CD-recensie

 

© Harry-Imre Dijkstra, november 2021

Far far from each other – Lied Trios for baritone, viola or horn and piano

Schubert: Auf dem Strom D 943 - Nachtviolen D 752

Bridge: Three songs

Skroup: Liebes Thal op. 15 - An den Abendstern op. 6

Kleinecke: Zwei Lieder op. 5

Marteau: Schilflieder op. 31

Proch: An die Sterne

Nicolai: Die Thräne

Brahms: Gestillte Sehnsucht op. 91 nr. 1

Andreas Burkhart (bariton), Malte Koch (altviool), Johannes Lamotke (hoorn), Thorsten Kaldewei (piano)
Coviello COV 92105 • 57' • Opname: februari 2020, Hofreite Zipfen, Otzberg (D)

   

Vier sympathiek musicerende vrienden brengen met stem en instrumenten een genoeglijke uitvoering van een serie trioliederen met obligaat instrument, afwisselend een hoorn en een altviool. Het lijkt zowaar een kamermuzieksoirée of –matinee, die onopgesmukt klinkt en prettig verloopt, niet hoogdravend overkomt en waarin de musici met plezier hun verhaal vertellen. Wat een voordeel is het bovendien, dat de namen van de musicerende heren niet bij voorbaat een verwachting opwekken, gezien hun mogelijke status. De jonge bariton Andreas Burkhart bijvoorbeeld: een zanger met een lichtgevoerd en helder stemgeluid, vanuit standplaats München actief als lid bij het koor van de Beierse radio, maar ook operarollen vervullend, in vocale ensembles en als solist. Wat zingt hij gemakkelijk en verstaanbaar, soepel schakelend tussen de stemmingen, warm en beheerst maar ook losjes waar nodig! Of hoornist Johannes lamotke: hem vinden we in de kopergroep van de Berliner Philharmoniker terug. Op dit album bewijst hij een begenadigd kamermusicus te zijn, met zeer fraaie klank, soepele techniek en energieke muzikaliteit.

Ver van elkaar verwijderd zijn, het verlangen naar iemand of iets, het is kort samengevat het thema van het onderhavige album. Natuurlijk hint de titel ook op de al dan niet geldende maatregel om afstand van elkaar te houden, in het kader van het rondwarende virusgevaar... Letterlijk vinden we de tekst 'Far far from each other' terug in het eerste van de indringende Three songs, die Frank Bridge in 1907 schreef voor middenstem, altviool en piano, als uitsnede van een groter gedicht van Matthew Arnold. Arnold is onder de liefhebbers van vocale muziek wellicht meer bekend van zijn door Samuel Barber getoonzette gedicht Dover Beach.

In de Bridge-liederen mag altviolist Malte Koch de warmgedragen secondant van de zanger zijn; zijn lichte en fijne toon past uitstekend bij Burkharts stem. De uitvoering van deze liederen kan met gemak het hoogtepunt van het album genoemd worden, ware het niet dat er ook elders aardig wat verrassingen te vinden zijn.

Want wat te denken van Wilhelm Kleinecke, opgeleid als zanger, componist, toneelspeler, danser, pianist en hoornist. Compleet vergeten en zijn muziek ook; het zou kunnen dat nu voor het eerst muziek van hem op cd te krijgen is! Natuurlijk is de hoornpartij in de Zwei Lieder op. 5 rijk gevuld en idiomatisch, maar de composities doen ook recht aan de sfeer van de getoonzette gedichten, die verhalen van verlangen naar de natuur. Ook Die Thräne van Otto Nicolai, met obligate hoorn, is een lied dat zo in de concertprogramma's geplaatst mag worden. Saillant historisch detail is, dat Nicolai zelf eigenlijk nogal neerkeek op het genre van het triolied. Maar voor een mogelijk succesje zette hij die bezwaren opzij; de luchtig verklankte tekst over de betekenissen van een traan werd snel een favoriet lied voor menige (huis-)zanger, tot in de twintigste eeuw toe. Opnieuw een uiterst aangename uitvoering, die geen wens onvervuld laat.

Frantisek Skroup verdient ook een aantal woorden, al was het maar om te benadrukken dat hij de componist is van het Tsjechische volkslied en na zijn vergane roem in Praag nog een paar jaar werkzaam was als dirigent van de Duitse Opera in Rotterdam, daar ook overleed en begraven werd. Zijn twee liederen ademen echt de vroege Romantiek, vergelijkbaar met de twee liederen van Schubert die het ensemble ook uitvoert. De teksten die Skroup gebruikte en die het verlangen naar het vaderland uitbeelden, worden instrumentaal fraai aangekleed maar niet direct becommentarieerd. De volksmuzikale inslag van Skroups klanktaal geeft de liederen veel lichtheid mee, en die wordt opnieuw prima getroffen door het ensemble.

Met dit afgewogen programma dat nog afgesloten wordt met een van Brahms' overbekende Geistliche Lieder maken Burkhart en de zijnen indruk; een vervolg is gewenst!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links