CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, augustus 2018

 

Francis Poulenc en de wereld van Paul Éluard (boek en cd)

Poulenc: Tel jour telle nuit - Miroirs brûlants - Nocturne VII - Cinq poèmes de Paul Éluard - Nocturne IV - Main dominée par le coeur - Une chanson de porcelain - Ce doux petit visage - Mais mourir - Nocturne VIII - La fraîcheur et le feu - Nocturne I - Le travail du peintre

Jasper Schweppe (bariton), Arthur Schoonderwoerd (piano)
Toelichtingen door Maaike Koffeman, Tessel M. Bauduin en Micha Hamel
Et'cetera KTC 1585 • 61' • in samenwerking met Amsterdam University Press
Opname: juli 2017, Muziekcentrum, Eindhoven

 

Soms is de informatie over de muziek op een cd zo omvangrijk en zo interessant dat het cd-boekje daarvoor veel te klein is. Voor dat probleem bestaat een oplossing: geen boek in een cd, maar een cd in een boek. Er zijn reeds vele voorbeelden van dergelijke schitterende boeken, zoals onder andere de thematische cd-projecten van Jordi Savall. Ook de relatie tussen Francis Poulenc en de Franse dichter Paul Éluard leent zich er uitstekend voor. Poulenc had een fijne neus voor poëzie en laafde zich graag aan de gedichten van zijn land- en tijdgenoten Apollinaire, Radiguet, Desnos en Jacob. Ook oudere dichters als Pierre de Ronsard en Charles d'Orléans hadden zijn warme interesse, met grote gevolgen voor Poulencs muziek.

 
 
Paul Éluard (1895-1952)

Het alternatieve Gesamtkunstwerk
Nadat Poulenc eens een opera van Wagner integraal had beluisterd, schijnt hij te hebben gezegd: ‘dan nu ter verfrissing een sonate van Mozart'. Poulenc was inderdaad absoluut geen man van grootspraak en daarentegen juist een meester van kleine vormen, iets wat hem echter bepaald niet weerhield van duidelijke uitspraken en een stijl met een onmiskenbaar eigen karakter. Maar ondanks dat fraaie bon mot had Poulenc ook veel met Wagner gemeen. Beiden hielden van gelaagde of liever meerduidige muziek en van muziekstukken waarin meerdere kunsten samenkomen. Poulenc hield van de dubbele bodem en kon met eenvoudige mededelingen ingewikkelde en diepzinnige dingen zeggen. Zijn brede belangstelling betrof vele kunsten. Hij volgde niet alleen hartstochtelijk de dichters, maar ook beeldend kunstenaars, van wie hij vele (en niet de minste) persoonlijk kende. Hij was enerzijds bescheiden (Stravinsky vond hij een veel groter componist dan zichzelf), maar kende ook zijn plaats en betekenis: iemand die een brug wist te slaan tussen moderniteit en traditionalisme, tussen een religieuze en een seculiere stijl en tussen een meer ernstig klassiek en een meer populair chanson-achtig idioom. Weinig of geen andere twintigste-eeuwse componisten kunnen hem dat nazeggen, zeker niet op zijn niveau. Iemand met zo'n open geest is de aangewezen figuur voor dit boek. Het hoofdstuk over Éluard, geschreven door de romaniste Maaike Koffeman die ook met Schweppe de gezongen teksten in het Nederlands vertaalde, geeft een goed beeld van zijn belangrijkste ideeën, hoe die zich ontwikkelden, hoe externe factoren hem beïnvloedden en hoe hij daarop reageerde. Poulencs zevendelige liederencvclus Le travail du peintre waarin elk deel is gewijd aan een bevriend beeldend kunstenaar, is aanleiding voor kunsthistorica Tessel Bauduin voor korte portretten van de zeven heren, vooral in hun relatie tot Poulenc (te weten Picasso, Chagall, Braque, Gris, Klee, Miro, Villon; van al deze lieden had Poulenc werk in huis). Wellicht omdat bij de samenstellers van boek plus cd het helaas vaak juiste idee leeft dat muziekliefhebbers geïnteresseerd zijn in muziek en lang niet altijd zo gefascineerd door andere kunsten, is het deel over de liederen, geschreven door Micha Hamel, aanzienlijk korter, maar wel zeer to the point. Als componist weet Hamel dat uitgangspunten even belangrijk zijn als realisaties, wat als voordeel heeft dat hij goede verbindingen legt tussen idee en techniek.

 
 
Francis Poulenc (1899-1963)

De muziek
De uitstekende toelichtingen, verluchtigd met prachtige illustraties en afgedrukt in drie talen, staan op hetzelfde niveau als de uitstekende uitvoeringen. Jasper Schweppe, nu vooral actief als lid van het Nederlands Ka merkoor, begrijpt het Franse lied zeer goed (hij won er in 1999 een prijs mee), vooral de schijnbaar achteloze versmelting van ernst en humor, van het formele met het informele, het vermogen belangrijke dingen met weinig woorden te zeggen en om hoorbaar te maken waarom Poulenc zo van Mozart hield: twee klassieke componisten die tegelijk simpel, direct, krachtig, geestig en diepzinnig zijn. Schweppe en zijn pianist zijn in staat Poulencs intrigerende persoonlijke mix van moderniteit en traditie hoorbaar te maken, vandaar dat het prettig is dat Schoonderwoerd ook enkele stukken voor pianosolo uitvoert, op een wijze waarin niets is te merken van de speelmanieren die hem op eerdere cd's binden met andere vertolkers uit ‘het authentieke kamp'. Schweppe komt ook uit een kamp, namelijk dat van Souzay, Bernac en Kruysen, maar bij hem ontbreekt de nadrukkelijke hang naar gewichtigheid en theater die men soms hoort bij zijn voorgangers. Gelukkig bevat de cd naast vaste nummers als Tel jour telle nuit, de Cinq poèmes de Paul Éluard en Le travail du peintre ook nauwelijks bekende liederen die met dezelfde toewijding en overtuigingskracht worden uitgevoerd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links