CD & DVD-recensie

Amusement mag!

 

© Paul Korenhof, november 2021

Bernstein: Candide
Leonardo Capalbo (Candide), Jane Archibald (Cunegonde), Anne Sofie von Otter (The Old Lady), Sir Thomas Allen (Doctor Pangloss, Narrator), Thomas Atkins (Governor e.a.), Marcus Farnsworth (Maximilian e.a.), Carmen Artaza (Paquette e.a.), Lucy McAuley (Baroness e.a.), Fredereick Jones (Baron e.a.) e.a.
London Symphony Chorus
London Symphony Orchestra
Dirigent: Marin Alsop
LSO Live LSO0834 25ACD (2 sacd's)
Opname: Londen, dec. 2018

* * *

Hahn: Ciboulette
Julie Fuchs (Ciboulette), Jean-François Lapointe (Duparquet), Julien Behr (Antonin de Mourmelon), Eva Ganizate (Zénobie), Ronan Debois (Roger), Cécile Achille (Françoise) e.a.
Choeur: Accentus
Orchestre Opera de Toulon
Dirigent: Laurence Equilbey
Regie: Michel Fau
Naxos NBD0134V (BD)
Opname: Parijs, Opéra Comique, febr. 2013

   


Soms zou ik best wel in een land willen leven waar niet alleen musicals maar ook andere theatervormen gewoon amusement mogen zijn, een gezellig avondje uit. Een land waar operette geoorloofd is en waar toneel en opera niet zijn verworden tot vaak tenenkrommend vehikel voor maatschappelijke problematiek en artistiek intellectualisme. En waar dat ook door volwassen theatercritici gerespecteerd wordt. Zelfs een 'opera-achtige' operette als Die Fledermaus kan hier alleen genade vinden als de productie 'maatschappelijk relevant' is en de idealen uitdraagt van diversiteit en inclusiviteit.

Wie mocht menen dat dit standpunt alleen gehuldigd wordt door een aantal politiek correcte adviseurs van de Raad voor Cultuur, vergist zich. Het waren juist gezaghebbende critici in met name de Volkskrant en de NRC die na 1968 het voortouw namen bij het onderuithalen van een publieksgerichte programmering. Repertoiretoneel van Haagse en Nederlandse Comedie, volle zalen bij De Appel, een leuke operette, een Beethoven-cyclus? Het moest allemaal verdwijnen ten gunste van een programmering waar behalve een handvol intellectuele snobs slechts een kleine groep echt geïnteresseerden op af kwam.

Dat alles bleek koren op de molen van een overheid met steeds minder interesse in kunst en cultuur, gespeend van het besef dat deze de pijlers onder onze beschaving zijn. En nu zitten we met de gebakken peren. Driekwart van de orkesten, toneelgezelschappen en bloeiende muziekscholen wegbezuinigd en een aantal operavoorstellingen dat al vóór corona was gereduceerd tot een kwart van wat het in 1980 was. Dat traditie en vooruitgang kunnen samengaan, dringt zelfs niet door tot menige 'progressieve' criticus. Eerder wordt ons polderlandje gezien als het enige waar op niveau over kunst wordt nagedacht. Nederland als het beste van alle artistieke werelden - Voltaire's Candide kon niet actueler zijn!

Ciboulette
Dat alles realiseerde ik mij weer ten volle toen ik in één week naast Candide van Bernstein maar liefst drie Franse operettes op mijn bureau kreeg. Twee daarvan danken we aan een van de grootmeesters van het Franse muzikale amusement, Reynaldo Hahn, en ik besloot om te beginnen met de heruitgave van Ciboulette, door FRA MUSICA in 2014 uitgegeven in een reeks waarin zich ook een opname bevond van Carmen in een productie onder John Eliot Gardiner. Een leuke serie, fraai uitgegeven maar technisch niet op het hoogste niveau met een geluidskanaal van 192 tot 320 kbps.

Die Carmen, met Anna Caterina Antonacci in de titelrol, werd door Gardiner en regisseur Adrian Noble toegesneden op voorstellingen in de Opéra Comique, het theater waarvoor Bizet zijn meesterwerk geschreven had. Met het Orchestre Révolutionaire et Romantique in de bak, komt daarmee vermoedelijk dicht in de buurt van wat de componist zelf bij de première gehoord heeft. Tot mijn verrassing verscheen enige tijd geleden bovendien een heruitgave op Blu-ray Disc, zeker op een HD-tv helderder en scherper dan de oorspronkelijke dvd en met een audiokanaal van 2.3 Mb. Die Carmen heb ik nooit besproken, maar wel een Ciboulette uit die serie, eveneens uit de Opéra Comique (klik hier) en ook daarvan is nu een BD verschenen. Reden dus om die uitgave nogmaals onder de aandacht te brengen.

Door die heruitgave realiseerde ik mij wederom dat zo'n voorstelling in het Nederland van nu onmogelijk zou zijn. We horen de muziek zoals Reynaldo Hahn die geschreven heeft en we ontmoeten karakters zoals Robert de Flers en Francis de Croiset die gecreëerd hebben. Het belangrijkste is echter dat in deze uitvoering gewoon het verhaal verteld wordt dat we in het werk terugvinden, iets wat hier tegenwoordig zelfs bij een toneelstuk van Shakespeare, een opera van Mozart of een opera van Verdi onmogelijk is. Laat staan bij een operette over een groenteverkoopstertje aan wie voorspeld wordt dat zij een echtgenoot zal vinden tussen de kool nadat deze een vrouw heeft verlaten die plotseling wit wordt, en nadat zij zelf een huwelijksaanzoek heeft gevonden in een tamboerijn.

Van het verhaal alleen al zouden sommige Nederlandse critici en adviseurs van de Raad voor Cultuur een hartverzakking krijgen, maar in Frankrijk wordt zo'n operette nog probleemloos opgevoerd. En dan ook nog eens met 'ouderwetse' kostuums en tweedimensionale decors, gepresenteerd met de nodige knipogen, maar in Nederlandse recensies zouden de denigrerende verwijzingen naar Anton Pieck onvermijdelijk zijn. Bovendien wordt er in de regie geen enkel maatschappelijk probleem bijgesleept, laat staan dat Hahn's operette gebruikt wordt om de principes van diversiteit en inclusiviteit uit te dragen. En het publiek? Dat geniet zo te horen met volle teugen!

Candide
Op 13 december 1989 had ik in het Londense Barbican een van de leukste avonden van mijn leven met Candide, de operette naar het gelijknamige boek van Voltaire die we rustig het grote zorgenkind van Leonard Bernstein kunnen noemen. Vóór die tijd zag ik dat werk echter helemaal niet zo zitten. Voltaire's boekje is leuk zoals een literaire satire leuk kan zijn: meer voor insiders en fijnproevers dan voor een groot publiek. Structureel is het echter meer een reeks losse schetsen dan een samenhangend verhaal, van een echte plot is geen sprake en van interessante karakters evenmin.

Dat Bernstein in de tijd waarin Amerika in de greep was van McCarthy's communistenjacht die inderdaad deed denken aan de door Voltaire aangehaalde Inquisitie, wel iets zag in dit gegeven, is begrijpelijk. Toen de schrijfster Lillian Hellman in 1953 de toen 35 jaar oude Bernstein het onderwerp aan de hand deed. miste hij echter nog iedere ervaring met het muziektheater. Wel had hij zijn twijfels, maar toen hij uiteindelijk toch met Hellman in zee ging, had hij nog onvoldoende oog voor de dramaturgische zwakheden van het gegeven.

Na een scheppingsproces van twee jaar vallen en opstaan werd de première in december 1956 met gemengde reacties ontvangen. Kort daarna verdween Candide van het toneel, maar twee decennia later voltooide Bernstein echter een nieuwe die in 1988 bij de Scottish Opera in première ging. In 1989 volgden toen twee semi-concertante uitvoeringen in Londen met het London Symphony Orchestra onder leiding van de componist en met in de hoofdrollen June Anderson (Cunegonde), Christa Ludwig (The Old Lady), Jerry Hadley (Candide) en Adolph Green (Pangloss).

Dat ik mij ook met deze nieuwe opname van het LSO redelijk geamuseerd heb, komt mede doordat ik bij die uitvoering in Londen een zwak voor het werk heb opgevat. De sprankeling, de ironie en daarnaast het uitbundige vuurwerk dat de componist zelf aan zijn partituur wist mee te geven, spelen sindsdien bij iedere uitvoering op de achtergrond mee. Als het niveau wat lager ligt, weet ik dat het meeslepender kan en het is als bij het afscheidsconcerten van een groot zanger: je herkent de stem, ook als die wat versleten of misschien zelfs afgezongen is, en in gedachten vul je in hoe alles vroeger geklonken heeft.

In hoeverre Bernstein's Candide aanslaat bij degenen die het werk nu voor het eerst horen of die het in een andere uitvoering hebben leren kennen, kan ik moeilijk beoordelen. Afgaande op mijn eigen ervaringen heb ik echter mijn twijfels en die sloegen weer toe bij het beluisteren van deze nieuwe opname die het LSO in 2018 in hetzelfde Barbican verzorgde onder leiding van Marin Alsop. Wederom betreft het een semi-concertante uitvoering, nu van een versie die Lonny Price in 2004 samenstelde voor Alsop en de New York Philharmonic. Mede door die ervaring van Alsop staat het bij het LSO muzikaal weer als een huis, maar ik mis toch net het die schittering, dat vuurwerk en die verrassende wendingen die de componist zelf aan het werk wist mee te geven.

Die uitvoering in 1989 zinderde van een enthousiasme dat alle medewerkenden van begin tot eind in zijn greep hield, en dat zich al meteen bij de eerste maten van de ouverture ook van het publiek meester maakte. Zonder die extra tinteling is het werk echt wel leuk, zeker voor wie alle dubbele bodems kan doorgronden, maar tegelijk wordt er ook een grotere last gelegd op de schouders van de solisten, en daarmee kom ik dan toch bij de zwakke schakel in deze uitvoering.

Beschikte Bernstein in 1989 over een sterrencast met zelfs Nicolai Gedda in enkele bijrollen, hier is door het LSO weliswaar een solide ensemble bijeengebracht, maar ik word er niet door meegesleept. De tenor Leonardo Capalbo mist het naïef-jongensachtige van Jerry Hadley en de sopraan Jane Archibald is weliswaar een leuke Cunegonde, maar haar 'Glitter and Be Gay' kan niet in de schaduw staan van de parelende coloraturen van June Anderson. Pangloss en de verteller lijken Thomas Allen op het lijf geschreven, maar zijn ironie klinkt iets te intellectueel en ik mis de Snip&Snap-achtige toon waarmee Adolph Green zijn commentaren een extra dimensie wist te geven.

Het verschil tussen de Old Lady van Anne Sofie von Otter en die van Christa Ludwig lijkt minimaal. Vocaal doet de Zweedse mezzosopraan zeker niet onder voor haar Duitse voorgangster die hooguit iets meer persoonlijkheid in haat stem wist te leggen. Zelfs in deze komische rol klinkt in de vertolking van Ludwig echter iets door van hoogspanning die vrijwel altijd aanwezig is in haar samenwerking met Bernstein, ongeacht welke muziek zij samen uitvoerden.

Dat laatste tekent ook de grootheid van Bernstein zelf: hij was een fenomenaal dirigent , maar nog belangrijker dan al zijn muzikale kwaliteiten was de spanning die hij met zijn persoonlijkheid wist over te brengen. Die spanning klinkt ook door in de hele uitvoering van Candide die hij in Londen dirigeerde, in de studio-opname voor de cd (zonder dialogen), maar meer nog in de live-opname uit het Barbican. En daar is moeilijk tegenop te boksen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links