CD-recensie

 

© Paul Korenhof, april 2017

 

Meyerbeer - Grand Opera - Diana Damrau

Meyerbeer: Le Prophete 'Moncoeur s'élance et palpite'- Robert le Diable 'Robert, toi que j'aime' - Alimelek, oder Die beiden Kalifen 'Nun in der Dämm'rung Stille' - L'Étoile du Nord 'C'est bien l'air' - L'Africaine 'La-bas, sous l'arbre noir' - 'Anna, qu'entends-je' - Il crocciato in Egitto 'D'una madre disperata' - Le Pardon de Ploërmel 'Ombre légère' - Ein Feldlager in Schlesien 'Oh Schwester, find'ich dich' - Emma di Resburgo 'Sulla rupe triste, sola' - Les Huguenots 'Ô beau pays de la Touraine'

Diana Damrau, Pei Min Yu, Pascale Obrecht (sopraan), Kate Eldrich (mezzosopraan), Cahrles Workman (tenor), Laurent Naouri (bas), Julien Beaudiment, Catherine Puertolas (fluit), Orchestre et Choeur de l'Opéra National de Lyon
Dirigent: Emmanuel Villaume
Erato 0190295848996
Opname: Lyon, 28 augustus - 4 september 2015

 

Als één componist de afgelopen decennia een herwaardering heeft mogen beleven, is het wel de door veel critici nog altijd ondergewaardeerde Giacomo Meyerbeer. Vijftig jaar geleden gold hij nog als het toppunt van hol, oppervlakkig muziektheatraal amusement, schrijver van pompeuze, bombastische opera's die louter gericht leken op het (letterlijk) 'épater le bourgeois' van zijn tijd. Zelfs spectaculaire uitvoeringen van Les Huguenots van zowel de Milanese Scala als de Deutsche Oper Berlin en een modeluitvoering in topbezetting van Robert le Diable door de Parijse Opéra brachten daarin geen verandering.

Inmiddels is het tij gekeerd, een ontwikkeling waaraan mogelijk is bijgedragen door de groeiende belangstelling voor Halévy's La Juive, na Verdi's Don Carlos misschien wel het interessantste werk dat de 'grand opéra' heeft opgeleverd. Vooral in Duitsland verschijnen de werken van Meyerbeer met enige regelmaat op het repertoire, als theaters dat althans kunnen betalen, want zo'n opvoering kan toch een kostbare aangelegenheid zijn, en CPO bracht enige tijd geleden zelfs een gereconstrueerde originele versie uit van Vasco de Gama, zoals L'Africaine heette voordat de omvangrijke partituur door een goedwillende musicoloog 'uitvoerbaar' werd gemaakt (klik hier voor de bespreking).

Een voorstelling van Les Huguenots in de Bastille met Diana Damrau als Marguerite en Elin Garança als Valentine had een hoogtepunt in de Meyerbeer-renaissance moeten worden, maar praktische bezwaren staken een spaak in het wiel. Aan dat niet gerealiseerde project danken wij waarschijnlijk echter wel deze cd met elf scènes uit opera's van Meyerbeer die parallel aan die voorstellingen op de markt had moeten komen. Twee van die aria's zijn voor het eerst officieel opgenomen, maar veel andere zijn buiten het echte verzamelaarscircuit moeilijk te vinden en dat maakt de cd als geheel tot een grote bijzonderheid.

Niet minder bijzonder is de veelzijdigheid die deze cd uitstraalt: Franse, Duitse en Italiaanse aria's, afkomstig uit de Franse grand opéra en opéra comique, de Duitse Spieloper en het Italiaanse melodrama. Meyerbeer was duidelijk niet voor één gat te vangen. De minste bekende fragmenten zijn de twee Duitse aria's, waarbij ik me trouwens afvraag of de geboden informatie bij de aria uit Aimelek, oder Die beiden Kalifen wel helemaal juist is.

Die beiden Kalifen uit 1814 is de Weense titel voor de jeugdopera Wirth und Gast, oder Aus Scherz und Ernst die de 21-jarige Meyerbeer in 1813 voor Stuttgart schreef (de titel Alimelek dateert van voorstellingen die Weber in 1820 organiseerde), maar er is geen indicatie dat hij muziek gewijzigd heeft. Dat alles zou kunnen betekenen dat de hier opgenomen aria mogelijk volledig identiek is aan de versie die in 1813 in Stuttgart in première ging.

Alles bij elkaar is dit echter een opmerkelijk afwisselende en kleurrijke verzameling aria's, waarbij de toelichting in het cd-boekje wel de terechte restrictie maakt dat de personages bij wie deze aria's horen op het toneel, in het kader van een complete uitvoering, mogelijk minder interessant zijn dan de aria zelf doet vermoeden. Het zij zo. Hoe groot mijn bewondering voor Meyerbeer ook is, ik zal de eerste zijn om toe te geven dat dat zijn werken mij muzikaal vaak meer doen dan dramatisch en dat een serie schitterende, theatraal overkomende scènes niet altijd een homogeen, op alle punten overtuigend muziekdrama opleveren.

De kwaliteit van de muziek zelf moge blijken uit het feit dat dit ruim tachtig (!) minuten durende recital van één sopraanstem mij absoluut niet verveeld heeft. Integendeel, ik heb het bij een eerste beluistering zelfs twee keer achter elkaar gedraaid zonder dat mijn aandacht ook maar even verslapte. Dat is ook een compliment voor Diana Damrau die zich duidelijk met grote ijver voor deze muziek inzet en daaraan zelf merkbaar ook plezier beleeft. Een verrukkelijk terzet met twee fluiten in de aria uit L'Étoile du Nord biedt daarvan een heerlijk voorbeeld, terwijl het kleurverschil in haar timbre bij de meteen daarop volgende aria uit L'Africaine aangeeft hoe zij bij ieder fragment naar de passende benadering zoekt.

Misschien had het allemaal met iets meer Franse helderheid gemogen, zowel in het timbre als in de uitspraak (zeker in de gesproken delen bij het 'schaduwlied' uit Dinorah, zoals Le Pardon de Ploërmel meestal genoemd wordt ) en vooral ook met meer 'panache'. Ik herinner mij nog goed de hartstocht waarmee June Anderson tijdens de Parijse voorstellingen van Robert le Diable in Isabelle's 'Robert, toi que j'aime' haar veelvuldig herhaalde 'grâce' overbracht, alsof niet alleen Robert maar het hele publiek door haar smeekbede overtuigd moest worden.
De exaltatie waar Meyerbeer regelmatig om vraagt, ontbreek hier een beetje, alsof Damrau ons van de inhoudelijke kwaliteiten wil overtuigen met een suggestie van interpretatieve diepte zoals we die horen in een liedrecital. Meyerbeer is alleen geen Schubert, maar een echte operacomponist die het extraverte niet schuwt, en dat wil ik toch iets meer horen. Wie wil weten wat ik bedoel, raad ik aan om ook even te luisteren naar Giulietta Simionato en Franco Corelli in het duet van Valentine en Raoul uit Les Huguenots in de Scala-uitvoering van 1962.
Wie dichter bij huis wil blijven, kan ook diverse opnamen beluisteren van Joan Sutherland, die bijvoorbeeld in de cabaletta van Marguerite de Valois uit Les Huguenots heerlijk - en toch 'koninklijk' - uitbundig kon worden. De sopraanpartijen van Meyerbeer zijn geschreven voor 'sterren' die met hun stem weten te schitteren, en zij mogen zelfs proberen ons te verblinden. Damrau houdt zich echter iets te veel in, toont soms ook iets te weinig flair en lijkt bijvoorbeeld in het begin van 'O beau pays' te voorzichtig met haar inzetten, maar zij kan het wel.

Ben ik te kritisch? Wil ik meer 'Frans karakter' dan tegenwoordig nog haalbaar is? Misschien wel en daarom vermeld ik er meteen bij dat mijn kanttekeningen beslist geen reden mogen zijn om aan deze cd voorbij te gaan. Niet vanwege de uitvoeringen, uitmuntend begeleid door Emmanuel Villaume en het ensemble uit Lyon, en al helemaal niet vanwege de muziek zelf. Ook niet vanwege de presentatie met de cd vervat in een fraai verzorgd boekwerkje waarbij niet bezuinigd is op uitstraling en leesbaarheid. Daarom: van harte aanbevolen!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links