CD-recensie

 

© Kees de Leeuw, juli 2018

 

Hotteterre – Complete muziek voor fluit en basso continuo

Hotteterre: Premier livre de pièces pour la flûte traversière et autres instruments avec la basse - Deuxième livre de pièces pour la flûte traversière et autres instruments avec la basse – Ecos pour la flûte traversière seule - Pieces a deux flûtes avec une basse adjoûtée - L'art de préluder: Prélude en D, La, Re majeure - L'art de préluder: Prélude en G, Re, Sol mineure

Drouard de Bousset/Hotteterre: Pourquoy doux Rossignols

Lambert/Hotteterre: Goutons un doux repos

Guillermo Peñalver, Antonio Campillo (fluit), Tony Millán (klavecimbel), María Alejandra Saturno (viola da gamba)
Brilliant Classics 95511 • 2.18' •(2 cd's)
Opname: september 2016, maart 2017, San Lorenzo de El Escorial, Madrid

   

Jacques-Martin Hotteterre (ca. 1673-1763) is de beroemdste telg uit een muzikale familie, die haar sporen aanvankelijk verdiende met het maken van muziekinstrumenten en later met uitvoerende en componerende musici. Jacques werd geboren in Parijs en speelde fluit, blokfluit en hobo. Enkele van zijn familieleden onder wie zijn vader waren in dienst bij de Chambre du Roy ten tijde van Lodewijk XIV. Vele beroemde musici onder wie Jean-Baptiste Lully, Marin Marais, Antoine Forqueray, Michel de la Barre, Jean Henry d'Anglebert, François Couperin en Elisabeth Jacquet de la Guerre waren verbonden aan dit onderdeel van de Musique du roi. Een deel van de musici kwam door geslaagde deelname aan concoursen in dienst, terwijl een ander deel een positie kon kopen. Uiteraard kon daarvan alleen sprake zijn als ze muzikaal van uitstekend gehalte waren. Jacques Hotteterre behoorde eveneens tot deze groep: zijn vader kocht in 1705 voor hem een plaats als hoboïst. Twaalf jaar later verwierf Jacques, opnieuw tegen forse betaling, een positie als fluitist in het Chambre du Roy van de zonnekoning. Op zijn beurt verwierf een zoon van Hotteterre ook weer een baan bij de koning. Een familiair perpetuum mobile...

Van Jacques Hotteterre's periode voor indiensttreding bij de koning is weinig bekend. Wel is duidelijk dat hij een paar jaar (1698-1700) in Rome verbleef, bij prins Francesco Maria Ruspoli. Aan deze Romeinse jaren dankt Hotteterre zeer waarschijnlijk zijn bijnaam 'Le Romain'. De Italiaanse invloed is soms herkenbaar in de stijl en de lichtvoetigheid van zijn muziek.

In 1707 publiceerde hij Principes de la flûte traversière, ou flûte d'Allemangne, de la flûte à bec ou flûte douce et du hautbois, divisez par traictez, het eerste standaardwerk voor de traverso. Kort hierna verscheen zijn opus 2, het Premier livre, waarin hij zijn opvattingen in de praktijk kon brengen. In 1715 volgde een heruitgave waarin hij twee van de oorspronkelijk drie suites splitste, zodat het eerste boek nu vijf suites telt. Daar de ‘nieuwe' suites nummer drie en vijf (in het origineel de tweede helft van twee suites) geen prélude hebben, voegden de uitvoerende musici Peñalver en Millán deze zelf maar toe. Interessant maar niet helemaal consequent, want dan was het logisch geweest indien aan de ‘nieuwe' suites nummer twee en vier (in het origineel de eerste helft van de twee suites) een gigue als laatste deel was toegevoegd omdat alle andere suites hiermee eindigen. Dat is echter niet gebeurd.

In 1715 verscheen een Deuxième livre, opus 5 dat bestaat uit vier suites. De muziek van de laatste suites uit het tweede boek (b)lijkt deels minder complex en virtuoos dan die uit het eerste boek. De titels in het tweede boek zijn ook simpeler en beperken zich tot de dansvorm, terwijl in het eerste boek aan de afzonderlijke delen soms namen zijn toegevoegd als La cascade de St. Cloud, Le Baron en Le comte de Brione .

Naast de suites zijn vier korte composities en twee arrangementen op de cd's vastgelegd. De pieces a deux flûtes en Ecos zijn een soort appendices bij de beide uitgaven uit 1708 en 1715. De titels spreken voor zich. In 1719 publiceerde de componist zijn L'art de Préluder, waarvan voor deze opname twee preludes werden geselecteerd. Enkele jaren later volgde een bundel met arrangementen van airs de cour (strofisch lied met luitbegeleiding) van Michel Lambert en Jean-Baptiste Drouard de Bousset.
De suites van Hotteterre zijn kwalitatief vergelijkbaar met de sonates en suites van Joseph Bodin de Boismortier (1689-1755) die ik hier eerder besprak.

De composities zijn qua tempi en stemming zeer gevarieerd en vragen een grote virtuositeit en flexibiliteit van de fluitist. De muziek bevat vaak subtiele versieringen die door minder begenadigde fluitisten niet altijd verklankt worden. Gelukkig zijn de Spaanse musici met fluitist Guillermo Peñalver als het stralend middelpunt de kinderschoenen van de oude muziek praktijk ontgroeid. Het klinkt mooi en overtuigend en bevestigt ook de reputatie van Brilliant Classics op het gebied van de Franse barokmuziek. Al hoop ik dat het label voor een eventueel volgend project met Franse fluitmuziek uit de barok weer een beroep doet op de voor mij onovertroffen meester in dit genre, Jed Wentz.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links