CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, april 2019

 

Ma Mère L'Oye – Franse muziek voor piccolo en piano

Debussy: Bilitis
Durey: Fluitsonatine op. 25
Poulenc: Hobosonate
Koechlin: 14 Pièces op. 157b
Ravel: Ma Mère L'Oye (bewerking Alain Craens)

Peter Verhoyen (piccolo), Stefan De Schepper (piano)
Et'cetera KTC 1625 • 58' •
Opname: jan., febr., sept. 2018, Galaxy Studios, Mol (B)

 

Bovenstaande werken werden geen van allen geschreven voor de piccolo, het hoogste houten blaasinstrument in het symfonieorkest, waarvoor nauwelijks solistisch repertoire bestaat. Een lot dat de piccolo deelt met het laagste houten blaasinstrument, de contrafagot. De Fluitsonatine van Louis Durey (1888-1979), het onbekendste lid van de Groupe des Six laat zich gemakkelijk naar de piccolo vertalen, net als de hobosonate, de zwanenzang van Francis Poulenc (1899-1963), het bekendste lid van de Groupe. Hetzelfde geldt voor de Veertien stukken voor fluit en piano van Charles Koechlin (1867-1950), schepper van een kolossaal oeuvre, waarin de fluit een belangrijke rol speelt. Hier is geen sprake van transcripties – de noten van de piccolo klinken (doorgaans) alleen een octaaf hoger dan in de oorspronkelijke versie.

Anders wordt het met de beide overige werken, die een heel andere oorsprong hebben, en dus wel degelijk een kundige arrangeur behoefden. In het geval van ‘Bilitis voor piccolo en piano' worden we er in de toelichting niet wijzer op. Er wordt gesproken over de Six épigraphes antiques voor piano vierhandig, die ‘later in de 20 ste eeuw tweemaal werd bewerkt voor fluit en piano'. In werkelijkheid gaat het om de bewerking die de bekende fluitist en pedagoog Karl Lenski in 1990 maakte van de Six Épigraphes. Lenski doceerde in Brussel, en zal dus voor Verhoyen geen onbekende zijn geweest. De sprookjes van Moeder de Gans van Maurice Ravel werden eveneens geschreven voor piano vierhandig, en vrijwel direct georkestreerd. Uit de tracklist mogen we opmaken dat de bewerking werd gemaakt door Alain Craens (1957), maar de toelichting zwijgt over zijn bestaan – net als over de piccolo: het instrument wordt niet één keer genoemd, er wordt zelfs niet aan gerefereerd. Op de website van Alain Craens, componist, hoboist en conservatoriumdocent lezen we dat hij deze bewerking op verzoek van Peter Verhoyen heeft gemaakt.

Peter Verhoyen (1968) is in de eerste plaats ‘Solo Piccolo' bij het Antwerp Symphony Orchestra. Verder is hij mede-oprichter van het kamermuziekensemble Arco Baleno en docent piccolo aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Zijn partner op deze cd, pianist Stefan De Schepper doceert daar eveneens. Samen hebben ze een onderhoudend recital neergezet, dat met de grootste zorg is ontworpen, voorbereid en opgenomen, en dat in speeltechnisch opzicht niets te wensen overlaat. Sommige onderdelen zullen het in een live-situatie beter doen dan op cd. Ik denk dan aan Moeder de Gans, die voor diegenen die de orkestversie kennen (en daar hoort Verhoyen zelf ook bij) een paar veren verliest in deze reductie. Veel luisterplezier levert de altijd inventieve en originele muziek van Koechlin, hier in de vorm van veertien vignetten van minder dan een minuut. En de toch niet zo anonieme arrangeur van ‘Bilitis' blijkt een waardevolle aanwinst aan het fluit- (pardon, piccolo-) repertoire geleverd te hebben.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links