CD-recensie

 

© Kees de Leeuw, juli 2021

Concert sans orchestre

Saint-Saëns: Allegro naar Pianoconcert nr. 3 in Es, op. 29

Mozart: Pianosonate nr. 13 in Bes, KV 333

Skrjabin: Allegro de concert op. 18

Bach: Italiaans Concert in F, BWV 971

Schumann: Pianosonate nr. 3 in f, op. 14 (Konzert ohne Orchester, originele versie van de Pianosonate nr. 3 uit 1836)

Elena Kolesnitschenko (piano)
GWK records GWK 152 • 78' •
Opname: sept. 2020, b-sharp studio, Berlijn

   

Elena Kolesnitschenko werd in 1981 in de Oekraïne geboren in een milieu waar muziek geen grote rol speelde. Als kind kwam ze al onder de bekoring van de piano en het bleek al snel dat zij buitengewoon getalenteerd was. Zij gold als een wonderkind en trad op jonge leeftijd op bij de Verenigde Naties in New York en bij de paus in het Vaticaan.
In 2000 kwam zij naar Duitsland, na afronding van haar studie aan het conservatorium in Moskou. In Hannover studeerde ze bij Vladimir Krainev, zelf leerling van Heinrich Neuhaus. Haar studie bij Hatto Beyerley, oprichter van het Alban Berg Quartett, was haast nog belangrijker want het gaf haar een nieuwe kijk op en beter begrip van de muziek.

Ze kreeg bekendheid door de documentaires Russlands Wunderkinder (2000) en het vervolg hierop: Die Konkurrenten – Russlands Wunderkinder II (2010), waarin een viertal wonderkinderen wordt gevolgd. Het zou mooi zijn wanneer er om de 10 jaar steeds weer een nieuwe film van deze gevolgde wonderkinderen zou worden gemaakt. Maar misschien willen de betrokkenen dat helemaal niet meer en zijn ze minder interessant voor de media nu ze hun status van wonderkind al lang ontgroeid zijn. Bovendien, Irina Tschistjakova, Nikita Mndoyants, Dmitri Krutogolovy en Elena Kolesnitschenko behoren op dit moment niet tot de meest bekende pianisten. Elena Kolesnitschenko was bij de eerste film al een volwaardige tiener die al jaren studeerde in Moskou, in tegenstelling tot de drie anderen die nog meer kind waren.

In een recent openhartig interview met Carsten Dürer van het Duitse tijdschrift Pianonews vertelt Kolesnitschenko dat de verwachtingen van een wonderkind zo hoog zijn dat de musicus ze nooit waar kan maken. Bovendien is Kolesnitschenko niet een persoon die zich zelf graag op de voorgrond plaatst en zich niet erg prettig voelt bij het gebruik van sociale media. Het maken van cd's kost veel geld en met een betrekkelijk kleine discografie wordt het moeilijk voor een musicus om zich te presenteren. Zo wordt het duidelijk waarom de kunst om te overleven soms een grotere rol speelt in het leven dan de muzikale kunst zelf, zelfs in het leven van een uitstekend musicus als Kolesnitschenko.
Het bracht haar wel meer relativeringsvermogen zoals toen ze zich realiseerde dat ze het herhaaldelijk hetzelfde programma spelen tijdens een relatief korte tournee niet erg motiverend vond. En een leven zonder management is misschien niet zo eenvoudig maar biedt wel meer artistieke vrijheid. Echter, dat Elena Kolesnitschenko in het interview ook nog vertelt dat zij op zoek is naar een of meer muzikale partners om kamermuziek te spelen en daar blijkbaar al langer tevergeefs naar zoekt geeft een inzicht in de moeilijkheden die ook een zeer begaafd musicus kan ondervinden. Dit maakte mij best beetje treurig, daar ik toch vaker geconfronteerd wordt met de stralende buitenkant van prachtige concerten en fantastische cd's dan met de vaak harde en mij zeker niet onbekende realiteit in de (klassieke) muziekwereld.

Gelukkig dat Kolesnitschenko, ondanks alle weinig rooskleurige omstandigheden, nu wel weer een cd kan uitbrengen, met onder meer steun van de Funk Stiftung. En dan een cd naar het hart van de pianiste. Ze was als kind al gefascineerd door de piano, die ze ziet als een soort gecomprimeerd orkest waar elke vinger staat voor een groep instrumenten. Zodat je zelfs een symfonie op de piano kunt spelen waarbij Kolesnitschenko verwijst naar de Beethoven-symfonieën die Liszt speciaal voor piano bewerkte. Berlioz schreef in 1844 in zijn Grand traité d'instrumentation et d'orchestration modernes dat hij de piano ook zag als klein volledig orkest. Dankzij de oneindige mogelijkheden van het instrument is een orkest dus niet eens nodig. Zoals de promotie van het cd-label het zo mooi verwoordt: “Der Wettstreit von Solist und Ensemble ist in zwei Hände verlegt, und beide gehen als Sieger daraus hervor.”

De titel van de cd is ontleend aan de driedelige compositie Concert sans orchestre die Robert Schumann in 1836 uitgaf als zijn opus 14. In 1853 verscheen een gewijzigde versie van het werk dat toen als zijn derde pianosonate de wereld in ging, maar nu aangevuld met een scherzo als tweede deel waardoor de versie uit 1853 feitelijk vierdelig is, zij het met handhaving van het oude opusnummer 14. Mogelijk veranderde Schumann de titel naar aanleiding van kritiek van collega's als Liszt en Moscheles die het meer een sonate dan een concert voor piano solo vonden. Elena Kolesnitschenko is juist zo blij met de originele compositie en beschouwt het als het hart van deze cd en ziet het als liefdesverklaring aan haar instrument.

De keuze voor de werken van Bach en Mozart heeft ook een persoonlijk tintje. Beide componisten stonden op de programma's van de eerste uitvoeringen die de pianiste met orkest uitvoerde. Met de composities van Skrjabin en Saint-Saëns krijgt de luisteraar eveneens een goed beeld een het concert zonder orkest. De Fransman maakte in 1913 een ingrijpende bewerking van zijn derde pianoconcert uit 1869, die vooral is gebaseerd op het openingsdeel, Het originele concert werd toentertijd vooral bekritiseerd omdat de pianopartij teveel overeenkomt met die van het orkest. Saint-Saëns zag en greep nu de kans om de pianopartij aantrekkelijker te maken. Hij schreef de compositie voor een concours van zijn vrouwelijke muziekstudenten aan het conservatorium van Parijs. Dat blijkt gelukt, zeker met de toegewijde Elena Kolesnitschenko.

De korte compositie van Skrjabin uit 1896 behoort tot zijn jeugdwerken en is relatief onbekend. Mogelijk liet de Rus zich inspireren door Chopins gelijknamige werk (op.46), maar het is ook heel goed denkbaar dat hij dacht aan het thema van deze cd, het concert zonder orkest. De uitvoering is hier meer ingetogen en stemmiger dan die van Maria Lettberg van wie in 2008 een opname verscheen bij Capriccio met alle pianowerken van Skrjabin die voorzien zijn van een opusnummer. Deze benadering van Elena Kolesnitschenko lijkt mij karakteristiek voor haar. Bedachtzaam, sensibel, soms melancholiek maar tegelijkertijd een pianiste met een enorme krachtige uitstraling die als groot kunstenares over haar instrument heerst. De virtuositeit lijkt vanzelfsprekend en klinkt natuurlijk. Haar spel op de prachtige Bechstein D-282 is in de Berlijnse studio mooi vastgelegd.

Hopelijk leidt deze cd tot herwaardering en meer bekendheid van dit voormalige wonderkind.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links