CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2019

Edvard Grieg Kor sings Grieg

Grieg: Vier Psalmen op. 74 Ave maris stella Holberg Suite op. 40

Bull: Saeterjentens Sondag

Grondahl: Aftnen er stille op. 3 nr. 1

Lang: Last Spring

Audun Iversen (bariton, op. 74), Edvard Grieg Kor o.l.v Hakon Matti Skrede (Psalmen, Ave Maris, Lang) en Paul Robinson (overige werken)
Chandos CHSA 5232 • 64' • (sacd)
Opname: juni 2018, Domkirken, Bergen (N)

   

Zoals uit de inhoudsopgave valt op te maken dekt de vlag Edvard Grieg Kor sings Grieg de lading maar gedeeltelijk. Dat kan ook moeilijk anders, want Grieg hield zich nauwelijks bezig met het a capella genre. Dat hij vlak voor zijn dood de Fire Salmer (Vier Psalmen) opus 74 componeerde mag een wonder heten, want Grieg had met de kerk net zo weinig op als Giuseppe Verdi. Desondanks heeft hij met zijn Psalmen een schitterend kleinood geschapen dat gretig repertoire heeft gehouden. Zijn enige andere koorwerk voor gemengde stemmen is een bewerking van twee liederen met pianobegeleiding, waarvan hier alleen het tweede, Ave maris stella, is opgenomen.

Het repertoire op deze schijf valt uiteen in drie categorieën: (1) bovengenoemde originele werken, (2) bewerkingen en (3) werken van andere componisten. In die derde categorie vinden we dan weer twee soorten: originele werken en arrangementen. Zo opgesomd ontstaat als vanzelf de indruk van een allegaartje, en dat is het ook. Maar bij beluistering valt dat reuze mee, dankzij het doordachte concept achter dit programma.

We maken hier kennis met een groep van acht zangers, een kern van vocalisten die zich het Edvard Grieg Kor noemt. Ze opereren vanuit Troldhaugen het huis waar Grieg woonde en dat nu een museum is en vormen de nucleus van een grotere formatie die optreedt met het Philharmonisch Orkest van Bergen of kan worden uitgebreid tot het koor van de Bergense Opera. Hier wordt opgetreden in twee bezettingen, als achtstemmig solistenensemble en als zestienstemmig kamerkoor. Dat kamerkoor horen we in de Psalmen en Ave maris stella.

De overige werken zijn voorbehouden aan het achtstemmige solistenensemble, waarop de arrangementen zijn toegesneden door twee bewerkers. De een is een koorlid, de tenor Paul Robinson. Hij is verantwoordelijk voor werkjes van Ole Bull, Agathe Backer Grondahl, en een Noorse volksmelodie, Jeg lagde mig sa sildig. De ander is Jonathan Rathbone, jaren lang verbonden aan de Swingle Singers, de groep die faam verwierf met vocale versies van instrumentale werken van Bach (Badinerie) en vervolgens de aandacht trok door samen te werken met een stoet eigentijdse componisten, met als bekendste resultaat de Sinfonia van Luciano Berio.

Rathbone zorgde voor het meest spectaculaire onderdeel van dit programma, een bewerking van de Holberg Suite (oorspronkelijk voor piano en door Grieg bewerkt voor strijkorkest), geheel in de stijl van de Swingle Singers. Onwaarschijnlijk virtuoos (de toonsoort verschoven van G naar Bes om het binnen zingbare grenzen te houden). Een regelrechte tour de force met een glansrol voor de eerste sopraan, die daarvoor wonderlijk genoeg geen aparte vermelding krijgt.

In de arrangementen die Paul Robinson bijdraagt gaat hij erg vrij met het oorspronkelijke materiaal om. Hij doet dat door de harmonieën een aangepast eigentijds (sommigen zouden zeggen jazzy) kleurtje te geven. Het gevolg is echter wel dat men met gespitste oren luistert naar een juweel van een lied van de Noorse componiste Agathe Becker Grondahl (1847-1907), overleden in hetzelfde jaar als Grieg.

Het enige originele werk stamt van de hand van david lang (1957), de man die erop staat dat zijn naam zonder hoofdletters wordt geschreven. Hij componeert hier in zekere zin ook zonder hoofdletters in een teruggehouden dynamiek en een aarzelende syntax. De Engelse tekst is gebaseerd op Griegs bekendste lied, Last Spring (Varen, opus 33:2). Het is geschreven voor het Edvard Grieg Kor en opgedragen aan de Amerikaanse filantrope Kippy Stroud (1939-2015).

Een recital als dit loopt het gevaar om al snel te worden afgedaan als een allegaartje (de Gramophone heeft er geen goed woord voor over). Er zijn meerdere redenen om daar anders over te denken (en naar te luisteren). In de eerste plaats is het programma zo opgebouwd dat er een zinnige spanningsboog is opgebouwd die loopt van de ingehouden piëteit van de Psalmen naar de uitbundige klanken van de Holberg Suite, die zo als een effectvolle uitsmijter fungeert. Bovendien kan niemand beweren dat hier niet op het allerhoogste niveau muziek wordt gemaakt. De virtuositeit in de Holberg Suite is in één woord adembenemend, wat men verder ook van zo'n exercitie mag denken. Een speciale vermelding geldt ook nog Audun Iversen, de baritonsolist in de Psalmen voor zijn ontroerende solo in Hvad est du dog skjon. De toelichting gaat uitgebreid op een en ander in, inclusief alle teksten plus Engelse vertaling. De opnametechniek laat niets te wensen over.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links