CD-recensie

 

© Niek Nelissen, september 2018

 

Leonard Bernstein – An American in Paris - Recordings & Concerts with Orchestre National de France

Composities van Berlioz, Milhaud, Schumann, Bloch, Rachmaninov, Ravel en Bernstein

Donald McInnes (altviool); Mstislav Rostropowitsj (cello); Alexis Weissenberg (piano); Marilyn Horne (sopraan); Leonard Bernstein (piano); Boris Belkin (viool), Orchestre National de France o.l.v. Leonard Bernstein
Warner Classics 0190295689544 (7 cd's)
Opnamen: 1975-1979

Aan het slot van deze recensie vindt u het complete overzicht

 

Leonard Bernstein (1918-1990) was een veelzijdig musicus. Behalve dirigent, pianist en componist was hij een begaafd muziekpedagoog. Als de dag van gisteren herinner ik me de televisie-uitzending uit 1969 van de aflevering van zijn Young People's Concerts met het New York Philharmonic over de Symphonie fantastique, waarin hij Berlioz's meesterwerk beschreef als een psychedelische ervaring, wat aansloeg in de tijd van de flower power. Kort na die uitzending nam Bernstein afscheid als chef-dirigent van het New York Philharmonic, dat hij overigens nog vele malen zou dirigeren. De rest van zijn leven was hij free lancer. Een van de vaste pleisterplaatsen in zijn jaren als gastdirigent was Parijs, waar hij werkte met het Orchestre National de France. Met dat orkest maakte hij voor CBS, zijn vaste label in de jaren in New York, opnamen van Berlioz' Grande messe des morts en van orkestwerken van Ravel. Behalve voor CBS zou hij met dit orkest ook opnamen gaan maken voor EMI en DG. In dit doosje brengt Warner de opnamen van alle vijf EMI-Lp's voor het eerst bijeen. De vijf cd's zijn aangevuld met de opnamen van een concert in september 1975, dat geheel aan Ravel was gewijd. Verder zijn er uiterst aantrekkelijke, niet eerder uitgebrachte live-opnamen uit 1979 van Bernsteins suites uit On the Waterfront en West Side Story. Eveneens niet eerder uitgebracht is de bijzondere bonus die dit doosje biedt: ruim een half uur aan audiofragmenten van de repetities voor het concert met muziek van Ravel. Deze fascinerende opnamen bieden een boeiend inkijkje in Bernsteins manier van werken.

Laat ik beginnen met wat we al kenden van EMI-uitgaven. De gedreven plaatuitvoering van Berlioz' Symphonie fantastique herinnerde me aan de aflevering van het Young People's Concert, vooral in de laatste twee delen, die hier spookachtiger klinken dan ooit. Aantrekkelijk is ook de gepassioneerde uitvoering van Berlioz' Harold en Italie , met een fraaie solopartij van Donald McInnes. Wie Bernstein ook maar een beetje kent, weet dat hij in zijn element was in swingende en extraverte muziek, zoals te horen op de plaat met werken van Milhaud. Voor Le Boeuf sur le toit is de sprankelende opname van Antal Dorati (Mercury/Philips) naar mijn smaak al vele jaren onovertroffen, maar die van Bernstein is een goede tweede. De enige van de vijf Lp's die er echt niet meer mee door kan is die met Alexis Weissenberg van Rachmaninovs Derde pianoconcert. Ruim 46' zoeken Weissenberg en Bernstein naar de juiste sfeer, zonder die te kunnen vinden. Heel geslaagd daarentegen is de plaat met Mstislav Rostropowitsj, die de solopartij speelt in Schumanns Celloconcert en Blochs Schelomo. Volgens Bernsteins biograaf Humprey Burton was Rostropowitsj na het maken van deze opnamen zo onder de indruk dat hij besloot om deze beide werken nooit meer met een andere dirigent op te nemen.

Burton geeft ook een indruk van de wijze waarop de EMI-opnamen tot stand kwamen. Hij vertelt dat EMI-producer John Mordler geschokt was door Bernsteins laconieke houding bij de Berlioz-opnamen. Toen hij hem terugriep om retakes te maken van enkele slordige passages was dat volgens Bernstein, die zijn vliegtuig wilde halen, volstrekt niet nodig: ‘The trombones are so untogether – I just love it!' De repetitiefragmenten in de Warner-box laten echter horen dat Bernstein wel degelijk worstelde met het samenspel van de Franse musici. In het pianoconcert in G van Ravel, waarin hij niet alleen dirigeert maar ook de solopartij speelt, raakt hij steeds geïrriteerder. In opmerkelijk goed Frans probeert hij de musici keer op keer te corrigeren: ‘C'est tard, tard, tard ...!', ‘Pas du tout ensemble!' en ‘C'est tard, même sans piano'. Op zeker moment hoor je hem verzuchten ‘Oh God!' Boeiend is ook te horen hoe hij blijft kneden aan de fagotsolo in Alborada del gracioso. Keer op keer tikt hij af om op verschillende manieren (zingend, klappend als bij de flamenco en voorspelend op de piano) ritmische accenten en diminuendi aan te brengen. Op het moment dat de fagottist vermoedelijk met een groot rood hoofd zit te spelen, zegt Bernstein: ‘C'est presque parfait', om er meteen aan toe te voegen: ‘Vous commencez trop fort'. Bijzonder is ook het repetitiefragment van Shéhérazade. Het gaat om een orkestrepetitie zonder solist, waarbij Bernstein zelf met sonore bas de solopartij zingt, een unieke toegift voor zijn discografie.

Wie eerst luistert naar de repetities, zal het liveoptreden ongetwijfeld anders ervaren, vooral de fagotsolo in Alborada. Het moet een memorabel concert zijn geweest op 20 september 1975 in het Théatre des Champs-Élysées. Volgens John Hunts discografie van Bernstein zijn de live-opnamen van Alborada, La Valse, de Boléro en Shéhérazade identiek aan de opnamen die destijds zijn uitgebracht op Lp door CBS en later op Cd door Sony in The Royal Edition, maar dat klopt niet. Bij de commerciële opnamen van CBS gaat het overduidelijk om studio-opnamen. Ze zijn gemaakt in het Maison de la Radio op 17 september (Shéhérazade) en 1 oktober 1975 (overige drie werken). Het complete concert is eerder uitgebracht op een dvd door Kultur. De live-opnamen verschijnen voor het eerst op cd, afgezien van de Shéhérazade met Marilyn Horne, die in 2014 is uitgebracht in een jubileum-box van dit orkest. Hunt heeft ze kennelijk niet vergeleken, want het verschil is te groot om over het hoofd te zien. De live-uitvoeringen klinken sneller en gedrevener. Het verschil is het grootst in de Boléro, die tijdens het concert een speelduur had van 14'28”, maar waarvoor Bernstein tien dagen later in de studio 15'36” nodig had. Ook de verschillen in geluidsweergave zijn groot. In de studio-opname van Shéhérazade wordt de stem van Marilyn Horne eruit gelicht, terwijl die in de live-opname in het orkest is geplaatst. Nog afgezien daarvan vind ik de klank van de live-uitvoeringen iets natuurlijker dan die van de studio-opnamen.

Overigens valt me in alle opnamen op, zowel in de studio- als in de live-opnamen, dat de tutti-klank van het orkest aan de doffe kant is. De inhoud van dit doosje is in meerdere zalen en door meerdere technici opgenomen. Wellicht ligt het dan toch aan het orkest, dat misschien gewoon geen briljante en heldere klank heeft. Jammer van die diffuse orkestklank, maar afgezien daarvan is dit mooie doosje één van de verrassendste bijdragen aan de viering van de honderdste geboortedag van Leonard Bernstein.

___________________
Berlioz: Symphonie fantastique Op. 14 - Harold en Italie op. 16
Milhaud: La Création du Monde op. 81 - Saudades do Brasil oOp. 67 - Le Boeuf sur le toit op. 58
Bloch: Schelomo
Rachmaninov: Pianoconcert nr. 3 in d, op. 30 (Alexis Weissenberg, piano)
Ravel: Alborado del gracioso (repetitie) - Pianoconcert in G (repetitie) - La valse (repetitie) - Alborado del gracioso - Tzigane (Boris Belkin, viool) - La valse - Boléro
Rimski-Korsakov: Shéhérazade (repetitie)
Bernstein: On the Waterfront - West Side Story (symfonische dansen)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links