CD-recensie

 

© Paul Korenhof, februari 2024

Verdi: I Lombardi alla prima crocciata

Nino Machaidze (Giselda), Réka Kristóf (Viclinda), Piero Pretti (Oronte), Galeano Salas (Arvino), Miklós Sebestyén (Pirro), Gabriele Pertusi (Pagano), Ruth Volpert (Sofia), Nikolaus Pfannkuch (Priore della città di Milano), Andrea Burkhart (Acciano)
Chor des Bayerischen Rundfunks
Münchner Rundfunkorchester
Dirigent: Ivan Repusic
BR Klassik 900351 (2 cd's)
Opname: München, 23 april 2023

 

Verdi's vierde opera blijft een merkwaardig werk. Muzikaal staat de partituur nog dicht bij die van zijn voorganger Nabucco, maar ondanks het feit dat de librettist dezelfde was, Temistocle Solera, is het werk dramatisch tamelijk onevenwichtig. Zelfs zodanig dat de eerste akte en de drie daarop volgende bedrijven bijna twee verschillende opera's vormen (met ook twee verschillende tenoren!). Enerzijds is daarom begrijpelijk dat Verdi het werk vier jaar later fiks reviseerde voor de Parijse Opéra, anderzijds moet ik bekennen dat ik altijd weer gecharmeerd raak van de spontaneïteit die in deze partituur keer op keer de kop opsteekt en waardoor de Milanese I Lombardi mij dichter aan het hart ligt dan de Parijse Jérusalem.

Die spontaneïteit en de opwindendste momenten in de partituur associeer ik vooral met Giselda, een extraverte sopraanpartij die vooruitloopt op Odabella in Attila, en die in de handen van zangeressen als Renata Scotto, Cristina Deutekom, Silvia Sass en Ghena Dimitrova zorgde voor operavuurwerk van de eerste orde. Bij de concertante uitvoering door het ensemble van de Beierse radio (hier akoestisch fraai en zonder applaus weergegeven) was die rol in handen van Nino Machaidze, een lyrische sopraan voor wie ik grote bewondering heb en ooit een sublieme Juliette in Gounod's Roméo et Juliette .

Haar aandeel in het duet met Oronte en in het benaamde trio met Oronte en Pagano klinkt ook mooier dan in de vertolkingen van bijvoorbeeld Sass en Dimitrova, soms bijna betoverend, maar een overtuigende Giselda is zij niet. Zij zingt prachtig, haar stem heeft nog altijd die romige lyriek, over haar techniek en haar tekstbehandeling geen kwaad woord, maar haar zang is net een fractie te introvert en ik mis de echte Italiaanse dramatiek die in het bijzonder de cabaletta 'Giusta causa' (finale II) met haar gepassioneerde roulades tot zo'n opwindend hoogtepunt kan maken.

Over het geheel genomen is het echter een voortreffelijke uitvoering van een opera die geen echte sterren nodig heeft om te overtuigen. Piero Pretti is geen Bergonzi of Pavarotti, maar wel een muzikale, aangenaam klinkende en slank getimbreerde lirico spinto die nergens forceert, en de bas Michele Pertusi is een sonore Pagano. niet echt vilein in het eerste bedrijf maar bijzonder overtuigend als tot naastenliefde bekeerde kluizenaar. Arvino en Viclinda zijn goed bezet met de tenor Galeano Salas en de sopraan Réka Kristóf, en met de kleinere rollen mee staat hier een voortreffelijk ensemble op het podium.

Dirigent Ivan Repusic heeft merkbaar affiniteit met de jonge Verdi, wat ook blijkt uit het feit dat dit na Luisa Miller, I due Foscari en Attila zijn vierde opname in deze serie is (de vorige zijn mij helaas ontgaan). Het koor had misschien iets meer italianità kunnen gebruiken, maar is bijzonder fraai van klank, evenals het Münchner radio-orkest, en de technici van de Bayerische Rundfunk hebben het geheel voortreffelijk vastgelegd. Een libretto ontbreekt, maar wel biedt het cd-boekje een uitstekende, helder in scènes opgesplitste synopsis.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links