CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juli 2022

Estonian Premieres

Korvits: To the Moonlight
Krigul: Chordae – The Bow
Tulve: L'Ombre Derrière Toi
Aints: Ouverture Estonia
Sumera: Olympic Music I

Estonian Festival Orchestra o.l.v. Paavo Järvi
Alpha 863 • 59' •
Opname: 29 juli 2012 (Tulve), 21 juli 2013 (Krigul, Chordae), 17 juli 2014 (Aints), 19 juli 2020 (Korvits), 20 juli 2020 (Sumera), 18 juli 2021 (Krigul, Bow), Concert Hall, Pärnu (Estland)

   

Dit is de derde cd in het bestaan van het Estonian Festival Orchestra (EFO), alle verschenen op het label Alpha. Eerdere uitgaven met werken van Sjostakovitsj en Erkki-Sven Tüür zijn hier door Aart van der Wal besproken, die ook uitgebreid ingaat op de ontstaansgeschiedenis van het orkest.

Het EFO werd in 2011 opgericht door Paavo Järvi, voor een zomerfestival in de Estse badplaats Pärnu. Inmiddels zijn de activiteiten in Pärnu uitgebreid naar internationale podia, waaronder de BBC Proms en de Elbphilharmonie. Het orkest is een gelegenheidsensemble, samengesteld uit jong talent uit Estland met als vast fundament een aantal internationaal gerenommeerde musici. Zo is concertmeester Florian Donderer de eerste concertmeester van de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen (een van de vorige orkesten waar Järvi chef-dirigent was). Uiteraard zorgt Paavo Järvi ervoor dat Estse muziek ruim op de programma's is vertegenwoordigd, en hier levert hij met zijn manschappen een proeve van bekwaamheid af die een breed overzicht geeft van het componeren in Estland in de eenentwintigste eeuw.

De componisten op deze cd werden geboren tussen 1969 en 1978, met uitzondering van Lepo Sumera, die in 2000 op vijftigjarige leeftijd veel te vroeg overleed aan hartfalen. Sumera was in de periode 1988-1992 minister van cultuur in Estland, en maakte de overgang naar de onafhankelijkheid van zijn land in 1991 bestuurlijk mee. Ondanks zijn vroege dood liet hij een respectabel oeuvre na, waarin zes symfonieën de hoofdrol vervullen. Voor de opening van de zeilregatta van de Olympische spelen in 1980 in Tallinn schreef hij zijn Olympic Music I. Een werk waarin hij balanceert tussen voor de hand liggende ruimtelijke koperfanfares en zijn eigen onvervreemdbare inbreng – het werk begint en eindigt in een fluisterend pianissimo.

Tonu Korvits (1969) stamt uit een familie van musici die werkzaam waren in de amusementsmuziek. Zelf begon hij als gitarist in een popgroep, en de sporen daarvan vinden we terug in zijn voorliefde voor de cyclische liedvorm, ook in zijn symfonische werken. To the Moonlight uit 2020 droeg hij op aan Paavo Järvi – het kreeg de ondertitel Three Blues for Orchestra mee. Weemoedige klanken weerspiegelen de eenzaamheid van de pandemische beperkingen, en werden ingegeven door een song van Jimmy Webb, the Moon is a harsh mistress. Het eerste deel, een sicilienne in mineur werd duidelijk geïnspireerd door Sebastian Bach.

Ülo Krigul (1978) is vooral actief in de theatermuziek. Voor de twee werken op deze cd koos hij titels die voor meerdere uitleg vatbaar zijn, maar altijd met de muziekpraktijk te maken hebben: Chordae (akkoorden in meerdere betekenissen) en Bow (zowel buiging als strijkstok). Beide werken, gecomponeerd in repectievelijk 2013 en 2021 droeg Krigul op aan Paavo Järvi.

Helena Tulve (1972) is in dit gezelschap de enige dame, en ook de enige componist die geen concessies doet aan het zomerse festivalpubliek. Ze schreef haar L'ombre derrière toi (de schaduw achter je) in 2011 voor de opvallende bezetting van drie viola da gamba's en strijkorkest. Bij deze gelegenheid werden de gamba's vervangen door een altviool (Máté Szücs) en twee cello's (Indrek Leivategija en Marius Järvi). Máté Sczücs was tot 2018 solo-altist van de Berliner Philharmoniker, Marius Järvi is geen ‘zoon van'. Helena Tulve werd in haar muzikale taalgebruik beïnvloed door zowel het gregoriaans als de Franse spectralisten. Dat heeft hier geresulteerd in een werk dat dynamisch nogal eenvormig overkomt – begin en slot pianissimo, daartussen tien minuten mezzoforte in een Ligetiaanse micro-polyfonie. Maar daarin schuilt tevens de kracht van deze onverzettelijke partituur.

Tauno Aints (1975) zorgt met Ouverture Estonia uit 2014 voor een lichte toets, een onverbloemde hommage aan zijn vaderland: ‘alles wat ik zie, hoor en voel is mijn vaderland'. Maar ook: ‘mijn vaderland, je bent mooi en lelijk tegelijk'. Uit die laatste zin volgt de tweedelige structuur van de ouverture.

Op YouTube is een gefilmde opname te zien van het werk van Korvits, die een mooi beeld geeft van de sfeer bij het festival en de kwaliteit van het gebodene. Het spreekt vanzelf dat deze partituren door Järvi en zijn musici met de grootste zorg worden omringd. De toelichting van Nele-Eva Steinfeld is zeer verhelderend en de opnamekwaliteit is ondanks de verschillende data steeds in handen geweest van hetzelfde team, dat uitstekend werk aflevert. Editie en mastering waren in handen van Tammo Sumera, zoon van de componist. Een mooi overzicht van het componeren in een land dat net als het naburige Finland muziek in de atmosfeer lijkt te hebben.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links