CD-recensie

 

© Paul Korenhof, februari 2020

Auber: Le cheval de bronze (Das eheme Pferd)

Tino di Costa (Prins Yang), Franz Fuchs (Tsing-Sing), Leo Heppe Tschin-Kao), Kurt Equiluz (Yanko), Wilma Jung (Péki), Edith Kermer (Tao-Jin), Herta Schmidt (Prinses Stella)
Niederösterreichischer Tonkünstlerchor
Grosses Wiener Rundfunkorchester
Dirigent: Kurt Richter
Orfeo C986 192 (2 cd's)
Opname: Wenen, 1953

   

De luchtigste vorm van de Franse opéra-comique, hier te gemakkelijk - en absoluut ten onrechte! - bij de operette ondergebracht, heeft het in de Duitssprekende landen altijd goed gedaan, soms beter dan in Frankrijk zelf. Waarschijnlijk heeft juist de geringe afstand tot de operette daartoe bijgedragen, maar daarbij dient meteen gezegd dat de operette het daar nog altijd veel beter doet dan bij ons, waar dit genre steeds meer als tweede- of derderangs opera wordt gezien. Zelfs de moderne musical met elektronisch versterkte solisten die soms nauwelijks kunnen zingen, staat hier hoger in aanzien!

Echte operetteliefhebbers weten wel beter, en echte liefhebbers van de opéra-comique helemaal. Die halen ook hun neus niet op voor uitvoeringen in het Duits die vaak even melodieus en even lichtvoetig zijn als uitvoeringen in het Frans. Diverse opnamen met Rudolf Schock en John van Kesteren spreken op dit punt boekdelen! Alleen sommige werken van Offenbach kunnen er niet zo goed tegen, maar verder heb ik totaal geen bezwaar tegen een opéra-comique of welke andere opera ook in het Duits met zangers die bij iedere woord wéten wat zij zingen. (In het Engels of het Nederlands mag het van mij ook en ik verheug mij nu al op de in het Nederlands gezongen voorstellingen van Smetana's 'Bruid' door de Reisopera!)

Uit de archieven van de Oostenrijkse radio heeft Orfeo enkele in het Duits gezongen opnamen uitgegraven waaronder die 'Bronzen Paard' dat Auber in 1835 schreef voor de Opéra Comique. Het libretto brengt ons naar een sprookjesachtig China waar een bronzen paard minnaars naar het land van Venus brengt, waar zij een heel etmaal aan verleidingen worden blootgesteld. Doorstaan zij de proef, dan worden zij terug op aarde met hun geliefde verenigd. In het andere geval verliezen zij hun geliefde en worden zij bovendien onderworpen aan een zwijgplicht aangaande hun belevenissen. Verbreken zij dit zwijgen, dan worden zij veranderd in een stenen pagode.

Een bijzondere draai krijgt dit gegeven doordat het libretto van Scribe (van wie anders?) het meisje Péki in travestie naar Venusland voert. Daarmee wil zij ontkomen aan de haar opgedrongen prins Yang om te kunnen trouwen met haar geliefde Yanko. Zij doorstaat alle proeven en slaagt er uiteindelijk in prinses Stella, de geliefde van prins Yang, als (zogenaamd) haar eigen geliefde mee terug te nemen naar de aarde. Daar weet zij Yang en Stella te herenigen waarna niets haar eigen huwelijk met Yanko nog in de weg staat.

Voor dit gegeven schreef Auber een van zijn beste partituren waarin ondanks invloeden van Cherubini en Rossini zijn eigen stem duidelijk doorklinkt. De Weense uitvoering, die zich helaas concentreert op de muziek en de onontbeerlijke dialogen weglaat, geeft daarvan een duidelijk beeld, ondanks de Duitse vertaling. Wel zou ik willen dat het muzikaal zeer capabele Weense ensemble iets meer in staat was geweest om de Franse charme van de muziek op hun Duitse zang over te brengen.

Voor liefhebbers is dit al met al toch een welkome aanvulling van hun verzameling, al was het handiger geweest als in het bescheiden cd-boekje de synopsis een aparte plaats had gekregen en niet in de toch al uitvoerige toelichting was opgenomen. De bijna zeventig jaar oude opname klinkt vol en helder, maar ook een beetje vlak en droog. Vreemd is het inzinken van het geluidsvolume in track 6 van cd 2.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links