tot keizerlijke status verhief. Hij was bij dit orkest tussen 1889 en 1894 actief als tweede Kapellmeister, de jaren waarin zijn eerste symfonische gedichten tot stand kwamen; ook zijn eerste opera Guntram kwam er onder zijn leiding tot klinken. Reden genoeg voor een nieuwe chef om te zoeken naar een mogelijke link tussen Strauss en Weimar. Het label Audite is daarin behulpzaam en zo mogen we kennismaken met een drietal symfonische gedichten en een feestmars van Richard de Tweede. Op papier een zinvolle gedachte, maar in de praktijk dwarsgezeten door de discografische nalatenschap van de allergrootste dirigenten en de allerbeste orkesten. Onbegonnen werk zou men zeggen.

Wanneer de Amerikaanse concertreis zou zijn aangegrepen om deze cd te pluggen zou dat ongetwijfeld voor goede verkoopcijfers hebben gezorgd, want de pers was enthousiast. De thuisblijver die de schijf in zijn speler legt moet al gauw vaststellen dat hij te maken heeft met een hardwerkend orkest uit de middenklasse. Daar zijn er een heleboel van, en om op te vallen kun je dan beter niet nog eens proberen indruk te maken met Don Juan of Tod und Verklärung, hoe goed je die ook denkt te spelen. In beide werken is magie het toverwoord, en bijna een halve eeuw geleden lieten Bernard Haitink en het opnameteam van Philips al horen hoe dat klinkt – om maar een voorbeeld te noemen. Macbeth, dat perfect illusteert hoe goed de jonge Strauss naar Liszt heeft geluisterd, was lange tijd een zeldzame verschijning in de catalogus, maar is inmiddels ook al herontdekt. Gelukkig heeft Karabits uit de archieven een jeugdwerk opgedoken waarvan slechts een enkele registratie bestaat, de Festmarsch in C.

De wereld wordt steeds kleiner, en we komen erachter dat er een ongelofelijk groot aantal orkesten is dat net een nieuwe chef heeft gekregen die uiteraard voor de nodige belangstelling moet zorgen, niet alleen in de zaal maar ook op cd. Daarvoor zijn intelligente keuzes nodig, zowel in de keuze van dirigent als repertoire. Ik gun al die orkesten, en dus ook de Staatskapelle Weimar en Kirill Karabits alle succes van de wereld, maar hou mijn hart vast.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links