CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, mei 2019

Albrecht Mayer – Longing for Paradise

Elgar: Soliloquy voor hobo en orkest (orkestversie Gordon Jacob)

(R.) Strauss: Hoboconcert in D (oorspronkelijke versie)

Ravel: Le Tombeau de Couperin (voor hobo en orkest, bewerking Joachim Schmeisser)

Goossens: Concerto in One movement op. 45 (voor hobo en orkest)

Albrecht Mayer (hobo), Bamberger Symphoniker o.l.v. Jakub Hrusa

DG 4836622 • 64' •
Opname: september 2016, Konzerthalle, Joseph-Keilberth-Saal, Bamberg (D)

   

Albrecht Mayer (1965) is sinds 1992 eerste solohoboïst van de Berliner Philharmoniker; in de twee voorafgaande jaren was hij in dezelfde functie werkzaam in Bamberg. Dat hij deze cd op zijn uitdrukkelijke wens heeft opgenomen met het orkest waar hij als vijfentwintigjarige begon is een mooi en typerend gebaar. Solohoboïsten zijn de boegbeelden van hun orkest, en hoewel de ieder orkest van enige omvang er twee in dienst heeft (ze wisselen elkaar af) blijkt in de praktijk dikwijls dat een van de twee meer aandacht weet te trekken dan de ander. In Berlijn is dat Albrecht Mayer, in Amsterdam Alexei Ogrintchouk, in München (Bayerische Rundfunk) was dat tien jaar lang Francois Leleux. Albrecht Mayer spant wat betreft het opnemen van cd's de kroon, met Alexei Ogrintchouk als goede tweede op het label BIS. Mayer wisselt binnen Universal Classics tussen de labels Decca en DG.

Zijn nieuwste cd, die uitkomt op DG, haakt aan bij de herdenking van de Eerste Wereldoorlog die het afgelopen jaar duidelijk maakte dat er een enorme hoeveelheid muziek direct of indirect met die historische mijlpaal is verbonden. Mayer tilt die ervaring een oorlog verder naar een componist die tijdens de vorige al wereldvermaard was: Richard Strauss. De reputatie van Richard Strauss heeft tijdens het bewind van Adolf Hitler een flinke deuk opgelopen die vandaag de dag vergeten blijkt – zijn symfonisch gedicht Ein Heldenleben is in volle glorie hersteld. In 1945 werd Strauss geconfronteerd met de werkelijkheid van de oorlog, toen zijn villa in Garmisch in beslag dreigde te worden genomen door de Amerikaanse troepen. Een van de betrokken militairen was John de Lancie, eerste hoboïst van het orkest van Pittsburgh. Hij liet zich de kans niet ontnemen om met Strauss in contact te treden en hem de vraag te stellen of hij ooit had overwogen om een hoboconcert te schrijven. ‘Non' was de korte reactie van de componist (Strauss sprak geen Engels en De Lancie geen Duits – ze converseerden in het Frans). Kennelijk had de vraag een snaar geraakt, want op 26 februari 1946 vond in Zürich de première plaats van een nieuw hoboconcert van Richard Strauss. Op 17 september klonk het opnieuw in Londen tijdens de BBC Proms, ditmaal gespeeld door Léon Goossens, de broer van dirigent en componist Eugene Goossens, eveneens op deze cd vertegenwoordigd. Na deze uitvoeringen besloot Strauss tot een revisie van het slot van de partituur, die in het kort neerkomt op een uitbreiding van het coda (de slotmaten) van het laatste deel. Albrecht Mayer speelt hier de oorspronkelijke versie, een beslissing waarbij men vraagtekens mag zetten. De componist heeft het laatste woord en in dit geval wordt hem dat ontnomen - wonderlijk dat de toelichting hierover zwijgt.

Albrecht Mayer geeft deze cd de titel Longing for Paradise mee. Analoog aan Éclairs sur l'au-dela van Olivier Messiaen hebben we hier te maken met muziek die over de horizon van het menselijk bestaan heenkijkt naar het hiernamaals. Een gedroomde utopie waaruit troost kan worden geput, of een zekerheid waarin rotsvast kan worden geloofd. In het geval van Richard Strauss is er sprake van een gedroomde utopie. Strauss was een heel leven lang de man die een onbereikbaar verlangen in klank wist uit te drukken, getuige de talloze opera's waarin dat wordt uitgezongen door sopranen. Hier is het de hobo die een laatste poging mag wagen en doorbreekt naar een paradijs waar woorden hun betekenis verloren.

Maurice Ravel wilde Frankrijk dienen als soldaat, maar daarvoor was hij te klein. Omdat hij koste wat kost zijn bijdrage wilde leveren in de oorlog tegen zijn vaderland, reed hij nacht na nacht als chauffeur op een legertruck. Intussen stierven zijn vrienden aan het front, een trauma dat hij van zich afschreef in Le Tombeau de Couperin, een zesdelige pianosuite waarin Couperin het symbool van Frankrijk wordt en de afzonderlijke delen aan zes vrienden zijn opgedragen. Vier van de zes delen orkestreerde Ravel tot een Suite die tot zijn meestgespeelde werken behoort. Albrecht Mayer heeft zijn conclusie getrokken uit het feit dat de hobo een prominente rol speelt in deze partituur. Hij gaf de opdracht aan Joachim Schmeisser om Ravels orkestraties om te werken en aan te vullen met de ontbrekende fuga, het tweede deel van de oorspronkelijke pianoversie (het laatste deel van de pianoversie, de Toccata, wordt in alle orkestraties zorgvuldig vermeden).

Twee Britse werken vormen de onmisbare link. Een vergeten Soliloquy van Edward Elgar, ooit bedoeld als langzaam deel van een beoogd hoboconcert, en georkestreerd door Gordon Jacob. Mayer ziet het als een ‘opmaat voor het hondmoeilijke concert van Strauss'.

Sir Eugene Goossens maakte deel uit van een beroemde Belgische muziekdynastie: zijn vader en grootvader waren dirigent van de legendarische Carl Rosa Opera Company in Londen. Zijn broer Leon was een wereldvermaarde hoboïst, en zijn zusters Sidonie en Marie speelden harp. Het Hoboconcert opus 45, geschreven voor zijn broer Leon, is een werk dat beide Goossens vele malen samen hebben uitgevoerd, maar nooit opnamen. Leon maakte de eerste registratie voor EMI in 1949 met ‘huisdirigent' Walter Susskind. Daarna werd het stuk vergeten tot het Australische label ABC een overzichtsuitgave uitbracht op drie cd's, die hier is besproken.

Wanneer het om hobospelen gaat behoort Albrecht Mayer tot de absolute wereldtop. Wie de dvd Trip to Asia over de Berliner Philharmoniker heeft gezien weet dat hij heel wat heeft moeten overwinnen om die top te bereiken. Een inspirerende persoonlijkheid en een groot musicus vereend in een uiterst bescheiden mens. Bescheidenheid die hem niet verhindert om in de fotoshoot bij deze uitgave een acterende hoofdrol te vervullen, met aangepast driedelig kostuum, gleufhoed en een krul in de snor. Over de muzikale prestaties kunnen we kort zijn. Niet alleen zijn technische vermogen is van wereldklasse, zijn muzikale inzicht in deze partituren opent deuren naar nieuwe vergezichten. Met name in het concert van Richard Strauss, dat op papier zuinig is met agogische aanwijzingen, weet hij een weelde aan nieuwe details te ontdekken die je doen afvragen of hij misschien een kort lijntje had naar de componist in dat gedroomde paradijs.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links