CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, februari 2016

 

Beethoven: Pianoconcert nr. 4 in G, op. 58 - nr. 5 in Es, op. 73 (Keizersconcert)

Hannes Minnaar (piano), The Netherlands Symphony Orchestra o.l.v. Jan Willem de Vriend

Challenge Classics CC72672 70' (sacd)

Opname: mei 2014, Muziekcentrum Enschede

   

Hoe zit het eigenlijk met Beethoven en de Nederlandse concertpianist? Het is een vraag die niet gesteld behoeft te worden uit misplaatst chauvinisme, maar uit eerlijke nieuwsgierigheid naar een stukje muzikale geschiedsschrijving. Het verschijnen van deze cd wakkert die nieuwsgierigheid alleen maar aan. Hannes Minnaar (1984) is pas de derde pianist in de vaderlandse muziekhistorie die gevraagd is voor een integrale opname van Beethovens Pianoconcerten. Alleen Cor de Groot (1914-1993) en Ronald Brautigam (1954) gingen hem daarin voor. Enig speurwerk in het onvolprezen online archief van het Koninklijk Concertgebouworkest levert een aardig beeld op. In de eerste helft van de twintigste eeuw zijn er twee Hollandse klavierleeuwen die eruit springen: Willem Andriessen (1887-1964) en Cor de Groot. Andriessen speelde daar tussen 1918 en 1958 maar liefst 22 keer het Vierde pianoconcert, terwijl de Groot tussen 1937 en 1957 tekende voor 16 uitvoeringen van het Vijfde. Dat hadden er nog veel meer moeten worden wanneer de Groot niet gedwongen was geweest te stoppen met concerteren - na 1958 kon hij alleen nog zijn linkerhand gebruiken.
Zo'n staatje confronteert ons genadeloos met het feit dat er meer dan een halve eeuw nauwelijks een Nederlandse pianist is geweest die in de Van Baerlestraat de twee meest populaire concerten van Beethoven mocht uitvoeren met 's lands belangrijkste orkest. Pas in 2013 viel de eer weer te beurt aan Hannes Minnaar. Wat niet wil zeggen dat er intussen geen Nederlandse pianisten optraden bij het Concertgebouworkest. Menigeen zal goede herinneringen hebben aan George van Renesse, Jan Wijn en Theo Bruins (de drie Bartókconcerten!), om maar een paar namen te noemen. Inzake Beethoven moeten we daar uiteraard Ronald Brautigam aan toevoegen, die wat betreft zijn discografische bijdrage na Cor de Groot de absolute koploper is, met een integrale van zowel de concerten als de sonates voor het label BIS, verschenen tussen 2003 en 2010. Met het KCO speelde Brautigam alleen het Tweede pianoconcert.

Hannes Minnaar maakte in 2013 zijn debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest met Beethovens Vierde pianoconcert. Een dappere keuze, die uiteraard voorafgegaan werd door optredens bij andere orkesten. Jan Willem de Vriend was een van de dirigenten die hij daarbij ontmoette en zo ontstond bij De Vriend en het label Challenge de wens om de succesvolle registratie van de complete Beethovensymfonieën een vervolg te geven. De eerste aflevering ligt sinds medio 2015 in de winkels, februari 2016 verschijnt deel twee met de beide eerste concerten. Het droeve nieuws over de financiële problemen van het Enschedese orkest en het daaraan verbonden vertrek van De Vriend zal wellicht voor enige stagnatie in de afronding zorgen. Gelukkig vertrekt De Vriend niet uit Nederland, maar naar het Residentieorkest, waar hij zijn wensen inzake de samenwerking met Minnaar ongetwijfeld nieuwe impulsen kan geven.
Want laten we vooropstellen dat deze openingszet een vervolg dubbel en dwars verdient. Hier wordt niet zomaar nog eens een opname afgeleverd die leuk verkoopt bij de concerten van de solist, dit is een uitgave waarin de eer in gelijke mate verdeeld wordt tussen solist, dirigent en orkest. We kennen Jan Willem de Vriend als een man met een geheel eigen klankvoorstelling wanneer het om Beethoven gaat, en hier wordt dat opnieuw bevestigd. Om te beginnen door de strijkersklank die weliswaar vibratoloos is, maar nooit ijzig en steriel wordt. Een mooi voorbeeld van die uniciteit leveren de gesplitste altviolen in de finale van het vierde concert, zo rond 5:30. Hoorns en trompetten spelen op ventielloze instrumenten, en ook dat levert karakteristieke momenten op, met name in het hoornvriendelijke Es-groot van het vijfde concert. De pauken sluiten daarbij naadloos aan, al heb ik wel mijn bedenkingen bij de holle klank in de lege zaal, die gevuld toch net iets beter geschikt is als opnamelocatie.

Beethoven zelf schreef de nodige cadenzen voor zijn panoconcerten, en bij de meeste uitvoeringen worden die ook gebruikt, waardoor de luisteraar nauwelijks voor verrassingen komt te staan. In het geval van het vierde concert vervaardigde de componist voor het eerste deel een tweede alternatieve cadens, die in de praktijk weinig wordt gebruikt, maar hier door Hannes Minnaar is verkozen (Pierre-Laurent Aimard doet hetzelfde in zijn registratie met Harnoncourt). Een tikje slordig dat deze infornatie niet in het boekje is opgenomen.

Er is nog een bijzonder aspect aan deze opname, en dat betreft de stemming van de piano. Het zal veel luisteraars nauwelijks opvallen, maar het colofon maakt melding van de moeite die pianostemmer Gerben Bisschop zich getroost heeft om een historisch aangepaste stemming te verwezenlijken. Dat wil zeggen dat de traditionele gelijkzwevende stemming hier enigszins verschoven is in de richting van de oude middentoonsstemming, waardoor bepaalde akkoorden zuiverder klinken dan we gewend zijn. Een goed moment om dat te constateren is het langzame deel van het vierde concert. Wanneer u dat beluistert zal het tevens opvallen dat De Vriend het strijkorkest hier bepaald bruusk laat spelen - een groter contrast met de smekende pianoklank is niet denkbaar. Hier gaat Orpheus letterlijk op de knieën om zijn geliefde Euridice terug te mogen halen.

Blijft over de prestatie van Hannes Minnaar. Over zijn technische capaciteiten hoeven we het niet te hebben, de recente uitgave van de Pianotrio's van Mendelssohn die ik hier besprak bewees al dat geen virtuoze zee hem te hoog gaat. Een optreden met dit orkest en deze dirigent in het Derde Beethovenconcert, onlangs in Tivoli-Vredenburg, bewees dat hij voor een volle zaal exact dezelfde kwaliteit levert. De diepdoorvoelde toegift aldaar, een Bachbewerking die hij opdroeg aan zijn onlangs overleden orgeldocent Jacques van Oortmerssen, maakte duidelijk dat hij een groot scala aan poetische nuances tot zijn beschikking heeft. In Beethoven komen al die kwaliteiten perfect bij elkaar, met als laatste bindende factor nog één onmisbare eigenschap. Totale dienstbaarheid aan de muziek.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links