CD-recensie

 

© Gerard Scheltens, februari 2022

Grieg: Haugtussa - En Svane - Til Én (I & II) - Jeg Elsker Dig! - Og jeg vil ha mig en Hjertenskj ær - Ved Rundarmne - 5 Digte Op. 69 - Poesien - 6 Lieder Op. 48 - Våren

Lise Davidsen (sopraan), Leif Ove Andsnes (piano)
Decca 485 2254 • 80' •
Opname: sept. 2021, Stormen Konserthus, Bodø (Noorwegen)

   

Een meisje, Veslemøy, is voor het eerst verliefd. Ze vlindert door het Noorse landschap van fjorden, bergen en beken. Ze beleeft visionaire momenten terwijl ze geniet van de weelderige natuur. Ze ontmoet de jongeling van haar dromen, wordt dolverliefd en werpt zich aan zijn voeten. Hij zal komen, belooft hij, maar doet het niet. Dan is de deceptie compleet. Op een regenachtige dag eindigt dit herkenbare kleine psychodrama bij de beek ( Ved Gjætle-Bekken) . Zo maak je kennis met de liefde, en met de ontgoocheling die daarop volgt...

We konden erop wachten dat twee Noorse topmusici, sopraan Lise Davidsen en pianist Leif Ove Andsnes, het herkenbare romantische verhaal zouden vertellen van Haugtussa (Bergmeisje) , de cyclus die hun landgenoot Edvard Grieg componeerde op een selectie uit een novelle-in-verzen van Arne Garborg (1851-1924). Het ongelooflijk mooie en droevige kleinood Ved Gjætle-Bekken, met een beeldende kabbelende pianobegeleiding en subtiele aarzelingen in de voortgang, is het geniale slot, maar de hele cyclus is een hoogtepunt in Griegs oeuvre. Hij voorzag Garborgs roerende teksten van subtiele miniatuurtjes die behoren tot het beste wat de romantische liedkunst heeft voortgebracht. Dat ze minder beroemd zijn geworden dan gevestigde meesterstukken van Schubert, Schumann, Brahms, Wolf, Fauré, Duparc, heeft alles te maken met de taal, waardoor veel zangers zich beter niet wagen aan deze van Noorse sfeer doordrenkte liederen. Het zijn dus vooral Scandinavische zangeressen die hun sporen hebben verdiend met dit onderbelichte repertoire. Als landgenoten van de componist zijn Davidsen en Andsnes er natuurlijk geknipt voor.

Grieg was een fijnbesnaard componist, een romanticus die in zijn componeerhut in Troldhaugen één was met de Noorse natuur. Zijn talloze lyrische stukjes voor piano zijn bijzonder beeldend en schijnbaar eenvoudig. Schijnbaar, want er is vrijwel altijd een geraffineerde harmonische 'twist' die verrast en uitnodigt tot nog eens luisteren. Voor de liederen geldt hetzelfde, waaraan de gevoelige tekstbehandeling nog het nodige toevoegt.

Lisa Davidsen, nu 35 jaar, maakte haar doorbraak bij de Londense Operalia in 2015. Ze is de categorie 'veelbelovend' al gepasseerd en behoort tot de grote operastemmen van nu. In vocaal veeleisende Wagner- en Strauss-rollen is ze in staat tot een maximum aan dramatische expressie. Ze heeft een schijnbaar moeiteloze techniek, een feilloze en doordachte beheersing van de dynamiek en een rijk stemgeluid dat in alle registers loepzuiver blijft. Haar inlevingsvermogen en tekstbewustzijn zijn superieur. Haar vocale surplus stelt haar in staat tot een grote reikwijdte aan emoties en stemmingen. Ook de intimiteit van Griegs liedoeuvre voelt ze perfect aan. Voeg daarbij de aanwezigheid van haar landgenoot Leif Ove Andnes, zeker in het romantische repertoire een toppianist, en je hebt een cd waarvoor superlatieven tekort schieten.

Er zijn grote voorgangers. Griegs liederen werden vooral bekend door de registraties van Kirsten Flagstad, een van de onbetwiste 'Grote Stemmen der Twintigste Eeuw' en een groot voorvechter van Noor(d)se muziek. Zij nam de Haugtussa -cyclus en andere liederen tweemaal op met de pianist Edwin McArthur, in 1940 op 78-toeren en in 1956 op een Decca-lp. Opnametechnisch zijn de verschillen groot, maar interpretatief bleef Flagstad trouw aan haar principes. Ook haar stem was in 1956 nog in bloei. Het zijn ware monumenten van zangkunst, waarbij de iconische sopraan haar karakteristieke stem inzet voor een uitbundig maar toch gecontroleerd drama. Je luistert ernaar met ontzag en bewondering, maar de ongenaakbare majesteit van haar vertolking heeft helemaal niets te maken met de romantische leefwereld van een jong meisje dat verrukt is van de natuur en de grote liefde met zijn pieken en dalen ontdekt.

In het Grieg-jaar 1993 waren het de Zweedse mezzo Anne Sofie von Otter en pianist Bengt Forsberg die overtuigend lieten horen hoe anders het kan: fris, onopgesmukt en intiem. Hun rijkgeschakeerde DG-cd met Haugtussa en een rij andere liederen stelden vanaf dat moment voor mij de norm. Ook aanbevelenswaardig is de Finse Monica Groop die in de jaren negentig met Love Derwinger voor BIS Griegs complete liedoeuvre opnam.

Von Otter/Forsberg en Groop/Derwinger zijn nog lang niet verbleekt, maar het is evident dat er na bijna drie decennia alle ruimte is voor een nieuwe opname op het hoogste niveau. In de solide kern herinnert Davidsens stem aan die van Flagstad, maar zonder de (vergeef me!) ouwelijkheid van haar legendarische voorgangster. Ze deelt met Von Otter het feilloze gevoel voor de intieme expressiviteit van deze liederen.

Davidsen en Andsnes maken een genereuze selectie van in totaal 28 liederen op teksten van o.a. Andersen, Ibsen, Heine en Goethe. Naast de Haugtussa-cyclus kozen ze natuurlijk bekende Grieg-evergreens als Jeg elsker dig!, En Svane, Ved Rundarne, Våren (ook bekend als Letzter Frühling) en de zes Duitstalige liederen op. 48. Steeds weer heeft dit duo voor elk lied de juiste stemming voorhanden, hun tekstbegrip is groot, hun samenwerking naadloos. Voorop staat de eenvoud: Grieg bereikt met minimale middelen een maximaal effect en dan moet je niet vocaal flink uit willen pakken. "This project was about listening to the music on our own terms", zegt de sopraan in het cd-boekje, "trying to find our Grieg sound. [..] If you do too much in a Grieg song, you can ruin it. Sometimes a simple piano chord sets all the parameters you need."

Ze zegt het zelf al, maar het is waar. Dosering is de sleutel. Dat hebben Lise Davidsen en Leif Ove Andsnes perfect begrepen. Een openbaring.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links