CD-recensie

 

© Kees de Leeuw, mei 2009

 

 

Lokshin: Symfonie nr. 7 – Symfonie nr. 10 – Liederen van Margaret.

Ludmila Sokolovo (sopraan), Nina Grigorieva (alt), Moskous Jeugdkoor o.l.v. Boris Tevlin, Moskous Kamerorkest o.l.v. Rudolf Barshai.

Melodiya MEL CD 10 01472 • 78' •

 

 


Waarschijnlijk wordt het begrip symfonie door de meeste mensen met instrumentale orkestmuziek geassocieerd, hoewel er natuurlijk verscheidene symfonieën bestaan waarin het vocale element een grote rol speelt. Vooral in de Sovjet Unie werden relatief veel vocale symfonieën gecomponeerd, onder meer door de componisten Lev Knipper, Moisei (Mieczyslav) Vainberg, Juri Shaporin, Dmitri Sjostakovitsj en Vissarion Sjebalin.

In de jaren ’30 was de Russische componist Klimenti Korchmarev (Korchmaryov) (1899-1958) nogal populair in zijn vaderland, dankzij zijn vocale symfonieën. Eén ervan is de symfonie “Holland” (1933), met teksten van de Nederlandse schrijver Jef Last. Geluidsopnamen hiervan zijn mij niet bekend, maar wel valt te lezen dat bij Korchmarev het vocale aandeel belangrijker bleek dan het orkestrale element.
In zekere zin staat Alexander Lazarevitsj Lokshin (1920-1987) in deze traditie van Korchmarev. Lokshin maakte zich in elk geval zeer sterk voor de vocale symfonie. Hij componeerde elf symfonieën, waarvan slechts de vierde zuiver instrumentaal is.

Lokshin studeerde in Moskou bij Nikolai Miaskovski. In 1939 moest Lokshin zijn zojuist verworven diploma van het conservatorium inleveren, omdat hij in zijn afstudeercompositie teksten van de toen verboden Charles Baudelaire gebruikt had. Vijf jaar later kon hij wel met opgeheven hoofd het conservatorium verlaten. Het jaar hierna kreeg hij een aanstelling als docent, maar in 1948 werd hij ontslagen, in het kader van een campagne tegen kosmopolitisme. Een ander ‘misdrijf’ was dat Lokshin bij zijn studenten hedendaagse componisten propageerde.

Het was het jaar waarin onder meer Miaskovski, Prokofjev en Sjostakovitsj wegens ‘formalisme’ tot de orde geroepen werden. In dit repressieve klimaat was er, zeker na zijn eerdere veroordeling, geen plaats meer voor Lokshin in de Sovjet maatschappij. In elk geval kon hij nooit meer een baan vinden. Gelukkig vond hij morele en financiële steun bij de pianiste Maria Yudina. Hoewel hij geregeld belasterd en lastig gevallen werd door de KGB bleef Lokshin toch zijn principes trouw, voor zover dat mogelijk was. Hij bleef teksten gebruiken van dichters die in de Sovjet Unie werden doodgezwegen. Zijn laatste compositie uit 1985 is daarom kenmerkend, want het werk is gebaseerd op gedichten van de symbolist Fjodor Sologoeb, wiens werk taboe was.

Het is daarom niet verbazingwekkend dat Lokshin niet, zoals veel van zijn collega’s wel deden, de Eerste Mei, de Oktoberrevolutie of Lenin verheerlijkte in zijn werk. De componist gebruikte vooral poëzie van onder meer Shakespeare, Alexander Blok, Anna Achmatova en Poesjkin, met steeds weerkerende thema’s over verdriet en vreugde, liefde en haat, leven en dood.

Bij Lokshin is de muziek dienstbaar aan de tekst. In de hier te horen composities is de instrumentale bezetting meestal bescheiden zodat de vocalisten goed tot hun recht komen. Lokshin wordt wel “de Russische Mahler” genoemd, omdat zijn muziek soms aan die van Mahler doet denken, maar dat is lang niet altijd het geval.

De Liederen van Margaret zijn gebaseerd op de vertaling van Goethes Faust door Boris Pasternak. Een compositie met veel dramatiek, dankzij Lokshin en sopraan Ludmila Sokolovo. De zevende symfonie is geënt op teksten van Japanse dichters uit de dertiende eeuw. Het is een compositie met intrinsieke spanning. De pessimistische teksten ten spijt lijkt er een zekere berusting bij de dichters. Maar Lokshin benadrukte de onderhuidse spanning in zijn wat wrange en treurige muziek. Dit geldt ook voor de tiende symfonie, die gebaseerd is op teksten van Nikolai Zabolotsky, ook al heeft het werk een ander karakter dan de zevende symfonie.

Het tekstboekje blijft in gebreke wat betreft de teksten. Weliswaar worden er wel zinnen geciteerd, maar de volledige teksten ontbreken geheel. Gelukkig bracht het internet uitkomst, dankzij een website die aan de componist gewijd is (http://www.lokshin.org/). Ook gegevens over de opnamedata zijn afwezig. Hoogstwaarschijnlijk gaat het om registraties van de premières, allen uit de jaren ’70.

Ondanks de live-opnamen en de soms gebrekkige opnametechniek uit de Sovjet-Unie zijn het relatief gezien geslaagde opnamen, die geen afbreuk doen aan de grote artistieke waarde van deze uitgave. Een cd met hetzelfde programma verscheen in 1997 bij het onbekende label Laurel records. Hopelijk bereikt deze uitgave van Melodiya een groter luisterpubliek, want het werk van Alexander Lokshin verdient echt meer bekendheid.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links