CD & DVD-recensie

 

© Harry-Imre Dijkstra, juni 2021

Mariss Jansons – The Oslo Years

Klik hier voor de inhoudsopgave

Frank Peter Zimmermann (viool), Truls Mork (cello), Wayne Marshall (orgel), Oslo Philharmonic Orchestra o.l.v. Mariss Jansons

Warner 0190295242473 (21 cd's + 5 dvd's)
Opname: 1988-2004, Konserthuset, Oslo

 

Een nieuwe verzamelbox met deels uniek materiaal op dvd en diverse cd-opnamen die lang niet meer verkrijgbaar waren, dat is Mariss Jansons – The Oslo years, uitgebracht door| Warner Classics. Als er nog bewijs nodig was, dan ligt het hier wel voor ons: de samenwerking van ruim twintig jaar tussen de Letse dirigent en het Oslo Filharmonisch Orkest is een van de zeldzame succesverhalen in de orkestwereld.

Mariss Ivars Georgs Jansons werd in 1943 in Riga geboren. Zijn vader Arvids was dirigent bij de plaatselijke opera en zijn moeder Iraida zong er hoofdrollen als mezzosopraan. Nadat zijn vader was benoemd tot tweede dirigent van het toenmalige Leningrad Filharmonisch Orkest en de verhuizing naar de nieuwe standplaats achter de rug was, begon de strenge muzikale opleiding van de jonge Mariss.

Tot tweemaal toe werd een mogelijkheid om met Herbert von Karajan samen te werken door Sovjet-luimen gedwarsboomd, maar evengoed lukte het alsnog tussendoor dankzij een studentenuitwisseling met Oostenrijk. Bovendien won hij de tweede prijs tijdens het Karajan-concours in 1971. Dat was het moment dat hij zichzelf als dirigent beschouwde en niet alleen maar als de zoon van de bekende dirigent Arvids Jansons. Dankzij een aanbeveling van zijn vader werd Mariss in 1979 uitgenodigd om naar Oslo te komen. De chemie met het Oslo Filharmonisch Orkest was er gelijk en zijn chef-dirigentschap tot 2002 leidde tot grote resultaten.

De jonge Mariss groeide op in het operatheater en was er dagelijks getuige van de activiteiten van zijn ouders. De eerste symfonische muziek die hem greep was de Vijfde Symfonie van Beethoven, waarvan hij als zesjarig jongetje de partituur kreeg en waaruit hij zich graag liet voorspelen door zijn moeder als hij weer eens ziek thuis was. Het pad naar de muziek werd hem door zijn ouders “als een zonnestraal” getoond, zoals hij later zei. Verder voetbalde hij graag op de binnenplaats van zijn woonblok en schoot er regelmatig een ruit aan diggelen.

Oslo
Het redelijk spelende Filharmonisch Orkest kreeg bij de komst van Jansons artistiek gezien op zijn falie: hij pakte met grote ijver en discipline het matige ensemblespel aan. Hij repeteerde veel met de afzonderlijke orkestgroepen en gebruikte veel Russisch repertoire om de orkestklank en het gevoel voor ritme te optimaliseren. De kopersectie kreeg glans en fluweel in het spel, de strijkers leerden een veel meer verzadigde en zijden toon te produceren. Aan de andere kant leerde Jansons zelf de vaardigheden verbonden aan het chef-dirigentschap en kreeg hij de kans een breed repertoire op te bouwen. Met zijn economische en beminnelijke aanpak, zijn nooit opgewonden nobele dirigeerhouding, waarbij alle aanwijzingen vloeiend en soepel vanuit zijn brede schouders kwamen, maakte Jansons zich ongelooflijk geliefd. Het was duidelijk: Oslo bezat binnen korte tijd een top-orkest! Vele tournees, waarbij optredens in beroemde zalen en voorts cd-opnames droegen eraan bij. Een van de orkestleden noemde de komst van Jansons zelfs een 'Russische revolutie'! Formeel onjuist natuurlijk: Jansons was een Let, die bij zijn verhuizing naar Leningrad bovendien nog geen Russisch sprak...

Hoe bescheiden, vriendelijk en beheerst hij op en naast het podium overkwam, er kon wel degelijk woede en teleurstelling in hem rondwaren, zoals over het lokale cultuurbeleid en de akoestiek van de concertzaal in Oslo. Dat laatste was uiteindelijk ook de reden om uit Oslo te vertrekken.

De inhoud
De 'lading' van de box The Oslo years mist kop en staart: de vroegste en latere (veelal live-)opnamen die Jansons met het orkest voor andere labels maakte ontbreken. Van die vroege opnamen missen we vooral de Vijfde Symfonie van Tsjaikovski, de eerste topregistratie die het team maakte. Van de latere registraties waren de Mahle-rymfonieën zeker een waardevolle aanvulling geweest. Maar niet zeuren: de min of meer chronologisch opgebouwde box biedt al zóveel moois! Klank, vorm en atmosfeer zijn de kernwaarden die in elke opname sterk naar voren komen. Van Dvorák bijvoorbeeld zijn de uitvoeringen van de Zevende, Achtste en Negende Symfonie bijzonder, maar die van Vijfde is zelfs uitzonderlijk: wat een orkestrale souplesse en meeslependheid! Sjostakovitsj is vertegenwoordigd met 5, 6 en 9. De laatste springt er echt uit dankzij spits en kek spel waarbij de tempi vervaarlijk hoog zijn. Uit een niet volledige cyclus met symfonieën van Sibelius mag de Tweede tot de zeer geslaagde gerekend worden, maar de meeste indruk maakt Jansons met een diep doorleefde en ritmisch flexibel gepresenteerde Valse Triste. Symfonisch werk van bijvoorbeeld Svendsen, Respighi, Saint-Saëns, Honegger, Ravel en Dukas vinden we in de latere discografie van Jansons niet meer terug en dus hier valt veel fraais te ontdekken.

Opvallend is Jansons' affiniteit met muziek uit de jaren ‘30 en ‘40; de symfonieën van Sjostakovitsj werden al genoemd. De opnamen van het Concert voor Orkest en de Muziek voor Snaarinstrumenten, slagwerk en celesta van Bartók zijn ongekend atmosferisch, ritmisch verfijnd en vol met spannend aangezette tinten. Verwacht bij Jansons nooit een exces of een opgewonden uithaal: beheersing en klankrijkdom prevaleren onder elke omstandigheid. In het romantische repertoire kunnen superieur voorbereide dramatische hoogtepunten daardoor wel eens tegenvallen, maar in het modernere genre helpt het enorm. Ook bij de redelijk veronachtzaamde symfonieën van Honegger presteert Jansons ijzersterk. Het trompet-koraal in de finale van de Tweede Symfonie maakt diepe indruk – had Lutheraan Jansons zich hiermee innerlijk zo sterk verbonden gevoeld?

Jansons op beeld
Uniek materiaal van de Noorse televisie komt voor het eerst in deze box op vijf dvd's beschikbaar. Opvallend: Jansons en zijn orkest spelen live net zo consistent als op cd; zijn dirigeerstijl oogt verheven, maar geen gebaar is overbodig; de inzet van alle orkestleden is tomeloos. Wat een eendracht! Maar...zó weinig vrouwen in het orkest!

De opgenomen werken zijn goeddeels uiterst waardevolle aanvullingen op het cd-materiaal: een prachtig-warme uitvoering van de Symfonie in d van Franck, een heerlijk onpretentieuze opvatting van de Eerste Symfonie van Mahler, een steengoede interpretatie van de Manfred-Symfonie van Tsjaikovski en een zeer spannende uitvoering van Also sprach Zarathustra van Richard Strauss, om maar wat te noemen.

Volstrekt onmisbaar is het tv-interview met Jansons over de Noorse cultuurpolitiek. Aanvankelijk ongemakkelijk door de wat geforceerde opzet van het vraaggesprek, komt Jansons in matig Duits gaandeweg in vorm en maakt met ingehouden verbolgenheid netjes gehakt van het cultuurbeleid in Noorwegen. Hij uit zijn onbegrip over het uitblijven van steun aan dit top-orkest en stelt dat, indien Noorwegen de WK-finale voetbal in Mexico had gespeeld (in 1986), de aandacht wel anders zou zijn geweest... Want het niveau van de cultuur bepaalt het niveau van de beschaving in een land, aldus Jansons. Mag deze video svp naar het volgende Nederlandse kabinet?

Coda
Een sterk uit de context getrokken opmerking over vrouwelijke dirigenten daargelaten, een op film vastgelegde poging van Jansons om een matig orkestwerk van Louis Andriessen serieus te nemen uitgezonderd: de meeste emoties bleven bij hem onzichtbaar. Zelfs van zijn nervositeit vóór aanvang van elke repetitie en elk concert en zijn zelfbenoemde overdreven verantwoordelijkheidsgevoel valt nauwelijks iets te merken. Misschien had hij dat geleerd van zijn moeder, die zwanger en wel ternauwernood het getto van Riga wist te ontvluchten maar haar broer en vader verloor tijdens de oorlog; zij sprak nooit met haat of woede over het verleden, ze bleef onder alle omstandigheden beschaafd.

“Vraag het je hart”, was het antwoord van vader Arvids altijd op de vele levensvragen van zijn zoon Mariss; zijn hart uitte zich zelden in woord, maar altijd in de muziek die hij maakte. Totdat dit hart het begaf op 30 november 2019.

_________________
Naschrift: Collega Niek Nelissen besprak in juni 2015 Mariss Jansons Live: The Radio Recordings 1990-2014 (klik hier).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links