CD-recensie

 

© Paul Korenhof, februari 2024

Richard Strauss Wagner

(R.) Strauss: Vier Lieder op. 27 - Ständchen op. 17.2 - Befreit op. 39.4 - Intermezzo, Sinfonisches Zwischenspiel nr. 2

Wagner: Lohengrin 'In fernem Land - Die Meistersinger von Nürnberg voorspel - 'Morgenlich leuchtend' - Tannhäuser 'Inbrunst im Herzen'

Daniel Behle (tenor)
Borusan Istanbul Philharmonisch Orkest
Dirigent: Thomas Rösner
Prospero PROSP0072
Opname: Istanbul, 20-23 november 2022

 

De Duitse tenor Daniel Behle (*1974) is een uitmuntend zanger en absoluut bijzonder muzikaal, en daarnaast is hij actief componist en heeft zelfs een operette op zijn naam staan (Hopfen und Malz) die vorig jaar in Annaberg-Bucholz in première is gegaan. Toch hebben zijn rollen in Königskinder en Lohengrin bij DNO mij niet echt kunnen overtuigen. Technisch waren het uitstekende vertolkingen, fraai van klank en overtuigend geacteerd, maar in zijn zang miste ik de kleuren en de individualiteit waar beide opera's om vragen.

Deze cd, waarop Behle drie fragmenten van Wagner combineert met zes liederen van Strauss. is een ander verhaal. Daarbij lijkt het ook of Behle zich in het lied beter thuis voelt dan in de opera met eerder te veel dan te weinig individualiteit. Bovendien is zijn manier van vertolken hier sterk vertellend van karakter. Het is even wennen en met pianobegeleiding zou ik in de liederen absoluut een meer introverte, beschouwender benadering prefereren.

Over het algemeen werkt die aanpak echter wel, zij het niet altijd even overtuigend, maar een lied als 'Heimliche Aufforderung' (op. 27 nr. 3) krijgt door deze verhalende zangstijl een heel aparte sfeer. Minder thuis voelde ik mij bij Behle's aanpak van 'Morgen' (op. 27.4). Dat overbekende lied vraagt echt om meer diepte en een grote, naar binnen gerichte intensiteit. Als afsluiting van de cd (Strauss' liederen zijn een beetje om Wagner's muziek heen gedrapeerd) klonk het hier een beetje als anticlimax.

Bij de operafragmenten trad de vertellende benadering nog sterker op de voorgrond, maar daar overtuigde die mij juist minder. Het Preislied uit de Meistersinger kwam het beste uit de verf en ik kreeg ook de indruk dat een verliefde Walther von Stolzing de tenor in zijn totaliteit beter zou liggen dan de met meer autoriteit optredende graalridder Lohengrin. Inderdaad is de 'Gralserzählung' een 'vertelling', maar tegelijk is het ook een toespraak, niet alleen gericht tot Elsa, maar ook tot koning Heinrich en de verzamelde Duitse en Brabantse legers, en dat komt hier onvoldoende uit de verf.

De indruk dat de sfeer van het 'muziekdrama' hier bewust vermeden is, wordt versterkt door Behle's vrije omgang met de partituur, waarbij het lijkt of hij een heel eigen expressie nastreeft door middel van kleine effecten (een glissando op 'Taube') en dynamische variaties. Een vergelijkbare benadering horen we vervolgens in de 'Romerzählung' (weer een vertelling!). Afgaande op tekst, muziek en de situatie binnen de opera is het Wagner's meest 'dramatische' tenorsolo, maar van de desillusie en de woede van Tannhäuser is hier niet zo veel te merken, althans minder dan ik zou willen, en daardoor wordt ook aan het slot niet de wanhopige climax hoorbaar waar het fragment om vraagt.

In hoeverre dirigent Thomas Rösner op deze interpretaties van invloed is geweest, valt moeilijk te beoordelen. In ieder geval overtuigt het orkestrale aandeel in de muziek van Strauss mij meer dan in die van Wagner. Het spel van het Borusan Istanbul PhO is mooi licht en helder, maar klinkt mij in het voorspel tot de Meistersinger zelfs té licht en ook te afstandelijk in de oren. De muziek vloeit en zindert te weinig en het spel van de strijkers maakt daarbij soms bijna een mechanische indruk, alsof automaten de stok op de snaren zetten, en geen warmbloedige musici die emoties willen overbrengen. Jammer is vooral dat Rösner er onvoldoende in slaagt dit voorspel op te bouwen als één lange, wervelende climax


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links