CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, februari 2022

Schubert - The symphonies

Nr. 1 in D, D 82 - Nr. 2 in Bes, D 125 - Nr. 3 in D, D 200 - Nr. 4 in c, D 417 (Tragische) - Nr. 5 in Bes, D 485 - Nr. 6 in C, D 589 - Nr. 8 in b, D 759 (Onvoltooide) - Nr. 9 in C, D 944

Chamber Orchestra of Europe o.l.v. Nikolaus Harnoncourt
ICA Classics 5060 (4 cd's) • 4.12' •
Live-opname: 3-10 juli 1988, Styriarte Festival, Graz

   

De opnamen in deze cd doos werden gemaakt in de zomer van 1988 maar verschenen pas onlangs op cd. Waarom men zo lang wachtte met publicatie, wordt in het boekje niet uitgelegd, maar wellicht geeft 'circumstantial evidence' een vermoeden van een verklaring. Kort voordat deze uitvoeringen ontstonden, nam het orkest namelijk de symfonieën op onder Claudio Abbado, en een paar later nam Harnoncourt dezelfde werken op met het Koninklijk Concertgebouworkest. Vergelijking van deze twee wel meteen gepubliceerde sets met de nu uitgebrachte set leert veel over de ontwikkeling van Harnoncourt.

Het tekstboekje bevat onder meer zeer korte gesprekken met voormalige orkestleden die het instuderen en uitvoeren van de werken unaniem (en meer enthousiasmerend dan informatief) beschrijven als ĎA life-changing experience'. Daarmee doelen ze waarschijnlijk (de musici geven uitsluitend superlatieven) op het minutieus instuderen van de stukken waarbij Harnoncourt grondig werkte aan de klank en frasering, iets wat later ook orkestleden van het KCO zich herinnerden en ook Harnoncourt destijds naar eigen zeggen nastreefde. Oudere uitvoeringen, gebaseerd op de editie van Brahms, waren hem te vet en te weinig transparant.

Op Spotify vinden we niet alleen de uitvoeringen van het COE onder leiding van Harnoncourt, maar ook twee Podcast-documentaires (klik hier voor deel 1 en hier voor deel 2) over de totstandkoming ervan (er komen onder meer orkestleden aan het woord). Ze prikkelen zeker de nieuwsgierigheid, zijn als informatiebron zeker geslaagd, maar doen hopelijk geen afbreuk aan de kritische zin bij het luisteren.

In de uitvoering met de Amsterdammers en met Abbado komen die Life-changing inzichten beter uit de verf. Een oorzaak is dat het in 1988 om uitvoeringen gaat met publiek (na elke symfonie klinkt applaus). Een andere is dat Harnoncourt in deze fase van zijn ontwikkeling een groot liefhebber was van onverwachte bruuske effecten met vaak dramatische effecten. Waar in repetities grondig wordt gewerkt aan details (met een kennis en een moed die de superlatieven verklaart), moet de uitvoering het hebben van nadrukkelijke energie en een grote greep op de architectuur, waardoor de verleiding toe te slaan met drastische effecten sterk toeneemt en details raken ondergesneeuwd door theatrale gebaren (de effecten zijn veel meer gepast bij de symfonieën met Beethoven die Harnoncourt met hetzelfde orkest zeer sterk uitvoerde).

Wellicht wilde Harnoncourts maatschappij de maestro postuum wat in het zonnetje zetten (onlangs verscheen ook de opname van zijn laatste concert met de Philharmonia Zürich, eveneens met werken waarvan reeds opnamen onder Harnoncourt bekend zijn, zoals Mozarts Gran Partita en Beethovens Vijfde symfonie, hier besproken). Op Spotify horen we een verklaring voor de uitgave: het veertigjarig bestaan van het orkest.

Een andere reden kan zijn dat de andere opnamen uit bovenstaande vergelijking inmiddels niet meer zo gemakkelijk verkrijgbaar zijn. De derde reden is dat Harnoncourt, weliswaar iets te demonstratief maar in de kern volkomen terecht, duidelijk maakt dat Schubert niet de verfijnde slaapwandelaar is waarvoor hij decennia werd gehouden en dat de vroege, niet zo bekende symfonieën (1, 2, 3 en 6) veel intenser en robuuster zijn en veel meer aandacht verdienen dan ze meestal krijgen. Weliswaar is dit niet de eerste complete set van Schuberts symfonieën (Karajan, Maazel, Muti en ongetwijfeld nog wat anderen gingen hem voor), maar het is wel de eerste waarin de dirigent het juiste midden zoekt tussen een mozartiaanse ingetogenheid en een brahmsiaanse volheid. Met deze uitvoeringen was hij een voorbeeld voor Mackerras (die ze helaas niet allemaal opnam), Norrington, Gardiner en Brüggen. (Haitink heeft in zijn laatste jaren veel Schubert gedirigeerd. Hopelijk is dat opgenomen en wordt dat uitgebracht.) Bovendien is de vergelijking niet helemaal eerlijk. Aanvankelijk hoorde ik uit deze doos de Negende symfonie. Ondanks de onvolmaaktheid was ik aangenaam verrast door de poging een nieuw midden te vinden dat Schubert volstrekt recht doet. Die sensatie bleef, toen ik de hele box hoorde, gelukkig recht overeind staan.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links