CD-recensie

Problematische debuut-cd

 

© Paul Korenhof, december 2013

 

Marina Rebeka - Mozart Aria's

Idomeneo 'O smania!... D'Oreste, d'Ajace' 'Estinto è Idomeneo... Tutte nel cor vi sento' - Le nozze di Figaro 'Porgi amor' - 'E Susanna non vien... Dove sono' - Don Giovanni 'Crudele... Non mi dir' - 'In quali eccessi... Mi tradì' - Die Zauberflöte 'Der Hölle Rache' - 'O zittre nicht' - 'Ach, ich fühl's' - Die Entführung aus dem Serail 'Martern aller Arten'

Marian Rebeka (sopraan), Royal Liverpool Philharmonic Orchestra o.l.v. Speranza Scappucci

Warner Classics 6154972

Opname: maart 2013, Liverpool

   

De in Riga geboren sopraan Marina Rebeka heeft de afgelopen paar jaren naam gemaakt in een repertoire van lyrische (coloratuur)rollen, maar als Mathilde in Guillaume Tell bij De Nederlandse Opera kon zij mij niet helemaal overtuigen. Zangtechnisch stond haar vertolking op hoog niveau, maar haar soms wat kille timbre sloot voor mij niet helemaal aan bij de romantiek van Rossini's partituur en de volwassen vrouwelijke warmte die Mathilde moet uitstralen. Bovendien miste ik een beetje het gevoel voor de Franse zangstijl, al moet ik toegeven dat zij op dat punt niet alleen stond, maar het grootste probleem was haar verstaanbaarheid, wat extra opviel omdat haar belangrijkste tegenspeler, de tenor John Osborn, juist op dat punt redelijk hoge ogen gooide, zeker voor een zanger die niet van huis uit Franstalig is.
Laat ik daar meteen aan toevoegen dat verstaanbaarheid steeds meer een algemeen probleem lijkt te worden met bij DNO als dieptepunt van de afgelopen maanden de Frans-Canadese Karina Gauvin in de titelrol van Gluck's Armide. Absoluut onverstaanbaar was zij nog net niet, want van haar grote slotmonoloog verstond ik zowaar zelfs vier hele woorden! Hoe het moet - en ook kan! - bewezen in diezelfde voorstelling twee perfect (Frédéric Antoun) of in ieder geval uitstekend (Sébastien Droy) articulerende Franse tenoren, alsmede een tiental internationale solisten die ook stuk voor stuk beter verstaanbaar waren.

Bij de cd met Mozart-aria's waarmee Marina Rebeka zich hier presenteert, struikelde ik al in de eerste aria, Elettra's 'D'Oreste, d'Ajace' ( Idomeneo ), over hetzelfde euvel. Een recitatief vóór een aria dient om duidelijk te maken wat er aan de hand is, maar hier versta ik niet veel meer dan af en toe een paar woorden, te weinig om duidelijkheid te verschaffen, en met de aria zelf verging het mij nog slechter. Het tweede deel, vanaf 'Squarciatemi il core', lijkt zelfs meer een soort vocalise. Medeklinkers worden niet of onvoldoende gearticuleerd en het onderscheid tussen de klinkers is (te) gering, zodat uiteindelijk alleen de woorden 'un ferro il dolore' soms te verstaan zijn. Ook bij de aria's van de gravin uit Le nozze di Figaro is meelezen soms noodzakelijk, tenzij we natuurlijk alleen naar de muziek willen luisteren, en bij die van Donna Anna en Donna Elvira uit Don Giovanni lijkt het zelfs nog een graadje erger.
Duits ligt de zangeres kennelijk beter. De drie aria's uit Die Zauberflöte (zowel de twee van de Koningin van de Nacht als die van Pamina) en Konstanze's 'Martern aller Arten' uit Die Entführung aus dem Serail zijn in ieder geval beter te volgen, al komt daar een herhaalde frase als 'Des Himmels Segen belohne dich' toch soms in de buurt van 'jodelen' op de klinkers van 'belohne dich'.

Muzikaal scoort Rebeka beter, al blijf ik haar timbre koel en haar zang te afstandelijk vinden, maar als de tekst zo weinig aandacht krijgt, schiet onvermijdelijk ook de overdracht van emoties te kort. Haar Elettra mist vuurwerk en in 'Der Hölle Rache' worden de woorden van de Koningin van de Nacht niet als scherpe pijlen op de arme Pamina afgevuurd, maar lijkt het of zij alleen maar zingt om het publiek te laten horen hoe goed zij dat kan. Bij gravin Almaviva heb ik ook geen moment het idee dat zij weemoedig terugdenkt aan gelukkiger tijden,
Donna Anna's prachtig introverte muzikale lijnen worden een aaneenschakeling van redelijk mooi gezongen noten met weinig diepte en de complexiteit van Donna Elvira horen we alleen terug in een poging variaties in de timbrekleur aan te brengen. Eigenlijk krijgen op deze cd alleen Pamina en Konstanze voldoende reliëf om emotioneel een beetje te overtuigen, hoewel ik bij Pamina toch niet het gevoel heb dat hier een diepbedroefd meisje heel introvert en in betoverende lijnen haar gedachten hoorbaar maakt.

Zangtechnisch staat Marina Rebeka haar mannetje, hoge tonen kan zij er trefzeker uit gooien en coloratuurreeksen worden kundig gerealiseerd, maar aan haar legato, haar trillers en het exact vasthouden van een toon kan nog gesleuteld worden. In bravourerollen zal zij zeker grote successen boeken, maar toch kan op het punt van stemkleuren, controle van het timbre en expressiviteit een goede coaching geen kwaad - en zoals gezegd: aan dictie, articulatie en tekstbehandeling valt nog heel veel te verbeteren.
Jammer blijft dat jonge solisten zich meteen met een hele cd moeten presenteren, zeker als zij daarbij niet de steun hebben van een ervaren dirigent. Speranza Scappucci is ongetwijfeld heel getalenteerd, maar waarschijnlijk had Rebeka meer gehad aan een 'ouwe rot in het vak' dan aan een leeftijdgenote met weinig ervaring op dit gebied. Ik kon mij ook niet aan de indruk onttrekken - zeker niet tijdens de tv-uitzending van Guillaume Tell op 22 december - dat Rebeka in Amsterdam onder leiding van de in dit repertoire doorknede Paolo Cari ginani louter muzikaal tot een heel wat betere prestatie kwam.

Nadat ik het bovenstaande had geschreven, las ik het stukje 'Marina Rebeka on Mozart' in het cd-boekje. Daaruit blijkt dat we hier niet alleen te maken hebben met een cd waarbij een redelijk onervaren dirigent(e) aan een eveneens redelijk onervaren sopraan de touwtjes in handen gaf. Ook vertelt Rebeka dat zij voorafgaande aan de opnamen aan het in dit repertoire onervaren orkest de feitelijke en emotionele inhoud van iedere aria duidelijk heeft gemaakt. In het land der blinden is eenoog koning!

Tot slot een woord over de eveneens merkwaardige opname met een weinig fraaie dieptewerking. De soliste lijkt op de voorgrond te staan, vlak achter of naast haar horen we eventuele solo-instrumenten en daar weer achter ligt het grote orkestlichaam, waarbij de klank meer een smalle ruimte dan een breed podium suggereert. Vreemd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links