CD-recensie

 

© Maarten Brandt, juni 2017

 

Louis Frémaux -The complete CBSO Recordings

Warner Classics / Icon 0190295886738 (12 cd's)
Voor verdere gegevens: zie discografie aan het slot van deze recensie

www.warnerclassics.com

   

Wie kent hem nog, de Franse dirigent Louis Frémaux (1921-2017)? Hij behoorde bepaald niet tot de scene van de jetsetdirigenten, maar binnen de kringen van de fijnproevers genoot hij toch - en zeer terecht - een kolossale reputatie. Dat blijkt in alle toonsoorten uit de riante cd-doos die Warner Classics heeft doen verschijnen van de complete EMI-opnames die Frémaux met het befaamde City of Birmingham Symphony Orchestra (CBSO) maakte, dat weliswaar vooral door Sir Simon Rattle geducht op de kaart is gezet, maar niettemin voor diens komst al een gezelschap was van onbetwist hoge tot zeer hoge kwaliteit. Het was ook Rattle trouwens die, toen hij in 1980 en 25 jaar jong Frémaux in Birmingham als chef opvolgde, ruiterlijk toegaf dat dit ensemble het beste Franse orkest van het Britse continent was. Een opmerking die bij mij automatisch de herinnering aan Boulez oproept die ooit tegen me zei dat het maar de vraag is of de beste orkesten voor Franse muziek per definitie in Frankrijk zijn te vinden, daar meteen aan toevoegend dat hij als het om de muziek van Franse bodem gaat veel beter met het Cleveland Orchestra kan lezen en schrijven dan met de symfonieorkesten van zijn moederland.

Talenten
Louis Frémaux werd in Aire-sur-la-Lys geboren en stamde uit een artistiek milieu, want zijn vader was kunstschilder en zijn moeder voorzag als muziekdocente in haar levensonderhoud. Frémaux studeerde aan het conservatorium van Valenciennes, maar moest die studie als gevolg van de Tweede Wereldoorlog, die hem in het verzet deed belanden, onderbreken. Vervolgens maakte hij enkele jaren deel uit van het Franse vreemdelingenlegioen en werd hij enige tijd in Vietnam gestationeerd. In 1947 pakte Frémaux de draad van zijn muziekstudie weer op aan het Parijse conservatorium, waar onder andere Jacques Chailley zijn leermeester was. In 1952 wist hij de eerste prijs voor orkestdirectie in de wacht te slepen. Het eerste orkest waarmee hij aan het werk ging was dat van Monte Carlo, dat onder zijn leiding een enorme kwaliteitslag maakte. Ook dirigeerde Frémaux er tal van operaproducties, waaronder de nodige premières. Het volgende orkest dat van zijn enorme talenten profiteerde was het Orchestre Philharmonique Rhône-Alpes (de voorloper van het latere Orchestre National de Lyon), waarvan hij de eerste dirigent was. Behalve van het City of Birmingham Symphony Orchestra, waaraan Frémaux negen jaren - tussen 1969 en 1978, hij ging er tamelijk plotseling met een conflict weg - als chefdirigent verbonden is geweest, heeft hij ook nog enkele jaren de scepter gezwaaid over het Sidney Symphony Orchestra. In maart jongstleden overleed Frémaux op de begenadigde leeftijd van 95 jaar.

Gewichtloosheid
Hoe het ook zij, men kan EMI alleen maar dankbaar zijn dat zij naar Birmingham en omgeving is getogen om er regelmatig opames te maken van Frémaux en een orkest dat onder zijn leiding een ondubbelzinnig grote faam heeft verworven. Hoewel het leeuwendeel van de muziek die hij er vereeuwigde van Franse bodem stamt, is het jammer dat er zo weinig van Debussy en Ravel bij zit, repertoire dat hij overigens met behoorlijk vaste regelmaat moet hebben uitgevoerd. Maar hier moeten we het doen met slechts de Prélude à l'après-midi d'un faune en de Boléro. Opvallend is het brede tempo in laatstgenoemd stuk. Ruim een kwartier doet Frémaux over deze bezwerende dans die niet nalaat een verpletterende indruk te maken doordat de dirigent de teugels zeer strak in de hand houdt. Daarentegen is het een en al gewichtloosheid wat ons in de Debussy-Prélude tegemoet klinkt. Een uiterste aan transparantie en luciditeit zijn hier troef, dit alles gevat in een hooggecultiveerde, zij het nooit gelikte, orkestklank waardoor deze vertolking de vergelijking met die van grootheden als Monteux en Boulez moeiteloos kan doorstaan (jammer van die net iets te duidelijk hoorbare bandlas vlak voor het slot).

Grootschalige projecten schuwde Frémaux allerminst. Niet alleen op het gebied van de Franse muziek, want ook bijvoorbeeld de Derde symfonie van Mahler kwam onder zijn handen tot klinken. De in deze doos aanwezige opname van Berlioz' kolossale Grande Messe des Morts moest het toen opnemen tegen de zes jaar eerder door Philips uitgebrachte vertolking van hetzelfde werk onder Sir Colin Davis. Komen onder de Engelsman de enorme klankcataracten vooral in termen van massaliteit zowel letterlijk als overdrachtelijk overdonderend tot ons, Frémaux legt het accent eerder op de lyrische aspecten van het opus, met als gevolg dat juist de meer introverte delen schitterend uit de verf komen. En, als het om de tenorsolo in het Sanctus gaat vind ik Robert Tear verre te prefereren boven Ronald Dowd in de Philips-opname. En dan is er het City of Birmingham Symphony Orchestra Chorus dat op instigatie van Frémaux werd opgericht en - zo te horen op voortreffelijke wijze (zachte passages!)- werd geleid door de vaste koordirigent Gordon Clinton.

Speelse lyriek
Hoge troeven worden, opnieuw mede dankzij dit koor, uitgespeeld in werken als het Requiem van Fauré en het Gloria van Poulenc. Het is dat we wat Poulenc betref door EMI zo verwend zijn met de verklankingen van Georges Prêtre, want Frémaux' lezing van het Gloria doet allerminst onder voor die van zijn Franse collega, mede ook vanwege de prachtige sopraansolo van Norma Burrowes. Met de andere kant van Poulenc weet de dirigent overigens niet minder goed raad, getuige een ultiem gekruide en spitse weergave van de Balletsuite uit Les Biches. Een feest is het ook naar Cristina Ortiz te kunnen luisteren in het Pianoconcert, waarin een speelse lyriek en een optimale rankheid elkaar op een volstrekt natuurlijke wijze de hand reiken. En over dat spitse gesproken, dat maakt ook de uitvoering van de twee suites uit Waltons Façade tot een spetterend evenement, niet in de laatste plaats ook door de uiterst reliëfrijke opname.

Details
Van Offenbach moet je houden, net als van Léhar, Sullivan en Johan Strauss II. Met dergelijke muziek is het in elk geval zo dat middelmaat in de uitvoering onherroepelijk leidt tot sleets- en slordigheid (menig Nieuwjaarsconcert gaat hieraan ten onder). Wat Carlos Kleiber deed met de Weense traditie doet Frémaux met die van Offenbach en consorten: het volstrekt serieus nemen van deze partituren die wat orkestrale brille en raffinement het onderste uit de kan vergen. Het is om die reden dat de muziek van Offenbach, maar ook die van de in deze set aanwezige orkestwerken van Massenet zo zeldzaam fris uit de luidsprekers komen, echt als nieuw, met tal van in andere verklankingen ondergesneeuwde, maar hier haarscherp duidelijk hoorbare details. Het is misschien even wennen aan het feit dat de opera- en operettearia's in het Engels worden gezongen, hoewel dit bij nader inzien minder vreemd is dan het lijkt, aangezien het bijvoorbeeld in Duitsland - zeker toen nog - heel gewoon was Frans en Italiaans repertoire in het Duits te zingen. Tel daarbij het zeer idiomatische en weldadig overkomende stemgeluid van de tenor David Hughes op (een puur genot is het om naar zijn pleidooi voor de aria's van Leoncavallo, Puccini en Bizet te luisteren!) en het bezwaar van het ontbreken van de oorspronkelijke taal verdwijnt meteen als sneeuw voor de zon.

Louis Frémaux repeteert met het CBSO

Grandeur
Heel aantrekkelijk is dat deze collectie niet alleen een meesterlijk gespeeld Divertissement van Ibert bevat, maar ook een aantal andere en minder bekende stukken van deze componist, zoals het Louisville Concerto en Bostoniana, waarin verrassend genoeg (zeker in harmonisch opzicht) soms invloeden van Hindemith bespeurbaar zijn en het geheel bovendien soms dramatische wendingen vertoont die men niet automatisch met deze componist associeert. Hoewel het zwaartepunt van het in deze doos vertegenwoordigde repertoire van Frans origine is, zijn er toch een paar uitzonderingen. De naam Walton viel al, en niet voor niets, want de componist stak vol lof over Frémaux' uitvoering van diens Gloria. Geen wonder want deze vertolking bezit - met in de cast onder andere de tenor Anthony Rolfe Johnson - een sterbezetting. Frémaux geeft de grandeur en dramatiek waar dit werk het bij uitstek van moet hebben het volle pond en ik vind zijn lezing dan ook veel mooier dan die onder Sir David Willcocks (Chandos). Ook opnametechnisch is het fenomenaal wat er is te horen en wat een ongekend fraai diep en sonoor koper! De beide 'Kroningsmarsen' verraden bovendien dat de klinkende nalatenschap van Elgar ook een kolfje naar de hand van de Franse maestro moet zijn geweest.

Mystieke schoonheid
Een van de meest interessante twintigste-eeuwse uitstapjes bestaat uit de in deze verzameling opgenomen Tweede symfonie en de orkestrale liederencyclus Notturni ed alba van John McCabe (1939-2015) met Jill Gomez in een fraaie hoofdrol. De muziek van deze Brit is in ons land volstrekt onbekend en dat dit zeer ten onrechte is, blijkt uit deze prachtuitvoeringen onder Frémaux. Tegelijkertijd vormen deze stukken de meest radicale onderdelen van deze set. Want de muziek van McCabe is over het algemeen atonaal, zij het soms wel met duidelijke tonale verwijzingen. Typisch Engels aan zijn stijl is het atmosferische en pastorale karakter van zijn vocabulaire, maar uit de kleurstellingen en bepaalde instrumentale effecten (gebruik slagwerk) blijken duidelijk continentale twintigste-eeuwse invloeden. Het beurtelings onderhuids en onverhuld manifest zijnde en zowel expressionistische als impressionistische palet van McCabe beklijft van A tot Z. Het steekt op de korte en de lange afstand vol verrassingen, waarbij kamermuzikale texturen (en zelfs menige solistische passage) en tutti-uitbarstingen naadloos in elkaars verlengde liggen, wat resulteert in soms felle contrastwerkingen. Het andante, het tweede deel van de Tweede symfonie (voor de goede orde: de vijf delen gaan onder onderbreking in elkaar over, maar zijn keurig van tracks voorzien) is een verhaal apart: van een zonder meer mystieke schoonheid, terwijl de kolkende climax van het werk de naam van Hartmann in herinnering roept, een componist voor wie hij overigens veel bewondering had. Zoveel is duidelijk: McCabe is een meester en vond in Frémaux de ideale pleitbezorger.

 

Modeluitvoeringen
Veel is er nog over deze magnifieke verzameling te zeggen. Over een van de beste uitvoeringen van Bizets Symfonie in C bijvoorbeeld die in vergelijking met de - althans naar mijn bescheiden mening - referentieopname van het Concertgebouworkest onder Bernard Haitink (Philips) absoluut overeind blijft. Ook voor Frémaux is dit werk de meest geslaagde klassieke (zij het 'après la lettre' uiteraard) symfonie uit de Franse orkestliteratuur. Of over het totaal anders geaarde symfonische gedicht Roma van dezelfde componist, waarin (begin) onverhulde echo's uit Wagners Lohengrin meeresoneren. Verder dirigeert Frémaux modelvertolkingen van de Derde symfonie, Le Carnaval des animaux, het Celloconcert (met Paul Tortelier in topvorm) en het nodige kleingoed van Saint-Saëns. Het opmerkelijke is tenslotte niet alleen de constant zeer hoge kwaliteit van het gebodene waar dit het artistieke resultaat betreft, maar ook het over het algemeen fenomenale opnamegeluid. De verdoekingen van de oorspronkelijke vastleggingen - waarbij in vele gevallen David Mottley de supervisie had - zijn voorbeeldig geslaagd. Dat de oudste opnamen uit juni 1970 en de recentste uit september 1976 stammen is amper hoorbaar. We horen hier, dit even voor de geluidsfreaks, een warm en voorbeeldig 'analoog' geluid, een beter compliment kan ik de technische staf niet maken!. Een geweldige prestatie kortom en derhalve een absolute 'must have' deze set met 12 puik gevulde cd's. Jammer slechts dat de gezongen teksten in het boekje ontbreken.

_______________-
LOUIS FRÉMAUX - THE COMPLETE CBSO RECORDINGS (discografie)

Cd 1-2
Berlioz: Grande Messe des morts - ouverture Le Carnaval romain - Marche funèbre pour la dernière scène d'Hamlet - Ouverture Benvenuto Cellini - Orkestrale delen uit La Damnation de Faust en LesTroyens
Robert Tear (tenor), City of Birmingham Symphony Orchestra Chorus
Opname: 19-22 april 1975 Great Hall, Birmingham University, Birmingham / 13-14 september 1974, Studio nr. 1, Abbey Road, Londen

Cd 3
Massenet : Balletsuite uit Le Cid - Suite nr. 4 uit Scènes pittoresques - Le Dernier Sommeil de la Vierge (Uit : La Vierge ) - Bizet: Roma
Elisabeth Robinson (Engelse hoorn), Anthony Moroney (fluit), Hilary Robinson (cello)
Opname: 4, 6 en 7 april 1971 / 22-23 april 1974, Great Hall, Birmingham University, Birmingham

Cd 4
Lalo: Symphonie espagnole, op. 21 - Celloconcert in d. Saint-Saëns: Celloconcert in a, op. 33
Yan Pascal Tortelier (viool), Paul Tortelier (cello)
Opname: 29-30 mei 1974, De Montfort Hall, Leicester / 23-24 september 1975, Civic Center, Bedworth

Cd 5
Bizet : Symfonie in C . Saint-Saëns : Symfonie nr. 3 in c, op. 78 Orgelsymfonie - Litolff: Scherzo uit Concerto symphonique in d, op. 102
Christopher Robinson (orgel), Frank Wibaut, Harry Jones, John Ogdon (piano)
Opname: 4-5 mei 1972 en 22-23 april 1974, Great Hall, Birmingham University, Birmingham / 17-18 juni 1971, De Montfort Hall, Leicester

Cd 6
Fauré: Requiem, op. 48 - Cantique de Jean Racine, op.11 - Ballade voor piano en orkest, op. 19 - Saint-Saëns: Le Carnaval des animaux
Brian Rayner Cook (bariton), Norma Burrowes (sopraan), David Bell (orgel), City of Birmingham Orchestra Chorus, John Ogdon, Brenda Lucas (piano)
Opname: 19-20 december 1977, Great Hall, Birmingham University, Birmingham / 17-18 juni 1971, De Montfort Hall, Leicester

Cd 7
Saint-Saëns : Le Cygne (uit Le Carnaval des animaux ) - Caprice voor viool en orkest - Voorspel tot La Déluge, op. 45 - Wedding Cake voor piano en strijkorkest, op.46 - Allegro appassionato voor cello en orkest, op. 43 - Danse Macabre, op. 40. Chabrier: España - Debussy: Prélude à l'après-midi d'un faune - Dukas: L'Apprenti sorcier - Ravel: Boléro
Paul Tortelier (cello), Robert Johnston (harp), Yan Pascal Tortelier (viool), Maria de la Pau Tortelier (piano)
Opname: 29-30 mei 1974, De Montfort Hall, Leicester / 17-18 september 1973, Great Hall, Birmingham University, Birmingham

Cd 8
Ibert: Divertissement - Symphonie marine - Bacchanale - Louisville Concerto - Bostoniana - Honneger: Pacific 231
Opname: 30-31 augustus 1973 en 20-21 augustus 1975, Great Hall, Birmingham University, Birmingham

Cd 9
Poulenc: Gloria - Pianoconcert - Balletsuite uit Les Biches . Satie : Deux Gymnopédies (orkestratie: Debussy)
Norma Burrowes (sopraan), City of Birmingham Symphony Orchestra Chorus, Cristina Ortiz (piano)
Opname: 30- 31 augustus 1973 en 11-12 mei 1976, Great Hall, Birmingham University, Birmingham / 21 april 1976, Civic Centre, Bedworth

Cd 10
Walton: twee suites uit Façade - Gloria - Orb and Sceptre (Coronation March) - Te Deum - Crown Imperial (Coronation March)
Barbara Robotham (sopraan), Anthony Rolfe-Johnson (tenor), Brian Rayner Cook (bariton), Francis Grier (orgel), Choristers of Worcester Cathedral, City of Birmingham Symphony Orchestra Chorus
Opname: 1-2 september 1976, Civic Centre, Bedworth / 18-19 september 1976, Birmingham Town Hall

Cd 11
Walton: Balletsuite uit The Wise Virgins - McCabe: Notturni ed alba - Symfonie nr. 2
Jill Gomez (sopraan)
Opname: 1-2 september 1976, Civic Centre, Bedworth / 27 juni en 5 september 1972, Great Hall, Birmingham University, Birmingham

Cd 12
Opera- en operette-aria's van Leoncavallo, Puccini, Bizet, Sullivan, Léhar en Johann Strauss II - Offenbach: Ouvertures tot Orphée aux enfers, La Grande Duchesse de Géroldstein, La Belle Hélène, Barbe-Bleue en La Vie parisienne
David Hughes (tenor)
Opname: 2, 4-5 juni 1970, Birmingham Town Hall / 11-12 april 1972, Festival Hall, Corby


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links