CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juni 2011

 

 
 

Bach: Brandenburgse Concerten en Ouvertures – Alternatieve versies

Brandenburgs Concert nr. 2 in F, BWV 1047a – nr. 5 in D, BWV 1050a – Klavecimbelconcert in F, BWV 1057 (naar Brandenburgs Concert nr. 4 in G) - Ouverture nr. 2 in b, BWV 1067 – nr. 3 in D, BWV 1068 - nr. 4 in D, BWV 1069

Apollo Ensemble: Marion Boshuizen (klavecimbel), Hans-Martin Rux (trompet), David Rabinovich (viool), Ofer Frenkel (hobo), Annelies Schraa en Reine-Marie Verhagen (blokfluit), Kate Clark (traverso), Sergej Istomin (cello).

Centaur CRC 3067 • 45 • (Brandenburgse Concerten)

Centaur CRC 3083 • 68 • (Ouvertures)

www.apollo-ensemble.nl

 


De argeloze luisteraar die een van deze cd’s in zijn speler heeft gelegd zal zich verwonderd afvragen waar het orkest is gebleven. Toegegeven, Bachs orkestrale krachten in deze werken waren bescheiden genoeg, maar wat we hier horen is een ensemble van op zijn hoogst negen en op zijn minst drie musici. Dat ensemble is het Apollo Ensemble, bescheidenbegonnen met een trio: Marion Boshuizen (baroktoetsen), Annelies Schraa (blokfluit) en Thomas Oltheten (fagot). Inmiddels heeft uitbreiding plaatsgevonden en is de muzikale leiding in handen van violist David Rabinovich. Rabinovich kwam in 1994 van Novosibirsk naar Den Haag, om zich aan het Koninklijk Conservatorium te bekwamen in het barokke vioolspel. Hij is een gewaardeerde kracht in diverse barokorkesten, maar zijn passie ligt bij de kamermuziek. Het Apollo Ensemble is duidelijk een plek waar hij zich kan uitleven.

Het Apollo Ensemble

Dat er alternatieve versies bestaan van heel veel werken van Johann Sebastian Bach is geen nieuws. In sommige gevallen voer voor musicologen, in andere gevallen een stimulus voor uitvoerenden. In het geval van de Brandenburgse Concerten worden beide categorieën bediend. Hoewel de noten van het tweede en het vijfde concert in deze vroege versies niet dramatisch verschillen van de definitieve uitgave, klinken ze hier toch heel anders. Dat komt door de bezetting en door de gebruikte toonhoogte. Apollo heeft gekozen voor een enkelvoudige bezetting, en daardoor klinkt het Tweede Brandenburgs Concert in deze lezing als een Concerto da Camera, een genre dat we inmiddels maar al te goed hebben leren kennen door de ontginning van het oeuvre van Antonio Vivaldi. De toonhoogte is een wat technisch verhaal, dat er op neerkomt dat we de muziek op deze cd’s ongeveer een hele toon lager horen dan wat onze moderne oortjes gewend zijn.

Het Vijfde Brandenburgs Concert, voor traverso, viool en klavecimbel verschilt op papier in deze gedaante eveneens niet dramatisch van de gedrukte versie. Het grote verschil ligt in de omvang van de klavecimbelcadens van het eerste deel. Die is in de uiteindelijke publikatie van monumentale omvang – een inspiratie voor de cadensen in de pianoconcerten van Mozart en Beethoven. Er is veel geschreven over de baslijn in het stuk – moet daar nu wel of niet een cello worden toegevoegd aan de voorgeschreven violone (= contrabas). Het begeleidende boekje maakt er helaas een potje van: in een verwijzing naar de invulling van de baspartij wordt gesuggereerd dat hier een contrabas is ingezet in plaats van een cello. Aan deze opname doet echter geen contrabas mee, integendeel: het tweede deel wordt simpelweg gespeeld zonder lage strijkers. We horen alleen de drie solisten, en de baspartij van het klavecimbel heeft die versterking helemaal niet nodig. Een prachtig intiem moment. Het Vierde Brandenburgs Concert tenslotte, werd door Bach zelf hergebruikt in zijn klavecimbelconcert BWV1057. De oorspronkelijke vioolsolo verlegde hij naar het klacecimbel, en de toonsoort verschoof een hele toon naar beneden, van G naar F.

De cd met ouvertures (ze worden vaak ook orkestsuites genoemd) biedt een volstrekt nieuwe kijk op deze topstukken uit het barokke repertoire. De Tweede Suite voor fluit en strijkorkest wordt hier een vioolsolo met begeleiding van strijkkwartet en klavecimbel. Onherkenbaar en intrigerend. De Derde Suite met zijn onsterfelijke Air ‘on the g-string’ is alle ballast kwijt: verdwenen zijn de trompetten, de pauken en de hobo’s, gebleven is de simpele blauwdruk voor een strijkkwartet en klavecimbel. De Vierde heeft zijn trompetten en pauken verloren, en dus luisteren we hier naar de grootste bezetting van het Apollo Ensemble, drie hobo’s, fagot, strijkkwartet en klavecimbel. Wat blijft knagen is de afwezigheid van de contrabas, zelfs wanneer je gewend bent geraakt aan het ontbreken van ‘de orkestpartij’.

De mannen en vrouwen van Apollo voelen zich hoorbaar thuis in dit repertoire. De kleine bezetting maakt het mogelijk om met nieuwe ogen te kijken naar tempokeuzes en articulatie. Het ontbreken van een ‘zware onderkant’ brengt deze muziek ineens een stuk dichter bij de wereld van het strijkkwartet. Je realiseert je door deze benadering dat Bach dan weliswaar geen strijkkwartetten in de gangbare zin heeft geschreven, maar deze beide schijfjes tonen aan hoe weinig wij weten van de grote meester.

De opnamen werden gemaakt in de zo langzamerhand wereldberoemde Doopsgezinde Kerk te Deventer. Apollo fagottist Thomas Oltheten dubbelde als technicus, Bert van Dijk was verantwoordelijk voor de opname.

De cd met de Brandenburgse Concerten is met 46 minuten niet bepaald royaal uitgevallen; daar hadden nog een paar alternatieve versies van delen uit het eerste en het derde Brandenburgs Concert bij gekund. Dat het er niet van is gekomen heeft ongetwijfeld financiële oorzaken, want gebrek aan enthousiasme kun je deze bevlogen musici niet verwijten.

Het label Centaur is gevestigd in Baton Rouge, Louisiana, midden in de Missisippi-delta. Het Apollo Ensemble ontstond op de bodem van de drooggelegde Zuiderzee. Een intrigerende samenloop van omstandigheden. Zou de achternaam van Johann Sebastian daar iets mee te maken hebben? Hoe dan ook, Apollo heeft gezorgd voor twee nieuwsgierigmakende cd’s met prikkelend repertoire.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links