CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, augustus 2022

Elizabethan Organ Music - Gustav Leonhardt

Munday: Robin FVB 15
Farnaby: Loth to Depart FVB 230 - Fantasia FVB 208
Bull: Gloria tibi trinitas FVB 44
Philips: Fantasia FVB 84
Gibbons: Fantasia MB 6 - Prelude MB 3 - Fantasia MB 8
Tomkins: A Ground MB 40
Byrd: Miserere FVB 177 - Fantasia FVB 261

Gustav Leonhardt (orgel)
Paradizo PA 0019 • 48' •
Opname, 1962, Sint-Michaëlskerk, Zwolle

   

Deze cd is om twee redenen zeer de moeite waard. De eerste wordt nadrukkelijk vermeld in het tekstboekje, de tweede is waarschijnlijk even bewust afwezig.

De cd is de eerste heruitgave van een lp die uitsluitend werd uitgebracht in Amerika begin jaren zestig in een zeer kleine oplage op een niet meer bestaand label: Cambridge Records. De oorspronkelijke opnameband ging verloren, maar sommige van de weinige bewaard gebleven lp's waren in dermate goede staat dat een uitstekend klinkende cd kon worden geproduceerd. Acht van de elf werken heeft Leonhardt later niet opnieuw opgenomen (van de overige drie speelde hij er twee later niet op orgel maar op klavecimbel) en de opnamen op deze cd maken dan ook geen deel uit van de Leonhardt-edities die de laatste vijftien jaar zijn verschenen.

Ook om een andere reden is deze heruitgave van belang. Gustav Leonhardt, algemeen bekend als boegbeeld van de historische uitvoeringspraktijk en de superieure belichamer van een spel waarin subtiel gestuurde tempovrijheden en verrassingen in dynamiek essentieel zijn (een artikel over hem kreeg zelfs als titel ‘de goeroe van de barokmuziek'), was niet zijn hele leven de belichamer van de speeltrant die in Nederland in de jaren zeventig de dominante trend werd. Hij begon, wat velen niet weten en waarover Leonhardt later vrijwel nooit sprak, in een speelstijl met een duidelijke, om niet te zeggen soms zeer strakke puls waarin de subtiele wendingen geen afbreuk deden aan het zicht op de lange lijn. Zijn repertoire was weliswaar van meet af aan opmerkelijk voor die tijd (op zijn eerste platen van voor 1955 speelde hij onder meer de Kunst der Fuge en de Goldberg-variaties, destijds weinig gespeeld), maar zijn spel was grotendeels conventioneel. Vandaar dat hij even goed kon samenwerken met ‘een gewone fluitist' als Hubert Barwahser, de solofluitist van het Concertgebouworkest met wie Leonhardt een sonate van Bach opnam, en met de jonge Nikolaus Harnoncourt met wie hij Pièces de clavecin en concerts van Rameau vastlegde. Ten tijde van zijn tweede opname van de Goldberg-variaties in 1965 was Leonhardt een overtuigd verkondiger van de nieuwe boodschap.

De nu uitgebrachte cd met Elisabethaanse orgelmuziek hoort tot de overgangstijd. In de details, met name in de wat snellere stukken, hoort men met de kennis van zijn latere spel de speelse afwisseling van staccato en legato als een voorbode van dat latere spel. In zijn gevoel voor puls is hij daarentegen zijn eerste speelstijl trouw, wellicht ook omdat hij besefte dat de grillige puls en het trekkerige rubato en ritenuto die vanaf medio jaren zestig zijn handelsmerk zouden zijn, op een orgel veel minder tot hun recht komen dan op een klavecimbel. Het tekstboekje prijst terecht Leonhardts inzet voor het orgel, maar verzwijgt hoe relatief zuinig Leonhardt in de opnamen op deze cd vaak was met registreren. Van de mogelijkheid door middel van veranderingen van registratie de structuur te articuleren, maakt hij relatief weinig gebruik, alsof hij geen orgel maar klavecimbel speelt. Die toenmalige houding van Leonhardt kan verklaren waarom hij zich na de opname van dit Engelse repertoire uit de Renaissance vooral toelegde op klavecimbelmuziek uit de Barok, ook omdat daarin een veel grotere vrijheid in tempo en dynamiek mogelijk bleek. Leonhardts eigenzinnige vrijheden realiseren op een orgel wekt meer verbazing dan die realiseren op een klavecimbel.

Ook al was ik gespitst op sporen van Leonhardts ontwikkeling, van meet af aan hoorde ik prachtige muziek schitterend uitgevoerd. Daarom las ik met genoegen in het tekstboekje dat Leonhardt in dezelfde periode voor hetzelfde kleine Amerikaanse label nog twee platen maakte: één met Sweelinck en één met Froberger, beide op orgel en klavecimbel. Mijn exemplaar van Sweelinck bevat helaas teveel ongerechtigheden om voor overzetting benut te kunnen worden (Froberger ken ik niet), maar de uitvoeringen zijn fantastisch. Ook die twee oude platen zie ik graag op cd verschijnen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links