CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2012

 

 
   
 
   
 

César Franck - Complete orgelwerken

(de titels vindt u onderaan deze bespreking)

Adriano Falcioni op het Mascioni orgel (1961) van de Basilica Papale di S. Maria degli Angeli, Assisi (Italië)

Brillant Classics 94349 • 79' + 69' • (2 cd's)

Opname: april 2011

 

Leo van Doeselaar op het Verschueren orgel in het Orgelpark, Amsterdam

Orgelparkrecords 008-2010 • 81' + 77' • (2 cd's)

Opname: september en november 2010

 

 

Eric Koevoets op het Pels orgel van de
Sint-Antoniuskerk, Dordrecht

SWCD 2003 • 66' + 69' + 66' • (3 cd's)

Opname: 1995-2003

 

 

 


Wie het over orgelmuziek heeft, heeft het over Johann Sebastian Bach. Na Bach hield het orgel een lange winterslaap waaruit het pas na een eeuw werd gewekt. Dat gebeurde in Parijs, door een Belgische organist en componist, César Auguste Franck, de enige die zich inzake componeren voor het orgel kan meten met Johann Sebastian. Bach was de machtige hekkensluiter van de rijke bloeiperiode die het orgel in de barok doormaakte. Zijn granieten oeuvre werd na zijn dood als ongenaakbaar en ongenietbaar ervaren.

Het zou zeventig lange jaren duren voordat de twintigjarige Felix Mendelssohn Bachs ultieme meesterwerk wakker kuste. Die uitvoering van de Mattheäuspassion in Berlijn was een daad die de muziekgeschiedenis definitief veranderde. Als componist liet Mendelsssohn zich door Bach (en Handel) inspireren tot het schrijven van twee grote oratoria en een handvol indrukwekkende orgelwerken. Dat was de stand van zaken toen Mendelssohn, de grote erfgenaam van Johann Sebastian, in 1847 overleed.

César Franck werd geboren in 1822 in het Belgische Luik. Hij bleek al heel jong een uiterst muzikaal ventje, en vader Franck had grootse plannen met hem en zijn vioolspelende broertje Joseph. Een verhuizing naar Parijs leek opportuun, en daar vonden opleiding en carrière van César hun voltooiing. Dat ging niet zonder horten of stoten. De publicitaire dadendrang van Vader Franck stond een gezonde ontwikkeling van César als componist behoorlijk in de weg. Pas toen César in 1858 organist werd van de Ste- Clothilde, met het prachtige nieuwe Cavaillé-Coll orgel, ontstond de vruchtbare bodem waarop zijn vernieuwende orgelcomposities tot bloei konden komen. De revolutie die ze veroorzaakten zou een nieuw fenomeen creëren: de orgelsymphonie. Veroorzaakt door Francks opus 17, zijn Grande Pièce Symphonique : de moeder van alle orgelsymfonieën die sindsdien het licht hebben gezien. Maar veel belangrijker: de vruchtbare bodem voor een geheel nieuwe impuls van het componeren voor orgel, die zijn slagschaduwen meer dan honderd jaar vooruitwerpt.

César Franck schreef honderden orgelwerkjes voor praktisch gebruik in de liturgie. Voor concertante doeleinden zijn een drietal monumentale cycli overgeleverd: Six Pièces (1859-63), Trois Pièces (1878), en zijn zwanenzang, de Trois Chorals (1890).
Ze behoren tot de kern van het grote orgelrepertoire, en dus zijn ze talloze malen opgenomen. Voorlopig komt daar ook nog geen eind aan, getuige dit drietal inspelingen. Een nieuwe registratie voor Brilliant Classics was voor mij een welkome aanleiding om aandacht te besteden aan twee andere relatieve nieuwkomers, die van Leo van Doeselaar uit 2010 en een opname die ik al een tijdje koester, die van Eric Koevoets uit 2003. Drie volkomen verschillende benaderingen die elk hun eigen merites en ook (positieve) eigenwijsheden inbrengen.

De Italiaan Adriano Falcioni heeft veruit het grootste instrument (IV,P,68) tot zijn beschikking. Dat inspireert hem tot een exuberante interpretatie, waarvoor hij de nodige virtuositeit tot zijn beschikking heeft. Of hij daarbij wordt geholpen of gehinderd door de ruime akoestiek van zijn Basilica is een kwestie van smaak. Maar de factuur van zijn orgel is zeker niet vreemd aan die van Aristide Cavaillé-Coll, Francks ideale orgelbouwer. Falcioni presenteert de Six Pièces als één geheel op de eerste cd, in ruim 79 minuten. De complete orgelwerken van Franck opnemen in twee dagen en er dan ook nog voor zorgen dat de tongwerken haarscherp zuiver zijn is bijna onmogelijk. Het boekje vermeldt geen gegevens over het orgel, maar op de website van Brillant Classics kunt u onder deze uitgave doorklikken naar de dispositie van dit indrukwekkende instrument, dat onder de handen en voeten van Falcioni al even indrukwekkend tot klinken komt. www.brilliantclassics.com

Leo van Doeselaar komt uit een heel andere traditie en bespeelt een volkomen ander instrument. Maar wel een instrument dat speciaal voor dit repertoire in het Orgelpark is neergezet. Als extraatje voegt hij het geliefde Andantino in g toe. Hij speelt de Six Pièces in chronologische volgorde op de eerste cd, die daardoor de spectaculaire lengte van ruim 81 minuten heeft. Zijn benadering tot Franck vertoont musicologische trekjes, zeker getuige zijn eigen toelichting op de interpretatie. Wie de opname van zijn leraar Albert de Klerk kent (CBS/SONY) zal zonder moeite de tovenaarsleerling herkennen. Wat mij wel verontrust is dat het Verschuerenorgel zo kort na zijn oplevering een stembeurt hard nodig heeft. Klimatologische oorzaken? Een groot compliment gaat naar Bert van Dijk, de onvermoeibare vaste 'geluidsman' van het Orgelpark. www.orgelpark.nl

Over naar Eric Koevoets. Hoe gaat een relatief onbekende organist in Dordrecht de competitie aan op een Nederlands instrument, van een bouwer die nog niet zo lang geleden met hoongelach zou worden weggezet? Een instrument dat in 1950 werd gebouwd door B. Pels & Zoon, met drie klavieren, waarvan één in een zwelkast. Koevoets is slim. Hij keert de vraag om en laat het orgel voor zichzelf spreken. Wat hij daarbij klaarspeelt grenst aan het ongelofelijke. Het eerste dat opvalt is de natuurgetrouwe weergave van Francks 'kleine' dynamiek. Al die minieme crescendo's en diminuendo's die je herinneren aan het harmonium, maar die er toch echt staan. Koevoets is de enige die ze tot op twee cijfers na de komma realiseert. Hoe is de rest van zijn spel? In alle opzichten indrukwekkend. Franck is voor hem een open boek: iedere noot, iedere frase klinkt alsof hij het zelf bedacht zou kunnen hebben. En dat orgel? Het klinkt prachtig! Sommige van zijn opnamen zijn live, dus vrijwillige bijdragen zijn onvermijdelijk - het is tenslotte een orgelconcert. Wat opvalt is dat hij zich de tijd gunt: voor zijn Six Pièces heeft hij bijna 92 minuten nodig, ruim tien minuten meer dan Leo van Doeselaar. Aan de canon van Complete Werken heeft Koevoets eveneens het Andantino toegevoegd, plus een ruime selectie uit L'Organiste, Francks onschatbare bijdrage aan de verloren harmoniumcultuur. Dat klinkt heerlijk op zo'n instrument. www.erickoevoets.nl

Samenvattend: je kunt César Franck spelen op welk orgel je maar wilt, in willekeurig welke interpretatie; zolang je trouw bent aan jezelf en aan Franck klinkt het overtuigend. Woorden van gelijke strekking kennen we al sinds Albert Schweitzer wanneer het over Johann Sebastian gaat. Dat Koevoets op ditzelfde instrument bezig is aan een integrale Bach hoeft niemand dus te verbazen. En dat Leo van Doeselaar een gloedvol advocaat is van muziek uit renaissance en barok op het orgel van de Pieterskerk te Leiden al evenmin. Heerlijk dat dat allemaal kan en dat de deuren in orgelland voor de verandering weer eens wijd open staan. Met dank aan Bach en Franck.

______________

Franck - Complete Orgelwerken

Six Pièces:
Fantaisie in C, op. 16 - Grande Pièce Symphonique op. 17 - Prélude, Fugue et Variation op. 18 - Pastorale op. 19 - Prière op. 20 - Final, op. 21

Trois Pièces:
Fantaisie in A - Cantabile - Pièce héroïque

Trois Chorals:
Choral I in E - Choral II in B - Choral III in a


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links