CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, januari 2024

Herman Krebbers Edition

Klik hier voor het inhoudsoverzicht

Decca Eloquence 484 4651 (15 cd's)
Opname: 1951-1979

 

Herman Krebbers (1923-2018) was een van Nederlands grootste violisten met een carrière die bijna vijftig jaar duurde en hem ook naar het buitenland bracht. Niettemin is zijn discografische erfenis vrij gering. Een oorzaak is dat hij vooral actief was als concertmeester, na de oorlog eerst bij het Residentie Orkest en vervolgens bij het Concertgebouworkest. En alsof dat nog niet tijdrovend genoeg was, gaf hij jarenlang les op het Amsterdams conservatorium en hij speelde hij in een pianotrio met pianiste Daniëlle Dechenne en cellist Jean Decroos. Een tweede reden is dat hij naam maakte in een periode dat de platenindustrie in Nederland nog relatief weinig klassieke muziek vastlegde. En toen het economisch tij voor Krebbers en andere musici vanaf de jaren vijftig geleidelijk aan beter werd, kozen de grote labels bij voorkeur voor platen met het gecanoniseerde repertoire, het liefst uitgevoerd door grote namen. Dat sloot aan bij een uitspraak over Herman Krebbers, ooit gedaan door zijn leerlinge Emmy Verhey, die vertelde dat Krebbers vond dat zijn leerlingen moesten worden voorbereid op het grote podium door hen vooral de beroemde concerten te laten instuderen. Die concerten vormden ook het repertoire dat Krebbers vaak speelde op concerten en dat in deze box zeer prominent aanwezig is. Met deze box heeft u niet alle maar wel de meeste oude lp's in verdoeking. In de jaren zestig maakte hij voor het label Artone opnamen met het Amsterdams Kamerorkest onder Andre Rieu sr. met barok en klassiek repertoire. Die opnamen tonen de musicus ten voeten uit: Krebbers kwam solide uit de pre-authentieke uitvoeringspraktijk.

Die houding spreekt ook uit de opnamen in deze box. Verrassend is dat niet: zoals latere 'authentieke' musici na verloop van tijd Mozart en Beethoven benaderden vanuit Bach en Händel, zo behandelden Krebbers en generatiegenoten Bach en Händel zoals zij met Bruch en Brahms omgingen. Krebbers houdt van een grote toon, hecht aan precisie in het ritme en een duidelijke frasering, zoekt de expressie meer in intensiteit dan intimiteit en kiest eerder voor robuustheid en kracht dan in vriendelijkheid en gemoedelijkheid. In zijn jonge jaren (in deze box, dus begin jaren vijftig) was hij hierin strenger en vasthoudender dan in de jaren zestig en zeker dan in de jaren zeventig. Wellicht werd hij hierin beïnvloed door de dirigenten met wie hij opnam: bij het Residentie Orkest Willem van Otterloo en daarna bij Concertgebouworkest Bernhard Haitink. Het verschil tussen de opnamen bevestigt een bericht uit de biografie van Willem van Otterloo geschreven door Niek Nelissen waarin een Engels orkestlid vertelt over zijn ervaringen met beide dirigenten Bij Van Otterloo was de generale een en al maximale precisie en de uitvoering net als de generale, bij Haitink was de generale net zo maar de uitvoering met de vrijheid die de dirigent de musici gunde en waar de beste musici superieur mee konden en wilden omgaan. Uitstekend vergelijkingsmateriaal bieden de twee opnamen van Beethovens Vioolconcert. Enigszins ook vergelijkbaar zijn de opnamen van de concerten van Bruch en Brahms. Die laatste twee nam hij ook op met orkesten onder de absolute top (Frysk Orkest, het Brabants Orkest en het Amsterdams Philharmonisch Orkest): Krebbers neemt het orkest mee in zijn aanpak, terwijl in de concerten die hij alleen opnam met Van Otterloo (Bach, Badings, Svendsen, Viotti en Vieuxtemps) dirigent en solist uit hetzelfde hout en van hetzelfde kaliber zijn. Daarentegen, als het Concertgebouworkest werkt met gastdirigenten (Jochum, Bernstein, Kondrashin), dan koestert hij de ruimte die Haitink hem bood. De verandering is ook zichtbaar in ander repertoire. De 44 duo's van Bartók, opgenomen in 1954 met Theo Olof, klinken als de concerten van Bach en Paganini, de kamermuziek van Mozart, vastgelegd in 1977 en de concerten van Mozart, opgenomen in 1975, klinken veel relaxter. Dat die laatste speelwijze niet gebonden is aan kamermuziek, maar ook prachtige resultaten oplevert in orkestmuziek, tonen de orkestwerken van Richard Strauss.

Bij de oudste opnamen moest ik even wennen aan de verbeten, ietwat verkrampte speelwijze, terwijl ik zeer genoot van het meer ontspannen spel in de kamermuziek van Mozart. De tweede ervaring was dat de kwaliteit de gevoelens over speelwijze naar het tweede plan drukte. Krebbers' repertoire was veel breder dan deze cd-box aangeeft. Naast de genoemde platen van Artone zijn er vele opnamen in het omroeparchief waarvan de radio ooit een boeiende selectie uitzond. Misschien was Krebbers in zijn repertoire minder avontuurlijk dan Olof die veel hedendaagse muziek speelde. Hij was in ieder geval, behalve dan uiteraard in zijn werk als pedagoog, geen man die inzichten verkondigde over de muziek die hij speelde, maar de box demonstreert dat hij die geweldig begreep en schitterend uitvoerde.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links