CD-recensie

 

© Harry-Imre Dijkstra, oktober 2021

Dennis Brain – Homage

Klik hier voor het overzicht

Warner 0190295019921 (11 cd's)
Opname: 1938-1957

   

“My call transforms the hall to autumn-tinted groves
What is into what has been...”

Het grafschrift van hoornist Dennis Brain, die in 1957 op 36-jarige leeftijd om het leven kwam bij een auto-ongeval. De tekst is een deel van een achtregelig gedicht van de hand van Paul Hindemith, een van de diverse belangwekkende componisten die in de vorige eeuw voor Dennis Brain nieuwe muziek hebben geschreven.

Brain was een fenomeen op de hoorn, dat een paar decennia daarvóór nog beschouwd werd als een moeilijk instrument waarop niet perfect te spelen viel. Grootvader Brain maakte reeds school als hoornist in Engeland, maar het was Dennis' vader Audrey Brain die dankzij opmerkelijke capaciteiten op het instrument dit vastgeroeste idee echt loochenstrafte.

Als kind mocht Dennis alleen op zaterdag een paar tonen blazen, verder speelde hij piano en orgel. Dat laatste deed hem serieus overwegen organist te worden. Maar als joch van zestien jaar oud stond hij toch als hoornist in de opnamestudio met zijn vader, om samen te spelen in het Divertimento KV 334 van Mozart, de allereerste opname in de cd-box die Warner Classics recent uitbracht naar aanleiding van Dennis Brains honderdste geboortedag in 2021. Heel betekenisvol is die opname, omdat het direct de onwaarschijnlijk grote begaafdheid van de tiener blootlegt. Naast de perfecte beheersing van alle technieken had Brain van jongs af aan een stralende, zangerige toon (al gebruikte hij geen vibrato) en waren zijn fraseringen volkomen natuurlijk. Met de jaren zou de soepelheid in zijn spel alleen nog maar groeien. Voor het overige veranderde er slechts iets in 1951, toen hij eindelijk zijn oude, van plakband aan elkaar hangende Franse instrument inruilde voor een nieuw Duits instrument.

Tijdens de oorlog speelde hij in het orkest van de Royal Air Force en kreeg hij de kans om veel kamermuziekconcerten te geven, zijn grootste muzikale liefde. Spoedig volgden aanstellingen als solohoornist bij zowel het Royal Philharmonic Orchestra als het Philharmonia Orchestra, begon hij het Dennis Brain Wind Ensemble (een blaaskwintet, waarin ook zijn talentvolle broer Leonard hobo speelde) en werd hij lid van het niet bepaald op historische instrumenten spelende London Baroque Ensemble. Natuurlijk trad hij ook op als solist met diverse orkesten en had hij met al die bezigheden én een gezin erbij een jachtig bestaan, al was dat nooit aan hem te merken. Hij stond bekend om zijn warme en rustige karakter, zijn vele grapjes en zijn liefhebberij voor snelle auto's. In Herbert von Karajan, vanaf 1948 regelmatig op de bok bij het Philharmonia Orchestra, had hij op dat gebied een kompaan en Brain kon niet gelukkiger zijn, toen hij op toernee in Luzern een keer Karajans grote Mercedes sportwagen mocht besturen. Maar ook muzikaal waren ze zeer aan elkaar gewaagd, getuige de legendarisch te noemen opnames van alle hoornconcerten van Mozart in 1953.

Hoezeer we ook stil zouden kunnen staan bij de vele bijzondere momenten in Brains carrière, is de taak hier om de cd-collectie Dennis Brain - Homage door te lichten. Laten we om te beginnen terugkeren naar de auteur van de dichtregels: Paul Hindemith. Deze schreef in 1949 een voortreffelijk en idiomatisch uitgewerkt soloconcert. Met twee korte snelle delen, gevolgd door een uitgebreid derde deel in meerdere secties heeft het een opmerkelijke opzet. In dat derde deel reciteert de hoornist als het ware in tonen het gedicht dat Hindemith speciaal voor de compositie had geschreven. De uitvoering is een stereo-opname uit 1956, zeer knap geleid door de componist zelf. Hoewel dit zonder meer het hoogtepunt genoemd mag worden in Brains discografie van twintigste-eeuwse muziek (als we Richard Strauss' Hoornconcert nr. 2 uit 1942 als anachronisme even buiten beschouwing laten), mag zeker het Trio op. 44 voor hoorn, viool en piano van Lennox Berkeley niet onvermeld blijven. Tegelijk moet hier de omissie van een andere opname vermeld worden, namelijk die van de Serenade voor hoorn, tenor en strijkorkest, die Benjamin Britten mede voor Dennis Brain schreef en die in 1944 voor Decca werd gemaakt.

Vroeg in zijn artistieke bestaan nam Brain al twee van de vier hoornconcerten van Mozart op, met het Philharmonia Orchestra. Dirigent Walter Susskind zorgt in het Hoornconcert nr. 2 KV 417 voor een heel degelijke en soepele begeleiding. Maar de complete set concerten met Karajan is moeilijk te verbeteren. Niet alleen speelt Brain op de toppen van zijn kunnen, de dirigentleidt met brede gebaren en soepele tred het voor deze muziek weliswaar overbezette orkest uiterst dienstbaar en laat tegelijk veel liefde voor deze muziek doorklinken.

De hoornconcerten van Richard Strauss worden doorgaans in een adem genoemd met de uitvoeringen van Brain; men kan zelfs stellen dat Hoornconcert nr. 2 dankzij Brains regelmatige optredens met dit werk en uiteraard de opname ervan een hit is geworden. Bovendien was hij een van de eerste hoornisten die het vastlegde, met Wolfgang Sawallisch als dirigent. Het Hoornconcert nr. 1 treffen we in de box tweemaal aan: in 1947 met dirigent Alceo Galliera en in 1953 met Sawalisch; mooi vergelijkingsmateriaal, waarbij de jongere opname een streepje voor heeft.

Als solist in kamermuziek is de oogst beduidend minder groot: een uit 1944 stammende registratie van de Hoornsonate op. 17 van Beethoven – een niet heel spannende lezing – en in 1952 gemaakte opnamen van het Adagio & Allegro op. 70 van Schumann en de Villanelle van Paul Dukas. De laatste twee maakte Brain met meesterbegeleider Gerald Moore, die met name in het werk van Schumann het lyrische aspect samen zo prachtig weten vorm te geven.

In iets grotere bezetting vinden we Brain natuurlijk terug in kwintetten met blazers van Beethoven en Mozart. Hier treedt een andere pianogrootheid aan: Walter Gieseking. Helaas zijn de registraties uit 1954 wat dof en zijn de blazers niet altijd ideaal. In dat opzicht is een alternatieve opname van het Kwintet KV 452 van een jaar later attractiever en meer levendig, met name door de inbreng van klarinettist Jack Brymer.

Een zonderlinge bijdrage in de collectie vormen de Trio Ouverture HWV 424 en twee instrumentale aria's van Händel. HWV 424 is zowel uniek door de bezetting (twee klarinetten en hoorn – een van de vroegste werken voor klarinet) als door de frisse en vlotte uitvoering met klarinettisten Frederick Thurston en Gervase de Peyer. Merkwaardig genoeg worden bij deze werken geen opnamedata vermeld op het cd-hoesje. Overigens blijft de vermelding van alle technische data in miniscuul lettertype achterop alle hoesjes een van de ernstige verbeterpunten bij box-uitgaven van Warner; als het bijleveren van een loep te veel kost, is het toch een kleine moeite om dat in ieder geval in het uitgebreide booklet bij de index te vermelden!?

Dan resteren nog twee categorieën: grote ensembles en orkestwerken waarin Brain op hoorn een rol vervulde. De opnames in uitgebreide kamerbezetting zijn niet alle even relevant, omdat ze deels niet opvallen door een bijzondere interpretatie en omdat de balans in de klank nogal eens scheef is. Daarnaast is de rol van Brain regelmatig niet van beslissende waarde voor het geheel. Indrukwekkende uitzonderingen zijn te vinden in de Serenade op. 44 van Dvorák, waar de hoornsolo in het derde deel fabelachtig schoon gespeeld wordt. Ook de Suite op. 4 voor 13 blazers van Strauss valt zeer te genieten, in een interpretatie uit 1957 die de tand des tijds prima doorstaat. Daarvoor nemen we het gebrom van voorbijrijdende auto's rond de opnamelocatie, de St. Gabriel's Church in Londen, dan maar voor lief.

Ook voor het fraaiste slotakkoord binnen de erfenis aan orkestbijdragen van Dennis Brain komen we bij Richard Strauss terecht. De live-registratie van diens Vier letzte Lieder, met het Philharmonia Orchestra onder Karajan in 1956 in de Royal Festival Hall in Londen, is opmerkelijk vlot en scherp, zeer kamermuzikaal in de individuele bijdragen van orkestleden. Sopraan Elisabeth Schwarzkopf begint met behoorlijk opgewonden stem aan het lied "Frühling”, maar pakt zich gaandeweg bij elkaar en creëert adembenemende momenten in het vervolg. Daarin helpt ook lichtelijk de volgorde van de liederen, met het vredige September als slot. Daarin zijn de ruime en zwevende slotmaten geheel voor Dennis Brain, die ten overvloede bewijst dat de rol als orkestmusicus hem even goed paste als welke andere ook.

De getuigenis van Brains zeldzame muzikale begaafdheid wordt zeker recht gedaan met deze nieuwe uitgave, al hadden sommige verdoekingen best wat minder dof gemogen; deels is teruggegrepen op oudere geremasterde versies. Ongetwijfeld zal Brain nog tot in lengte van dagen een lichtend voorbeeld blijven voor vele liefhebbers en musici, bewijzend dat ook een in naam weerbarstig instrument geen obstakel is om een eigen klank en een bijzondere stem te vinden.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links