CD-recensie

De verrassing van 2021

 

© Paul Korenhof, november 2021

Hahn: Ô mon bel inconnu

Véronique Gens (Antoinette), Olivia Doray (Marie-Anne), Éléonore Pancrazi (Félicie), Thomas Dolié (Prosper), Yoann Dubruque (Claude), Carl Ghazarossian (Jean-Paul, Hillarion Lallumette), Jean-Christophe Lanièce (M. Vicotr, Un Garçon de magasin)
Orchestre National Avignon-Provence
Dirigent: Samuel Jean
Bru Zane BZ 1043 (boek met cd)
Opname: Avignon 12-14 september 2019

   

Kort na de opera L'Île du rêve, het eerste theaterwerk van Reynaldo Hahn (klik hier), kwam Bru Zane met een 'comédie musicale' in drie bedrijven uit 1933 en voor mij werd dat de verrassing van het jaar. Ô mon bel inconnu blijkt een kostelijk en ten onrechte vergeten brokje muziektheater in de sfeer van het interbellum op tekst van Sacha Guitry. Of beter: op èn bij een tekst van Sacha Guitry, want zoals het een echte comédie musicale betaamt, nemen de gesproken dialogen aan gedrukte tekst aanzienlijk meer ruimte in beslag dan de gezongen delen.

In tijdsduur zal het verschil minder groot zijn, aangezien gesproken dialogen meestal een hoger tempo hebben, en al met al duurt de muziek daardoor toch ruim een uur - genoeg voor een cd. Ten behoeve van de echte theaterliefhebber heeft Bru Zane in het bijbehorende boekwerk gelukkig wederom de complete tekst afgedrukt, waarbij de weggelaten gesproken teksten door een lichte ondergrond (grijs voor het Frans, roze voor de Engelse vertaling) van de gezongen teksten onderscheiden zijn.

Kon men bij L'Île du rêve nog aanvoeren dat het libretto wat clichématig opera-achtig is, met snelle sprongen en voorspelbare emoties, Ô mon bel inconnu is dankzij de tekst van Guitry een waar juweeltje van een Franse komedie vol briljante grapjes en woordspelingen. Het was de eerste tekst die Guitry schreef na zijn breuk met Yvonne Printemps en dus ook zonder hoofdrol voor deze unieke comédienne. Tegelijk is het een tekst die door het belang van woordklank en -betekenis een ware uitdaging vormde voor Hahn, een componist die sowieso al een bijzondere aandacht had voor het woord in de zang.

Een extra uitdaging vormde het feit dat Ô mon bel inconnu niet geschreven werd voor acterende zangers, maar voor zingende acteurs. Zo was voor de mannelijke hoofdrol de keuze gevallen op een voormalige bariton van de Opéra, Jean Aquistapace, die vanwege zijn successen als acteur was overgestapt naar toneel en film. En in plaats van Yvonne Printemps werd de vrouwelijke publiektrekker een andere comédienne, namelijk Arletty, ook nu nog bekend om haar filmrollen in onder meer Hôtel du Nord en vooral Les Enfants du Paradis.

Komedie vol woordkunst
Het verhaal op zich heeft weinig om het lijf. Op zoek naar een avontuurtje buiten de deur heeft een Parijse hoedenverkoper een contactadvertentie geplaatst en tussen de reacties ontdekt hij tot zijn verrassing brieven van zijn vrouw en zijn dochter. Uit nieuwsgierigheid nodigt hij hen 'voor een kennismaking' uit op een villa in Biarritz, waar natuurlijk ook het dienstmeisje Félicie van de partij is, en waar bovendien de minnaars van de beide dames opduiken. De verrassingen en vergissingen zijn niet van de lucht, temeer daar de eigenaar van de villa zich uitgeeft voor de opsteller van de advertenties, maar na drie bedrijven vol hilarische momenten komt uiteindelijk alles op zijn pootjes terecht.

Dat deze komedie nog steeds zo sprankelend oveerkomt, danken we niet alleen aan de inventiviteit, het theatergevoel en de woordkunst van Sacha Guitry, wiens tekst gelukkig integraal in het boek werd afgedrukt. (Wie de Engelse vertaling leest, moet zich echter wel realiseren dat veel van zijn woord- en zelfs lettergrapjes onvertaalbaar zijn!) Daarbij voegt zich een al even sprankelende partituur van Hahn voor strijkers, fluit, twee klarinetten, fagot, saxofoon, piano en een enkele slagwerker. Een kleine bezetting vanwege de afmetingen van de orkestbak in de Bouffes-Parisiens waar het werk op 5 oktober 1933 in première ging, maar daarom niet minder kleurrijk en effectief geïnstrumenteerd.

Hoewel Guitry en Hahn uitstekend met elkaar overweg konden, verliep hun samenwerking niet helemaal zonder problemen. De teksten van Guitry waren niet zelden dubbelzinnig en bevatten licht scabreuze toespelingen. Dat kon Hahn net iets te ver gaan en zo had hij grote moeite met een duetje van de getrouwde Antoinette en haar aanbidder Jean-Paul, dat begint met de woorden 'Mais! vous m'avez pincé le derrière' ('Maar - u heeft mij in mijn billen geknepen!'). Guitry wilde hem wel terwille zijn, maar zonder zijn eigen ideeën te veel af te zwakken en uiteindelijk kon de derde versie beider instemming wegdragen. (Gelukkig leefde Sache Guitry overigens vóór #metoo; had hij zijn teksten nu moeten schrijven, dan zouden wij menig humoristisch moment moeten missen.)

Muziek voor zingende acteurs
Anders dan bij die première, waar alleen Aquistapace kon bogen op een carrière in de opera, zijn de uitvoerenden in deze opname alle geroutineerde zangers. Onder leiding van de ervaren Samuel Jean werden zij echter getraind in de luchtige en tamelijk intieme stijl van van de comédie musicale. Is de Franse zangstijl toch al meer tekstgericht dan met name de Italiaanse, voor dit soort werken is bovendien een andere projectie vereist vereist die meer in de buurt komt van de cabaretstijl (maar dan wel die van vóór de huidige microfoon-manie!).

Het verschil wordt duidelijk bij een vergelijking met andere opnamen van Véronique Gens, die hier de rol speelt van de naar overspel hunkerende echtgenote. We horen dezelfde stem, dezelfde naar perfectie neigende zangkunst, maar met nog net iets meer intimiteit, levendigheid en vooral aandacht voor de woorden dan in haar Mozart-rollen of het barokrepertoire. Bij het hierboven aangehaalde duetje 'Mais! vous m'avez pincé le derrière' twijfelde ik zelfs, zo 'komediantesk' klinkt daar haar zang.
Absoluut verrukkelijk is haar 'aria' aan het begin van het tweede bedrijf, waarin zij als een ware comédienne in vijf strofen de voordelen van overspel beschrijft. Zij doet mij daar denken aan de combinatie van noblesse en understatement waarin actrices als Elisabeth Andersen en Ida Wasserman excelleerden (en die je op het moderne Nederlandse toneel niet meer tegenkomt).

Serieuze elementen
De kracht van Guitry's teksten ligt in het feit dat zij niet alleen maar humoristisch zijn. Opeens duiken er serieuze elementen op die voorkomen dat de komedie een klucht gaat worden, in de reeds genoemde aria van Antoinette, maar ook al aan het slot van het eerste bedrijf, als Prosper nadenkt over de (anonieme) brieven die hij van zijn vrouw en dochter heeft gekregen. In zijn aria verschuift de sfeer langzaam van woede via jaloezie en gekwetste eigenwaarde (hij is de 'cocu') naar het besef dat de briefschrijfsters op zoek zijn naar een geluk dat zij kennelijk missen.
Het is een knap geschreven scène, ook muzikaal, die van de bariton Thomas Dolié het volle pond krijgt. Raak in tekst en voordracht is eveneens zijn aria 'Au lieu, vois-tu, de les confrondre' in het tweede bedrijf (de tegenhanger van de aria van Antoinette) waarin Prosper zich realiseert dat je je hele leven kunt omgaan met mensen zonder hen echt te leren kennen - inclusief jezelf!

Een volgend juweeltje is de aria van Claude, 'Je veux d'abord un chapeau beige', die in de winkel van Prosper geholpen door dochter Marie-Anne. Al snel is duidelijk dat hij helemaal niet geïnteresseerd is in de hoeden die zij hem laat zien en Hahn onderstreept dat met een lyrische lijnen en een subtiele instrumentatie, maar ook met een muzikale glimlach als hij anderhalve maat uit Mendelssohn's bruidsmars laat doorklinken. De delicate voordracht van de tenor Yoann Dubruque maakt het luisteren tot een waar genot, terwijl het de dramaturgie van Guitry tekent dat hij Marie-Anna in het laatste bedrijf met een paar woorden op deze scène laat terugkomen.

Ik kan zo doorgaan met het bespreken van het ene fragment na het andere en van de ene solist na de andere., Laat ik ermee volstaan dat Olivia Doray (Marie-Anne) en Éléonore Pancrazi (Félécie - de rol van Arletty) niet voor Gens en Colié onderdoen, waarbij de laatste in stem en frasering net een heel klein beetje 'ordi' klinkt zonder echt ordinair te worden.. Voor mij is Ô mon bel inconnu een ware ontdekking en een van de sublieme momenten in het 20ste-eeuwse muziektheater. Het meesterschap van Guitry en Hahn wordt in deze opname overtuigend hoorbaar gemaakt dankzij een uitvoering zonder één zwakke plek en een dirigent die de sfeer perfect aanvoelt. Het antwoord op de vraag waarom wij dit werk niet meer kennen, is simpel maar tweeledig: de enorme verwaarlozing van het Franse repertoire na de jaren zestig van de vorige eeuw en en de om zich heen grijpende minachting voor 'theatraal amusement' die in de jaren zeventig inzette.

Ook deze comédie musicale van Hahn verscheen in de serie Opéra Français van Palazzetto Bru Zane. Het inmiddels welbekende boekwerk (in dit geval 216 pagina's) waarin de cd verpakt werd, bevat behalve het libretto en de synopsis diverse historische illustraties en een vijftal artikelen met daaronder weer een verslag van de première. Van belang is verder vooral een artikel van de hand van de componist, waarin hij nader ingaat op zijn opvattingen over het grote belang van de tekst in zang.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links