CD-recensie

Opera Rara jubileert (2)

Driemaal Rossini

 

© Paul Korenhof, maart 2022

Rossini: Ermione
Carmen Giannattasio (Ermione), Rebecca Bottone (Cleone), Patricia Bardon (Andromaca), Victoria Simmonds (Cefisa), Paul Nilon (Pirro), Graeme Broadbent (Fenicio), Loïc Félix (Attalo), Cloin Lee (Pilade)
London Philharmonic Orchestra
Dirigent: David Parry
Opname: Londen, maart 2009

Rossini: La donna del lago
Kenneth Tarver (Giacomo V), Robert Gleadow (Douglas d'Angus), Gregory Kunde (Rodrigo di Dhu), Carmen Giannattasio (Elena), Patricia Bardon (Malcolm Groeme), Francesca Sassu (Albina), Mark Wilde (Serano, Bertram)
Edinburgh Fesival Chorus
Scottish Chamber Orchestra
Dirigent: Maurizio Benini
Opname: Edinburg, 18 augustus 2006

Rossini: Bianca e Falliero
Majella Cullagh (Bianca), Jennifer Larmore (Falliero), Barry Banks (Contareno), Ildebrando d'Arcangelo (Capellio), Gabriella Colecchia (Costanza), Simon Bailey (Priuli), Ryland Davies (Pisani)
Geoffrey Mitchell Choir
London Philharmonic Orchestra
Dirigent: David Parry
Opname: Londen, november 2000

 

Na de eerste uitgave ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van Opera Rara met drie minder bekende opera's van Donizetti (klik hier) volgde een tweede, ditmaal met werken van Rossini. De presentatie is identiek: cd's met simpele hoesjes in een kartonnen doosje en een cd-boekje met rolverdelingen, synopses en tracklijsten plus een algemene toelichting, ditmaal onder de titel Experimental Rossini . De libretti kunnen weerom tweetalig (Italiaans-Engels) worden gedownload van de site van Opera Rara (of via aanvrage per e-mail); het overzichtelijk afdrukken daarvan (ik adviseer A5) is een peuleschil.

Ermione
Als één opera roept, nee, schrééuwt om Callas, is het Ermione , ooit Rossini's grootste flop maar als muziekdrama zonder meer zijn interessantste en eigenzinnigste werk, veel meer nog dan Maometto Secondo. Dat begint al met een ouverture die geen ouverture wordt omdat halverwege het koor ingrijpt, terwijl de aria's de traditionele schema's soms met de voeten treden. Ook in de ensembles maakt de componist (met hulp van librettist Andrea Leone Tottola) de vorm volledig ondergeschikt aan de dramatische situatie en niet omgekeerd, zoals in de toenmalige operawereld gebruikelijk was.

Voeg daarbij een hoofdrol die in groeiende waanzin en hysterie Medea in de schaduw stelt - zoals heel Rossini's 'azione tragica' de 'tragédie lyrique' van Cherubini naar het tweede plan verwijst - plus het feit dat de titelrol een enerverend staaltje bel canto vereist, en mijn opmerking over Callas is begrijpelijk. Het feit dat Rossini zijn muziek constant aan de situatie aanpast en er kennelijk niet op uit is zijn publiek met conventionele, oorstrelende aria's in vervoering te brengen, moet het Napolitaanse publiek in 1819 volledig in het verkeerde keelgat zijn geschoten.

Wat zeker ook meespeelt is het feit dat de inhoud niet in een paar woorden is na te vertellen alsook het feit dat - afgezien van de ongelukkige Andromaca - geen van de personages echt sympathiek overkomt. Dat alles maakt het begrijpelijk dat het werk anderhalve eeuw lang weinig interesse wekte, maar ook dat moderne uitvoeringen steeds een opmerkelijk enthousiasme oproepen. Je zou verwachten dat theaters nu staan te trappelen om het werk uit te voeren, maar dat valt tegen en één blik op de partituur verklaart waarom: breng maar eens een ensemble bij elkaar dat dit werk op het juiste niveau kan uitvoeren! Daar is nog wel iets meer voor nodig dan alleen maar 'een Callas'.

Als de dag van gisteren herinner ik mij hoe ik ooit na een concertante uitvoering met Montserrat Caballé en Chris Merritt trillend van opwinding naar buiten kwam, maar dat gevoel werd zeker niet opgeroepen door de saaie opname Erato-opname onder Claudio Scimone met de brave titelrol van Claudia Gasdia. Een live-opname uit Pesaro met wederom Caballé en met Marilyn Horne as Andromaca kwam beter van de grond, maar was technisch niet optimaal, en lange tijd kwam het werk het beste tot zijn recht dankzij een dvd uit Glyndebourne met Anna Caterina Antonacci, Diana Montague en een drietal overtuigende, zij het vocaal niet altijd vlekkeloze tenoren.

Waar het dramatiek en spanning betreft, bleek veertien jaar later de opname van Opera Rara onder een zichzelf overtreffende David Parry een schot in de roos. Na de concertante uitvoering een jaar eerder had ik nog enige bedenkingen, maar kennelijk is er nadien hard gewerkt om het geheel overtuigend(er) op de cd te krijgen. Carmen Giannattasio is eigenlijk iets te licht en lyrisch voor de titelrol, maar naarmate het werk vordert, groeit zij in de dramatiek van haar rol en in de bloedstollende opening van de slotscène doet zij nog maar weinig onder voor Antonacci.

Duidelijke groei zat ook in de warme lyriek en de virtuoze zang van Patricia Bardon als haar rivale Andromaca die hier alle moeite moet doen om haar zoontje uit haar huwelijk met de Trojaanse prins Hector uit de moordzuchtige handen van de Griekse vorsten te houden. De tenoren, vocaal het grote probleem van deze opera, komen eveneens goed uit de verf. Zij laten ook duidelijk het onderlinge verschil horen met Colin Lee in de stratosfeerisch geschreven rol van Oreste en Paul Nilon als de virtuoze maar toch duidelijk voor 'baritenor' geschreven Pirro. En als uiteindelijk toch niet ieder nootje perfect klinkt, is hun dat van harte vergeven. In deze partituur hoort het drama voorop te staan, en dat doet het hier wel degelijk.

La donna del lago
Anders ligt dat bij de in hetzelfde jaar en eveneens op een libretto van Tottola geschreven La donna del lago, een absoluut hoogtepunt uit Rossini's Napolitaanse periode en muzikaal mijn favoriet onder diens serieuze opera's. Dat laatste hangt nauw samen met de sfeer van de partituur met daarin een opmerkelijke rol voor de houtblazers, maar zeker ook met schitterend uitgewerkte vocale lijnen. Zonder één uitzondering behoren de aria's en duetten in deze opera tot de fraaiste voorbeelden van 19de-eeuws bel canto en alleen al de combinatie van deze opera met Ermione maakt deze box een 'must' voor de liefhebber.

Als de door meerdere mannen begeerde heldin uit Walter Scott's versroman The Lady of the Lake is Carmen Giannattasio hier helemaal op haar plaats. Lyriek en persoonlijkheid gaan in haar vertolking samen met een hartveroverende virtuositeit die altijd in dienst staat van de zang en nooit als 'show' overkomt. Daarbij ontplooit zij in de lagere regionen het warme timbre dat doet begrijpen waarom de rol favoriet is bij een mezzosopraan als Joyce DiDonato, die Elena min of meer tot haar visitekaartje heeft gemaakt, maar op haar Amerikaanse collega heeft zij voor dat haar uitstraling meisjesachtiger en minder 'sophisticated' is.

Als Malcolm ontplooit Patricia Bardon dezelfde kwaliteiten die wij al in Ermione hoorden en het enige wat ik een beetje mis in haar zang, is de vocale flair waarmee bijvoorbeeld Marilyn Horne deze travestierol een mannelijke 'panache' verleende. Absoluut uitmuntend zijn de beide tenoren, Kenneth Tarver als een elegante Schotse koning Giacomo (James) V en Gregory Kunde als de - ook in zijn coloraturen en hoge tonen - onversaagde Rodrigo di Dhu, de leider van de Schotse Highlanders.

Dankzij de samenwerking met het Edinburgh International Festival horen we hier het door Maurizio Benini geleide Scottish Chamber Orchestra dat Rossini's partituur tot in de kleinste details met glans weergeeft. Aan de sfeer van het geheel draagt bij dat dit een live-opname uit de akoestisch fraaie Usher Hall is geweest, uitermate fraai vastgelegd met een absoluut minimum aan bijgeluiden.

Bianca e Falliero
Een natuurlijke derde in deze box zou Edoardo e Cristina zijn geweest, de opera die Rossini eveneens op een libretto van Tottola tussen Ermione en La donna del lago in voor Venetië schreef. In plaats van die titel, die nog ontbreekt in de catalogus van Opera Rara, vinden we de enige offiële opname van Bianca e Falliero, ossia Il consiglio dei tre , een opera seria op een libretto van Felice Romani die op 26 december 1819 in de Scala in première ging. (Mij is verder alleen een 'grijs' uitgegeven opname van de RAI uit Pesaro bekend met in de hoofdrollen Katia Ricciarelli en Marilyn Horne.)

Die Scala-première was waarschijnlijk ook de oorzaak van het feit dat het werk onder kenners minder hoog wordt ingeschaald dan de beide voorgaande opera's. In 'zijn eigen' theater in Napels kon Rossini experimenteren en nieuwe wegen inslaan, maar bij een opdrachtwerk van de Scala moest hij zich aanpassen aan het conservatieve Milanese publiek. Het leidde tot een traditionele opera seria naar de smaak van die tijd en aangepast aan de beschikbare solisten, waardoor bijvoorbeeld de 'schurk' in het stuk, die het liefdeshuwelijk van zijn dochtere wil verhinderen, werd geschreven voor een virtuoze tenor.

Dat laatste is meteen een probleempje bij de opname van Opera Rara. Een bas overtuigt nu eenmaal makkelijker als schurk dan een tenor en dat gaat zeker op als de meedogenloze Contareno, de vader van Bianca, gezongen wordt door de uitmuntende maar veel te sympathiek klinkende Barry Banks. Niet alleen op dat punt overtuigt de radio-opname uit Pesaro met een soms vileine Chris Merritt mij meer, maar ook waar het Bianca zelf betreft. Majella Cullagh is een sopraan met een bewonderenswaardige techniek, maar haar stem heeft lang niet de zeggingskracht die ik hoor bij Ricciarelli. Naar de eerste luister ik vol bewondering, maar de tweede doet mij ook iets.

Opera Rara wint het echter als het gaat om de tweede hoofdrol. Marilyn Horne is een groot zangeres, maar als jonge minnaar overtuigt zij mij hier minder dan Jennifer Larmore die bovendien bewijst dat een echte mezzosopraan in feite een donkere sopraan is die moeiteloos een hoge C zingt. Dit in tegenstelling tot de vaak als mezzosopraan geafficheerde alt Marilyn Horne, die in 1986 in Pesaro haar rol moest transponeren. Een sterk punt is ook de bas Ildebrando d'Arcangelo als de senator die vader Contareno prefereert als echtgenoot voor zijn dochter. Groot is zijn rol niet, maar als het erop aankomt, is hij wel duidelijk aanwezig!

Een ander pluspunt van Opera Rara is de absolute volledigheid, ook al betreft het verschil slechts enkele recitatieven, en natuurlijk de opnameklank. De RAI-opname klinkt goed, dat zonder meer, maar biedt toch niet die glanzende en gedetailleerde orkestklank die we horen van het Londen Philharmonic Orchestra onder leiding van David Parry. En dat alles horen we hier in een fraaie studio-opname zonder publiek en andere bijgeluiden.

 


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links