CD-recensie

 

© Emanuel Overbeekemaart 2019

 

Hans Rosbaud – The rarest recordings

Bartók: Sonate voor twee piano's en slagwerk ****

Berg: Drei Orchesterstücke op. 6

Elgar: Celloconcert (Pierre Fournier)*

Hindemith: Concert voor orkest** – Vioolconcert (Ivry Gitlis)

Ligeti Atmosphères

Mahler: Symfonie nr. 5 in cis*

Reger: Pianoconcert (Eduard Erdmann)*

Schönberg : Orkestvariaties - Fünf Orchesterstücke op. 16 - Ode to Napoleon Bonaparte - Pierrot Lunaire (Jeanne Héricard) - Moses und Aron**

Strauss: Macbeth - Also sprach Zarathustra

Stravinsky: Jeu de Cartes - Suites voor klein orkest nr. 1 en 2 - Agon

Webern: Sechs Orchesterstücke op. 6

Südwestfunk-Orchester Baden-Baden
*Kölner Rundfunk Orchester
**New York Philharmonic
***Koor en orkest van de Noord-Duitse Omroep Hamburg
****Hans Rosbaud en Maria Bergmann (piano), Werner Grabinger en Erich Seiler (slagwerk)
Documents 600487 (10 cd's)
Opname: 1951-1961 (Baden-Baden, Keulen, Hamburg, New York)

 

Hans Rosbaud was actief in een tijd waarin de muziek vanaf Schönberg en Stravinsky nog amper op de podia te horen was. Hoe goed hun muziek ook was, dat feit alleen was geen garantie voor bekendheid en beroemdheid. De componisten waren afhankelijk van vertolkers die hun werk begrepen en over het voetlicht wilden brengen. Met Rosbaud hadden zij een gedroomde vertolker. Hij dirigeerde de nieuwe muziek niet alleen graag en zoveel als hij kon, hij deed het ook ontzettend goed. Dat wordt steeds duidelijker naarmate de tijd verstrijkt en Rosbaud kan worden vergeleken met zijn opvolgers die het moderne repertoire propageerden. Dat Rosbaud niet alleen een meester was in de modernen, maar ook in onder meer Mozart en Mahler, is daarbij geen toeval. Hij behandelde de modernen als waren het klassieken, in meerdere opzichten. Ten eerste maakte hij het woord waar van Alban Berg dat de klassieken moeten klinken als nieuw en de modernen als vertrouwd. Volgens Otto Ketting was hij in staat om een orkest ervan te overtuigen dat de muziek van Boulez net zo toegankelijk en speelbaar is als een symfonie van Schubert. Hij plaatste Beethoven en Berg op één programma en schonk daarmee aandacht aan het moderne in Beethoven en het klassieke in Berg. Juist die dubbelheid maakt hun muziek zo spannend. Ook in zijn uitvoeringen integreerde hij verschillende stijlen. De muziek van de Tweede Weense School werd onder zijn handen muziek van de Eerste Weense School met een enorme dosis toegevoegde dramatiek, maar steeds in die hiërarchie. Webern en Berg fascineren niet door de ontsporing op de rand van het delirium zoals bij Reinbert de Leeuw en Daniel Kawka, maar door de spanning tussen twee stijlen, zoals bij Boulez en Abbado. Hoe meer die botsing aan de orde is, hoe fascinerender de uitvoeringen. Daarom zat ik opnieuw, ook als ik de uitvoeringen al kende, op het puntje van mijn stoel bij Stravinsky, de Tweede Weense School, Bartók, Ligeti en Mahler.

Bij Elgar, Hindemith en Reger hebben de kwaliteiten van de uitvoeringen een andere oorzaak. Hindemith heb ik door zijn kronkelige melodiestijl die richtingloosheid in de hand werkt altijd gezien als een moderne Reger. Rosbaud veranderde dat. Hij maakt van de muziek van Hindemith en Reger bijna een mozartiaans keurslijf waarin de uitweidingen, die voor anderen deze stukken juist diepzinnig maken, zijn verdwenen, maar waarin het keurslijf de muziek een nieuwe samenhang geeft en het geheel veel meer sturing krijgt. Hoe meer men de uitvoeringen hoort (gelukkig kende ik al vrij veel, want alles in deze box is eerder uitgebracht), hoe meer men dat keurslijf hoort, des te meer de grote lijn, die meer onderhuids dan in concrete details aanwezig is.
Rosbaud dirigeerde weinig neoclassicisten en hi deed geen poging de moderniteit acceptabel te maken door de scherpste kanten ervan af te halen dan wel door de muziek directer of goedkoper te maken. De beste manier om de kracht van muziek over te brengen was door de mate van dissonantie op te voeren ten opzichte van een ‘normaal patroon'. Vandaar dat zijn uitvoering van Schönbergs opera Moses und Aron en Stravinskys ballet twee van de hoogtepunten zijn in de box en vandaar dat bij Elgar en Hindemith een lichte saaiheid op de loer ligt.

Moderniteit wordt vaak en begrijpelijk verbonden met een nieuwe behandeling van ritme, harmonie en klankkleur. De moeite die veel mensen met hedendaagse muziek hebben, komt volgens mij niet alleen dan wel niet zozeer voort uit deze nieuwe aspecten, maar ook en misschien wel in de eerste plaats uit een nieuwe omgang met vorm. De traditionele schema's zijn door vrijwel iedereen behalve de neoclassicisten en hun nazaten overboord gezet waarvoor veel luisteraars in een compositie het spoor bijster raken, iets wat hen bij Biber, Beethoven en Brahms niet snel zal overkomen. Ook bij Rosbaud raakt men niet verdwaald. Wat hij ook dirigeerde (of op de piano speelde, zoals de Sonate van Bartók), hij hield het overzicht en liet zich niet van de wijs brengen door spectaculaire details. Het opzienbarende van zijn vertolkingen zit in de onnadrukkelijke vanzelfsprekendheid waarmee hij van het onbekende iets vertrouwds maakte. Dat de geluidskwaliteit dan niet altijd optimaal is en dat elke documentatie in deze box ontbreekt, neem ik dan op de koop toe.

Men zou verwachten dat iedereen die komt na de pioniers kan en wil leren van hun fouten, het dus beter doet en dat die pioniers na verloop van tijd, als de vooruitgang ons veel verder heeft gebracht, hooguit bekeken worden met een zekere aandoenlijkheid. Dat is half waar. Sommige moderne muziek klinkt nu beter dan zestig jaar geleden maar dat is vooral omdat de solisten en leden van ensembles de stukken vaak hebben gespeeld en er meer mee vertrouwd zijn geraakt. Het is ook waar dat veel dirigenten onder de moderne muziekspecialisten liever de dramatiek en de moderniteit dan de botsing met de traditie voorop stellen, waardoor de moderniteit afstevent richting delirium en onbestemdheid. Dat betekent ook dat Rosbaud veel meer oog had voor de continuïteit in de moderne muziek - en dat op een moment dat velen nog amper toe waren aan de moderniteit, laat staan aan het conservatieve erin. Rosbaud is soms beter dan zijn orkest(en), terwijl nu sommige dirigenten wijdlopiger en meer stuurloos zijn dan de musici. Rosbaud was een man van de oude stempel die met de moderniteit meeging (werkt dat beter dan het omgekeerde?) Zijn houding werd buiten het orkest van de Südwestfunk Baden-Baden, waarvan hij chef was, het beste begrepen door die programmeurs die hem een 'Indian Summer' gunden en waarin Beethoven en Brahms even betekenisvol waren als Berg en Boulez. Het beste is dan ook om deze box te leggen naast eerdere aan Rosbaud gewijde boxen. Hoe uitzonderlijk zijn breedte en niveau zijn blijkt als men op zoek gaat naar vergelijkbare gevallen: onder de levenden Ed Spanjaard, Maurizio Pollini en Pablo Heras-Casado, onder de bijna niet meer actieven Haitink toen hij nog chef was bij het CO, onder de doden Abbado, Bruins en Rosen. Gelukkig nemen steeds meer jonge musici een voorbeeld aan breedte op zo'n hoog niveau. Voor die musici en hun fans is deze box een geweldig voorbeeld.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links