CD-recensie

 

© Maarten Brandt, april 2009

 

 

Henze: Symfonie nr. 8 - Adagio, Fuge und Mänadentanz (Suite uit de opera Die Bassariden) - Nachtstücke und Arien nach Gedichten von Bachmann für Sopran & großes Orchester.

Claudia Barainsky (sopraan), Gürzenich Orchester Köln o.l.v. Markus Stenz.

Phoenix Edition 113

 


Dat de Henze-discografie zich in een gestage uitbreiding mag verheugen wordt met bovenstaande uitgave opnieuw onderstreept. Markus Stenz, die regelmatig bij het Koninklijk Concertgebouworkest zijn opwachting maakt in de aan 20ste- en 21ste-eeuwse muziek gewijde A-serie, is van meet af aan een vurig pleitbezorger voor het werk van de nestor der huidige Duitse toonkunst geweest. Zo leidde hij bijvoorbeeld de Nederlandse vuurdoop van Henze’s Zevende symfonie bij het Residentie Orkest, maar was hij ook als dirigent betrokken bij tal van spraakmakende operaproducties van Henze, waaronder bij die van het in Nederland helaas nog steeds niet te horen geweest zijnde muziekdrama Das verratene Meer (1989) waarvan hij de wereldpremière leidde.

Het heeft lang moet duren alvorens de Achtste symfonie (1993) min of meer bekend werd, maar daar is de laatste jaren gelukkig verandering in gekomen. Deze op Shakespeare’s toneelstuk A midsummernightsdream gebaseerde partituur* werd in ons land voor het eerst gespeeld door het Koninklijk Concertgebouworkest onder supervisie van Ingo Metzmacher, terwijl hetzelfde werk nog vrij onlangs in de zaterdagmatinee op de lessenaars prijkte bij de Radiokamer Filharmonie onder Otto Tausk. Recentelijk verscheen er een cd-opname (klik hier voor de recensie) van Marek Janowski en het Rundfunk Sinfonieorchester Berlin (Wergo) die zeer indrukwekkend is. Dat laatste kan helaas niet worden gezegd van de lezing door Stenz en de zijnen. O zeker, alle noten zijn er, en qua speltechniek valt er niets op het geheel af te dingen. Maar waar het aan schort bij het in klank omsmeden van deze beurtelings sprookjesachtig intieme en van onverhuld grootse romantische gebaren vervulde muziek, is de onderhuidse spanning, de tederheid waarbinnen het geheel moet opbloeien, het magisch-subtiele ook. Zo klinkt de aanhef van de zowel feeërieke als licht weemoedige finale te letterlijk, te concreet, en is de impressie (om maar eens een beeld te noemen) van iemand die dromerig uit een diepe slaap ontwaakt en de zonsopgang ziet, alsof deze voor het eerst wordt ervaren, ver te zoeken. Dat is eens te meer merkwaardig, aangezien voornoemde kwaliteiten nadrukkelijk wel aanwezig zijn in de imponerende in 2005 voltooide orkestsuite uit Die Bassariden (1966) - een van de onbetwiste hoogtepunten uit Henze’s veelkleurige en bonte muziekdramatische oeuvre - waarin het draait om het conflict tussen ratio en eros. De broeierige atmosfeer van de langzame geledingen, maar ook de witheet aanlopende climaxen krijgen onder de baton van Stenz met een optimum aan plasticiteit en uitgebalanceerdheid gestalte.

Een van de meest spraakmakende composities uit Henze’s kolossale oeuvre is Nachtstücke und Arien. Spraakmakend ook omwille van de vuurdoop op 20 oktober 1957 in Donaueschingen, wel te verstaan in een periode toen het serialisme in de toonaangevende muzikale centra van destijds furore maakte. Op de gedenkwaardige avond bevonden de drie belangrijkste schutspatronen van de toenmalige avant-garde, Karlheinz Stockhausen, Pierre Boulez en Luigi Nono, zich onder het gehoor die de uitvoering al nadat de eerste maten hadden geklonken voor gezien hielden. Henze’s muziek werd door hen duidelijk als een verraad aan hun idealen opgevat. Wat zij niet hoorden was hoe Henze met dit opus in de voersporen trad van Alban Berg, een componist die door bijvoorbeeld Boulez ook toen reeds serieus werd genomen. En, wie Nachtstücke und Arien vergelijkt met de post-post romantische muziek van tegenwoordig kan niet anders dan beamen dat Henze’s klanktaal, om het even (dat zij toegegeven) hoe ondogmatisch ook, dichter bij de verworvenheden van de atonale chromatiek en de daaruit voortvloeiende consequenties stond dan menigeen in die dagen wilde toegeven.

De sterke troef van boven genoemde vertolking is het fenomenale stemgeluid van Claudia Barainsky, maar in vergelijking met de Wergo-opname met Michela Kaune en het NDR Sinfonieorchester onder Peter Ruzicka, komt het orkestaandeel me toch net een fractie te onderkoeld over. Niettemin vanwege Barainsky en de somptueuze verklanking van de orkestrale Bassariden-fragmenten een cd om niet te missen.

 

__________________________
*) Op achtereenvolgens 25, 26 en 27 mei aanstaande brengen de Dortmunder Philharmoniker onder leiding van hun chefdirigent Jac van Steen een programma waarop de Achtste symfonie van Henze wordt afgewisseld door delen uit Mendelssohns Ein Sommernachtstraum in een door regisseur Peter te Nuyl verzorgde scenische vorm. Aanvang concerten telkens om 20.00 uur.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links