CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juni 2010

 

 

 

 

Ruysdael Quartet - Russian Generations 1

Tsjaikovski: Strijkkwartet nr. 1 in D, op. 11.

Prokofjev: Strijkkwartet nr. 1 in b, op. 50.

(G.) Prokofjev: Strijkkwartet nr. 1.

Ruysdael Quartet.

Cobra 0024 • 67' •

* * *

Ruysdael Quartet - Russian Generations 2

Tsjaikovski: Strijkkwartet nr. 2 in F, op. 22.

Prokofjev: Strijkkwartet nr. 2 in F, op. 92.

(G.) Prokofjev: Strijkkwartet nr. 2.

Ruysdael Quartet

Cobra 0031 • 73' •

www.ruysdaelkwartet.nl


Strijkkwartetten kiezen steeds vaker de naam van een groot schilder: Rembrandt, Vermeer, Rubens, Mondriaan zijn een paar namen die me spontaan te binnen schieten. Daar mogen we sinds 1996 het Nederlanse Ruysdael Quartet aan toevoegen, dat in zijn laatste samenstelling bestaat uit Joris van Rijn, Emi Ohi Resnick, Gijs Kramers en Jeroen den Herder. Op het label Cobra presenteren ze hun beide eerste cd’s, die opvallen door een verfrissende programmering. Onder de noemer Russian Generations worden drie generaties Russische componisten bijeengebracht: Peter Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893), Sergei Prokofjev (1891-1953) en als verrassing diens kleinzoon, Gabriel Prokofjev (1975).

Het Ruysdael Kwartet werd opgericht in 1996, toen alle leden studeerden aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Van die oorspronkelijke bezetting zijn primarius Joris van Rijn en altist Gijs Kramers overgebleven, cellist Jeroen de Herder kwam in maart 2005 de gelederen versterken en de jongste aanwinst is tweede violiste Emi Ohi Resnick. Het Ruysdael Kwartet won in 2000 de Charles Hennen Competitie en in 2002 de Persprijs plus de AVRO-prijs in de Finale van de Vriendenkrans in het Concertgebouw te Amsterdam. Het resultaat was een cd die door de AVRO werd uitgebracht in de serie Jong Talent. Daarop spelen ze nog in de oude samenstelling met violiste Jacobien Rozemond en celliste Winnifred Beldman. In 2006 werden ze onderscheiden met de prestigieuze Kersjes van de Groenekan Prijs.

Gabriel Prokofjev is de zoon van Oleg Prokofjev (1928-1998), een van de twee zonen uit Sergei Prokofjevs eerste huwelijk. Oleg was beeldhouwer en schilder, maar bovenal curator van zijn vaders nalatenschap als componist. In het begin van de jaren 1970 vestigde hij zich in Engeland, ontmoette er zijn derde echtgenote en in 1975 werd de oudste van de vijf kinderen uit dat huwelijk geboren, Gabriel. Gabriel Prokofjev heeft een traditionele opleiding gevolgd, maar hij houdt zich ook bezig met popmuziek en is actief als dj. Een van zijn recente composities is een ‘scratch’ concert voor een dj met acht draaitafels en orkest. Zijn muziek is een intrigerende mengeling van hiphop en minimal music met een sterke nadruk op de motoriek. Hij is niet bang van dissonanten en zijn muziek heeft een geheel eigen ‘sound’. Inmiddels werkt hij aan zijn derde strijkkwartet.

In tegenstelling tot zijn grote rivaal Dmitri Sjostakovitsj schreef Sergei Prokofjev slechts twee strijkkwartetten, die zowel op het podium als op geluidsdragers een tamelijk zieltogend bestaan leiden. Het eerste kwartet was een opdracht, verstrekt in 1930 door de Amerikaanse Library of Congress in Washington. Deze bibliotheek had een programma om handschriften van belangrijke tijdgenoten te verzamelen. Prokofjev maakte destijds een omvangrijke concertreis door de Verenigde Staten. Aangezien het strijkkwartet voor hem onontgonnen gebied was besloot hij Beethoven en Haydn als voorbeeld te nemen, die hij bestudeerde tijdens de eindeloze treinreizen. Opvallend is de indeling van het werk: na een sonate-allegro dat Haydnesque trekken vertoont opent het tweede deel met een langzame inleiding die al snel plaats maakt voor een energiek scherzo. Het laatste deel is een rustig Andante dat inderdaad de geest van Beethoven ademt.

Het tweede kwartet is gecomponeerd na Prokofjevs terugkeer in de Sovjet-Unie. In 1941 besloot de Sovjet-regering dat belangrijke intellectuelen en kunstenaars geëvacueerd moesten worden voor het oorlogsgeweld. Prokofjev verhuisde met zijn nieuwe liefde Nina naar de Kaukasus, terwijl zijn eerste echtgenote met de beide zoons Sviatoslav en Oleg in benarde omstandigheden in Moskou achterbleven. In de Kaukasus maakte hij kennis met de volksmuziek van de Kabarden. Aangespoord door locale bestuurders besloot hij tot het schrijven van een strijkkwartet op Kabardische thema’s. In tegenstelling tot de klassieke signatuur van het eerste kwartet is het tweede een en al speelsheid en uitbundigheid, afgewisseld met prachtige lyrische momenten.

Tsjaikovski schreef zijn drie strijkkwartetten in de jaren 1870, de periode waarin ook zijn tweede en derde symfonie, plus het eerste pianoconcert ontstonden. Vroege werken, waarin de componist nog op zoek is naar zijn onmiskenbare eigen geluid, maar waarin hij ook laat horen dat hij over een onwaarschijnlijk rijke inspiratie beschikt. Het Andante Cantabile uit het eerste kwartet (1871), is in allerlei gedaantes onmetelijk populair geworden. Het tweede kwartet uit 1874 laat in zijn dissonante opening al een volwassener geluid horen; in het langzame deel maken we voor het eerst kennis met de diepe wanhoop waar de componist ons in zijn laatste drie symfonieën deelgenoot van maakt.

Een goed strijkkwartet is altijd meer dan de som van zijn vier individuele componenten, maar het is natuurlijk van groot belang dat elk van de vier een uitstekend instrumentalist is. Dat is bij dit kwartet zeker het geval, te beginnen met Joris van Rijn, die in de andere helft van zijn professionele bestaan concertmeester is van het Radio Filharmonisch Orkest. Hij drukt met zijn gedreven, tot in de puntjes afgewerkte spel een duidelijk stempel op de klank van dit kwartet; de overige leden volgen hem naadloos en doen in kwaliteit zeker niet voor hem onder. Misschien is de naam van het kwartet niet voor niets gekozen: de dramatische Hollandse wolkenpartijen in Ruysdael’s schilderijen suggereren muziekmaken waarin voor dramatiek een belangrijke plaats is ingeruimd.

Deze twee uitgaven zijn door hun originele repertoirekeuze uniek in de catalogus. Het Pavel Haas Quartet oogstte veel lof voor een registratie van de beide kwartetten van Sergei Prokofjev voor het label Supraphon (klik hier). Het verschil tussen de beide interpretaties is groot: het Haas Quartet werkt op de vierkante milimeter, met kleine gebaren, het Ruysdael geeft de muziek de ruimte, vergelijkbaar met de veelgeprezen opname van het Novak Quartet voor Philips (niet meer verkrijgbaar). Wat Tsjaikovski betreft is er competitie van eigen bodem: het Utrecht String Quartet maakte van de beide eerste kwartetten een opname voor het Duitse label MDG. Hoewel het Utrecht Kwartet een grote pluim verdient voor haar opnames van Gretsjaninow, De Roos en Van Delden, zijn ze in dit repertoire de mindere. De magie die ontstaat door het ragfijne non-vibrato spel van het Ruysdael aan het begin van het eerste kwartet is moeilijk te overtreffen. Zelfs het Borodin Quartet deed dat niet beter.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links