CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2020

Beethoven: Symfonie nr. 5 in c, op. 67

Gossec: Symphonie à 17 parties in F

Les Siècles o.l.v. François-Xavier Roth
Harmonia Mundi HMM 902423 • 55 •
Opname: maart 2017 (Beethoven), Philharmonie de Paris; febr. 2020, La Seine Musicale, Boulogne-Billancourt (F)

   

Het label Harmonia Mundi heeft met vooruitziende blik gekozen voor een Beethoven herdenking die verder gaat dan het geboortejaar 1770. In de Beethoven Edition 20/27 wordt alvast geanticipeerd op het sterfjaar 1827. Een mooi kader waarbinnen de ruimte ontstaat om met enige armslag te werken aan een frisse kijk op het oeuvre van de jubilaris. Gezien de reputatie van het label gebeurt dat door een stoet artiesten die de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk (HIP in het Engels) op oude instrumenten zijn toegedaan.

Wat de symfonieën betreft is er bovendien gekozen voor een historische context in de vorm van aanvullend repertoire dat in dezelfde tijd ontstond, of van invloed is geweest op de ontwikkeling van Beethoven. In dat kader werd de Zesde symfonie gekoppeld aan de Natuursymfonie van Knecht (hier besproken door Gerard van der Leeuw), en de beide eerste symfonieën aan twee Sturm-und-Drang symfonietjes van Carl Philip Emanuel Bach (hier besproken door Aart van der Wal). Inmiddels is ook de Negende symfonie verschenen, waarin het Freiburger Barockorchester wordt gedirigeerd door Pablo Heras-Casado, en logischerwijs gevolgd door de Koorfantasie (hier besproken door Emanuel Overbeeke). De opnamen van de overige symfonieën liggen op de plank. De nummers vier en acht verschijnen in tandem met een Grande sinfonie caractéristique pour la paix avec la République françoise van Paul Wranitzky, net als de beide eerste door de Akademie für Alte Musik (AkaMus) onder concertmeester Bernhard Forck. De zevende wordt gekoppeld aan Beethovens enige balletmuziek, Die Geschöpfe des Prometheus – Gottfried von der Goltz dirigeert het Freiburger Barockorchester.

Blijven over de Derde en de Vijfde, beide toevertrouwd aan het Franse orkest Les Siècles, dat muziek van de achttiende tot de twintigste eeuw vertolkt op de bijbehorende tijdeigen instrumenten. Het werd in 2003 opgericht door François-Xavier Roth (1977), zoon van de beroemde Franse organist Daniel Roth. Dit is de eerste keer dat Roth zich met dit orkest manifesteert in Beethoven, op geluidsdragers wel te verstaan. In het jaar waarin de hier te bespreken opname van de vijfde werd gemaakt was Les Siècles met die symfonie te gast in de ZaterdagMatinee, gekoppeld aan de Franse componist Étienne Nicolas Méhul.

Op deze uitgave valt de eer te beurt aan een andere Fransman, François-Joseph Gossec (1734-1829) met een werk uit 1809 (Beethovens Vijfde ging een jaar eerder in première). De wijdlopige titel Symphonie à dix-sept parties doet enigszins overdreven aan, maar was destijds heel gewoon – de symfonie verkeerde in Frankrijk nog in een groeistadium en dus pronkte de componist graag met de omvang van het aantal partijen. Gossec werd geboren in de Zuidelijke Nederlanden, in Waals Brabant (België bestond nog niet). In zijn jeugd maakte hij kennis met Rameau en Stamitz, en hij overleefde Beethoven en Schubert nog net. Zijn zeer productieve carrière speelde zich bijna geheel af in Parijs, waar hij niet alleen werkzaam was als componist en dirigent, maar ook als organisator van concerten en later als conservatoriumdirecteur. Zijn belangrijkste wapenfeit is de introductie van Joseph Haydn in Frankrijk in 1773, bij de door hem opgerichte Concerts des Amateurs – uiteraard schreef hij zelf voor dat orkest een groot aantal symfonieën waarmee hij in zijn tijd enorme successen boekte. De Franse Revolutie gaf een nieuwe draai aan zijn activiteiten, resulterend in een grootschalig Requiem en een Te Deum voor duizend uitvoerenden; Hector Berlioz zou er zijn voordeel mee doen. De laatste twintig jaar van zijn leven heeft Gossec nauwelijks nog gecomponeerd, en dus is de hier opgenomen symfonie oorspronkelijk niet ontstaan in 1809. Voor dit werk haalde Gossec de ouverture tot een onvoltooide opera uit 1780 tevoorschijn en voegde aan de oorspronkelijke drie delen een menuet toe. De begeleidende tekst doet uitgebreid en boeiend verslag van de redactionele nachtmerrie die het redigeren van de partituur inhield. Dat heeft evenwel niet verhinderd dat de symfonie al een paar keer eerder werd opgenomen. Een onderhoudend werk, dat bijna vanzelfsprekend totaal verbleekt in de nabijheid van Beethovens geniale schepping. De plaatsing van Gossec na Beethoven op deze cd herinnerde mij aan een wijze raad van Frans Brüggen: programmeer zo'n werk nooit na een meesterwerk, dan valt het onherroepelijk door de mand. Begin het concert ermee, dan valt het minder op. En dus opende Brüggen zijn concerten in voorkomende gevallen met een symfonie van Cherubini of Vorisek, en speelde de grote meesters na de pauze.

François-Xavier Roth is behalve oprichter en chef van Les Siècles chef-dirigent van het Gürzenich Orkest in Keulen. Daarvoor was hij de laatste chef-dirigent van het legendarische omroeporkest van Baden-Baden (als opvolger van o.a. Hans Rosbaud en Michael Gielen), een kwaliteitsensemble zonder weerga dat inmiddels is opgeheven. Bij het Nederlandse publiek behoeft bij geen introductie meer. Met Les Siècles was hij zoals gezegd te gast in de ZaterdagMatinee en in september 2020 dirigeerde hij de seizoensopening bij het Concertgebouworkest. Ook daar stond een Beethoven-symfonie, de Eroica, op het programma.

Roth is een vakman die dit repertoire van binnen en van buiten kent; in Keulen zette hij de Beethoven symfonieën op het programma en op YouTube is te zien dat hij er onderhoudend over weet te vertellen. Zijn benadering met de musici van Les Siècles is uiteraard gebaseerd op de historisch geïnformeerde praktijk, op basis van de uitgave van Bärenreiter. Het orkest is aan de bescheiden kant gehouden, met aan de basis drie contrabassen in het strijkorkest. Er wordt absoluut niet gevibreerd en de strijkersklank komt nogal direct binnen – een groot verschil met de gulle (en ook niet vibrerende) strijkers onder Brüggen in de laatste opname met het Orkest van de Achttiende eeuw. Aan de blazerskant valt de dominante rol van het koper op, met een felle aanpak van de trompetten en in hun kielzog de pauken. Wat bij dat laatste zeker ook een rol speelt is de akoestiek van de Parijse Philharmonie. Dit zijn geen live-opnamen en de lege zaal zorgt voor een overmaat aan galm. Daardoor slibt de klank in de luide passages soms dicht, en worden pianissimo passages na een fortissimo afsluiting wat smoezelig. Wat betreft de tempi kiest Roth niet voor de uitersten van Norrington of Antonini – dat was ook al te horen in zijn Eroica met het KCO. Wat enigszins onrust creëert zijn de minieme fluctuaties in het tempo, waaronder met name de finale te lijden heeft. Nergens weet Roth hier de ongebreidelde vreugde op te roepen die Beethoven af lijkt te dwingen met zijn toegevoegde trombones, contrafagot en piccolo – instrumenten die een opgewonden feestende menigte in de open lucht suggereren.

Een aparte vermelding verdient de toelichting. Die werd verzorgd door niemand minder dan Peter Gülke, dirigent en gerenommeerd musicoloog. Hij doet zijn uiterste best om het verband tussen Beethoven en de Franse Revolutie te duiden. Hoe dan ook boeiend om te lezen. Ook François -Xavier Roth doet wat dat betreft een duit in het zakje door de innige band tussen het Franse publiek en de Duitse meester te bezingen. Ondanks de kanttekeningen is dit in het kader van Harmonia Mundi's 20/27 project een zeer boeiende en waardevolle uitgave.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links