CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2017

 

Luther and the noble art of music

Werken van Josquin, Praetorius, Hoyoul en anderen.

Utopia: Griet de Geyter (sopraan), Bart Uvyn (altus), Adriaan De Koster (tenor), Lieven Termont (bariton), Bart Vandewege (bas)
Inalto: Lambert Colson (cornet), Guy Hanssen, Adam Woolf, Charlotte Van Passen, Bart Vroomen (trombones)
Et'cetera KTC 1577 • 58' •
Opname: juli 2017, Sint Pauluskerk, Antwerpen

 

'Und ich sage es gleich heraus und schäme mich nicht, zu behaupten, dass nach der Theologie keine Kunst sei, die mit der Musik könne verglichen werden.'
Martin Luther in een brief aan Ludwig Senfl, 4 oktober 1530

Bijna vijfhonderd jaar na dato wekt deze uitspraak ongetwijfeld enige verbazing - Theologie eine Kunst? Dat de twee in Luthers optiek onlosmakelijk met elkaar waren verbonden was overigens nog helemaal niet zo vanzelfsprekend. Andere kerkhervormers hadden niets met muziek in samenhang met de theologie. Jan Pieterszoon Sweelinck improviseerde op doordeweekse dagen in de Amsterdamse Oude Kerk op Psalmmelodieën, maar op zondag zweeg het orgel in alle toonaarden. Luther was een andere mening toegedaan en zorgde persoonlijk voor een aantal teksten die door tijdgenoten of hemzelf op muziek werden gezet en zo de eeuwigheid zijn ingegaan.

Op deze cd wordt duidelijk gemaakt hoe de hervorming van rooms-katholieke Latijnse teksten naar het Duitse idioom verliep, vaak met overeenkomsten in de melodievoering. Drie belangrijke teksten zijn daarvoor uitgekozen: De Profundis Clamavi/Aus tiefer Not schrei ich zu dir, Pater Noster/Vater unser im Himmelreich en Victimae Pascali/Christ lag in Todesbanden. De door Luther hooggeschatte Josquin Desprez vervult daarnaast een schakelfunctie, met op strategische momenten zijn De Profundis, Plaine de Deuil en Victima Pascali Laudes. Daartussen horen we zes vertoningen van Aus tiefer Not, vier van het Vater Unser en vier van Christ lag in Todesbanden, in groepjes bij elkaar.

Uit deze inhoudelijke beschrijving blijkt al enigszins wat de uitgangspunten van dit programma zijn geweest, maar uit de toelichting wordt men in dat opzicht niet veel wijzer. Er wordt uitgebreid ingegaan op de herkomst van de individuele werken, maar de grote lijn blijft onbesproken. Ik hou het er maar op dat we raakvlakken moeten zien met een orgelrecital: drie koraalpartita's, afgewisseld met gerelateerde werken. Duidelijk is dat er over de samenstelling diep is nagedacht, en dat de uitvoerenden tot op drie cijfers achter de komma weten waar ze het over hebben. De vijf vocalisten van Utopia verdienen het dan ook om met naam genoemd te worden, u zult ze herkennen van talloze opnamen met Collegium Vocale, Huelgas Ensemble, Nederlandse Bachvereniging en ga zo maar door. Hetzelfde geldt voor de vijf koperblazers van Inalto.

Blazers zowel als zangers leveren hier een topprestatie - eindelijk een vocaal kwintet waarin niemand vibreert. Ik heb niets tegen vibrato, maar wel een hekel aan een strak zingende altus in combinatie met een vibrerende bariton. Samen met de al even strakke koperblazers voeren ze ons terug naar een tijd waarin muziek nog onderworpen was aan die andere kunstvorm: theologie.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links