CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, maart 2020

Beethoven: Pianosonate nr. 30 in E, op. 109 – nr. 31 in As, op. 110 – nr. 32 in c, op. 111

Maurizio Pollini (piano)
DG 4838250 • 56' •
Live-opname: 27 september 2019, Herkulessaal, München

   

En altijd is het helder, zoals alle grote kunst helder is – zo helder zelfs, dat Roth hier en daar inkijkjes in de toekomst lijkt te geven, zoals Beethoven dat deed in de 32 ste sonate, opus 111, waar hij in het Ariette-deel opeens een minuut of twee voluit boogie-woogie speelt in een havencafé, en zo heel eventjes over zijn eigen eeuw heen in de volgende spiekt.
Tommy Wieringa over de schrijver Joseph Roth

Beethoven schiep in de laatste tien jaar van zijn leven tussen 1817 en 1827 een reeks pianosonates en strijkkwartetten die na bijna twee eeuwen onveranderlijk als modern op ons overkomen. Moderner dan veel van wat in de eerste decennia van de eenentwintigste eeuw gecomponeerd wordt. Veel muziekliefhebbers die dol zijn op de Mondscheinsonate zullen zich bij het aanhoren van de werken die aan zijn door doofheid geteisterde genie ontsproten in vertwijfeling afvragen ‘waar gaat dit in godsnaam over?' In bovenstaand citaat verwijst schrijver Tommy Wieringa naar de derde variatie uit het tweede deel van de Pianosonate opus 111. Niet iedereen zal hier ‘voluit boogie-woogie' horen, maar dat ligt voor een groot deel aan de pianist van dienst. Wanneer Ronald Brautigam dit werk op zijn historische fortepiano speelt begrijp je precies waar Wieringa het over heeft – om in zijn termen te blijven: het swingt de pan uit.

De Italiaanse meesterpianist Maurizio Pollini (1942) heeft de laatste pianosonates van Beethoven zo'n beetje tot zijn eigendom gemaakt. Hij nam ze voor het eerst op in het kader van zijn integrale registratie voor het label DG – de late sonates in 1975 en 1977 in de Musikvereinssaal te Wenen en de Herkulessaal te München onder studio-omstandigheden. In de jaren daarna duiken live-optredens op uit (onder veel andere) Salzburg (1995), Tokyo (1997, dvd), Luzern (2012) en Amsterdam (2019) – deels te vinden op YouTube. Een groot deel van de sonates werd in de afgelopen twintig jaar door Pollini opnieuw vastgelegd in digitale techniek, eveneens voor DG, maar daaraan ontbraken tot nu de laatste drie sonates. Pollini geeft er de voorkeur aan om dit repertoire live op te nemen, omdat hij van mening is dat de interactie met het publiek iets wezenlijks toevoegt dat onder studio-omstandigheden moeilijk te realiseren is.

Deze registratie werd gemaakt in de Herkulessaal te München, een grote bak die voor dit doel een maatje te groot is. Degenen die er bij waren zullen ademloos genoten hebben, want Pollini demonstreert hier als 77-jarige een verbluffend staaltje virtuositeit en een superieur inzicht in een klinkend labyrint waarin hij feilloos de weg kent. Wanneer hij emotioneel wordt meegesleept heeft hij de neiging om te gaan meezingen, en dus kan de microfoon niet al te dicht bij de geluidsbron worden gehangen. Het gevolg is dat de ruime zaalakoestiek een woordje gaat meespreken, waardoor het klankbeeld in de luide en snelle passages – en die zijn er heel veel – vertroebelt. Bovendien heeft Pollini – begrijpelijk – de neiging om ook de achterste rij te willen bedienen, waardoor de subtiele pianissimi waarmee hij in de studio diepe indruk maakte, hier ontbreken. De baskant van het klavier wordt door Pollini bepaald niet met handschoenen aangepakt, en daarin schuilt het bezwaar dat er een textuur ontstaat die Beethoven al zijn leven niet gehoord kan hebben – doof of niet. Samenvattend zou men zich kunnen voorstellen dat de concertbezoeker van destijds bij het terughoren van deze opnamen enigszins wordt teleurgesteld, maar dat komt vaker voor.

U wilt nu weten of bovengenoemde passage bij Pollini ook ‘de pan uit swingt' en het antwoord is volmondig ja. Zij het dat Brautigam swingt met luim en Pollini met ernst.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links