CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, december 2021

The complete Wilhelm Furtwängler on record

Bach: Brandenburgs Concert nr. 3 in G, BWV 1048 (1) - Matthäus-Passion (4) - Ouverture nr. 3 in D, BWV 1068: Air (1)

Bartók: Vioolconcert nr. 2 (2)

Beethoven: Ouverture Coriolan (4) - Ouverture Egmont (1) Ouverture Fidelio (4) - Ouverture Leonore nr. 2 (1) - Pianoconcert nr. 5 in Es, op. 73 (2) - Romance nr. 1 in G, op. 40 (4) - Romance nr. 2 in F, op. 50 (4) - Strijkkwartet nr. 13 op. 130: Cavatina (1) - Symfonie nr. 1 in C, op. 21 (4) - nr. 3 in Es, op. 55 (4) - nr. 4 in Bes, op. 60 (4) - nr. 5 in c, op. 67 (1, 4) - nr. 6 in F, op. 68 (1) - nr. 7 in A, op. 92 (4) - nr. 9 in d, op. 125 (1, 6 - Vioolconcert in D, op. 61 (2, 5)

Berlioz: La damnation de Faust: Marche hongroise (1, 4)

Brahms: Haydn-variaties (4) - Hongaarse dansen nrs. 1, 10 (1), 1, 3 en 10 (4) - Symfonie nr. 1 in c, op. 68 (4) - nr. 2 in D, op. 73 (3) - Vioolconcert in D, op. 77 (4)

Bruckner: Symfonie nr. 7 in E: Adagio (1)

Cherubini: Ouverture Anacreon (4)

Dvorák: Slavische dans op. 46 nr. 3 (1)

Franck: Symfonie in d (4)

Furtwängler: Symfonie nr. 2 (1) - Symfonisch concert (1)

Gluck: Ouverture Alceste (1, 4) - Ouverture Iphigénie en Aulide: ouverture (4)

Haydn: Symfonie nr. 88 in G (1) - nr. 94 in G (4)

Liszt: Les Préludes (4)

Mahler: Lieder eines fahrenden Gesellen (2)

Mendelssohn: Ouverture Die Hebriden (1, 4) - Ouverture Ein Sommernachtstraum (1) - Vioolconcert in e, op. 64 (1)

Mozart: Eine kleine Nachtmusik (1, 4) - Ouverture Die Entführung aus dem Serail (1) - Ouverture Le Nozze di Figaro (1) - Die Zauberflöte: twee aria's (4) - Symfonie nr. 40 in g, KV 550 (4)

Nicolai: Ouverture Die lustigen Weiber von Windsor (4)

Rossini: Ouverture La gazza ladra (1)

Schubert: Rosamunde (sel.) (1, 4) - Symfonie nr. 9 in C, D 944 (1)

Schumann: Ouvertue Manfred op. 115 (4) - Symfonie nr. 4 in d, op. 120 (1)

Smetana: Ma vlast (4)

(Joh.) Strauss II: Ouverture Die Fledermaus (1) - Kaiser-Walzer (4) - Pizzicato-Polka (4)

(R.) Strauss: Don Juan (4) - Till Eulenspiegel (1, 4) - Tod und Verklärung (4)

Tsjaikovski: Serenade in C, op. 48 (sel.) (4) - Symfonie nr. 4 in f, op. 36 (4) nr. 6 in b, op. 74 (1)

Wagner: Ouverture Der fliegende Holländer (4) - Die Meistersinger von Nürnberg: Akte 1 Prélude (4) - Akte 3 Dans van de leerlingen (4) - Die Walküre: compleet (4), Acte III (3), Walkürenrit (4) - Götterdämmerung: Siegfrieds Trauermarsch (1, 4), delen (2, 3, 4), slotscène (2) - Lohengrin: Akte 1 Prélude (1, 4, 5) - Parsifal: Akte 1 Prélude, Akte 3 Prélude (1) - Siegfried-Idyll (4) - Ouverture Tannhäuser (34) - Tristan und Isolde: compleet (2), Isoldes Liebestod (1)

Weber: Aufforderung zum Tanz (1) - Der Freischütz: Akte 1 ouverture (1, 4), Akte 3 Prélude (1) - Ouverture Euryanthe (4) - Ouverture Oberon (4)

Wilhelm Furtwängler dirigeert:
(1) Berliner Philharmoniker
(2) Philharmonia Orchestra
(3) London Philharmonic Orchestra
(4) Wiener Philharmoniker
(5) Luzern Festival Orkest
(6) Orchester der Bayreuther Festspiele

Warner 0190295232405 (55 cd's)
Opname: 1926-1954 (Berlijn, Wenen, Luzern, Bayreuth, Londen)

 

Cd-boxen zijn in. Het fenomeen is inmiddels zozeer geworteld dat er ook boxen gewijd zijn aan musici die alleen de specialisten kennen dan wel nog in leven en actief zijn. Ze hebben het voordeel dat lang vervlogen opnamen opnieuw verkrijgbaar zijn, maar het nadeel dat, nu er een box is, alle ‘losse' opnamen van deze musicus uit de handel raken of alleen beschikbaar zijn als download. De fans die hun collecties willen complementeren zijn nu zowat verplicht de box te kopen. Niet elke liefhebber heeft groot geld en wie het wel heeft moet er snel bij zijn want boxen als deze zijn vaak maar korte tijd leverbaar.

Die regel zal bij Wilhelm Furtwängler (1886-1954) niet helemaal opgaan. Ook al is het al bijna 70 jaar na zijn dood, zijn prestaties als dirigent hebben de tand tijds glansrijk doorstaan; zelfs de voortgaande discussie over zijn rol in het Derde Rijk heeft daar niets aan veranderd. Omdat hij al zo lang zo groots in beeld is, bevat de box veel bekends dat al vele malen is heruitgebracht, zoals de Negende van Beethoven uit Bayreuth (1951) met onder meer Elisabeth Schwarzkopf, de vioolconcerten van Beethoven, Brahms, Mendelssohn en Bartók met Yehudi Menuhin, Tristan und Isolde met Kirsten Flagstad en Ludwig Suthaus, de Lieder eines fahrenden Gesellen met de jonge Fischer-Dieskau, Bachs Matthäus-Passion met o.a. Dermota, Fischer-Dieskau, Grümmer en Edelmann, vrijwel alle symfonieën van Beethoven en Fidelio met Mödl, Windgassen, Frick en Schock. Ondanks de omvang is dit niet de enige box gewijd aan Furtwängler (er zijn ook boxen op Decca en DG) – en daarnaast zijn er talloze live-opnamen, onder andere met stukken die hij niet in ‘de studio' heeft opgenomen, zoals diverse symfonieën van Bruckner, de complete naoorlogse Ring des Nibelungen, Meistersinger von Nürnberg, Der Freischütz, Don Giovanni en Die Zauberflöte, de Vier letzte Lieder van Strauss (Furtwängler dirigeerde de wereldpremière) en gastoptredens bij onder meer het Concertgebouworkest (hij was chef-dirigent van de Berliner Philharmoniker en vaak te gast in Wenen, Luzern en Londen).

Ondanks het vele vertrouwde is de box een enorme aanwinst, om allerlei redenen. Ten eerste omdat veel, met name vooroorlogse opnamen nu weer beschikbaar zijn. De inhoud van de box bevestigt opnieuw hoe provinciaal het muziekleven in veel landen vóór 1945 was. Duitse muziek was weliswaar nog veel over de grens te horen, maar Franse muziek klonk zelden buiten La France, Nederlandse muziek zelden buiten de polder, Engelse muziek zelden buiten het eiland, Russische muziek amper ten westen van de Poolse grens. En als Fransen Duitse muziek uitvoerden, dan op Franse wijze. Slechts enkele Duitse musici konden goed Franse muziek spelen. De bekendste Rus buiten Rusland (Tsjaikovski) deed het in het Westen goed vanwege zijn vaak westerse gevoel voor drama, bijvoorbeeld in zijn Vierde en Zesde Symfonie, die Furtwängler beide opnam (de Zesde in 1938 met de Berliner Philharmoniker, de Vierde in 1951 met de Weners).

Ten tweede omdat het opgenomen repertoire illustratief is voor het toenmalige beleid van veel platenmaatschappijen: in overgrote meerderheid het gecanoniseerde repertoire in superieure uitvoeringen. De invloed van de commercie uit zich niet alleen in een voorliefde voor relatief korte stukken of langere stukken die men in fragmenten kon opnemen, zeer begrijpelijk in het 78-toerentijdperk, maar ook voor werken die of romantisch zijn of zich lenen voor romantisering. De benadering van Bach, Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert en Brahms was daarmee niet alleen beperkt, maar ook selectief. Daarom zijn bij Furtwängler en vele anderen hun concertprogramma's, waar commercieel gesproken een ruimer aanbod mogelijk was en de opnamen hiervan een wezenlijke aanvulling op het imago van dirigenten dat vaak vooral is gebaseerd op hun plaatopnamen (een recent voorbeeld is Haitink als Mahler- en Bruckner-dirigent).

Ten derde omdat de betere verdoeking het beeld van Furtwänglers directie verandert. Wat blijft is de dirigent als meester van de flexibele puls die in met name lange werken een ijzeren greep op de architectuur ten toon spreidde. Furtwängler was een dirigent uit de school van Wagner die pleitte voor een puls die niet mechanisch en metronomisch is maar wel zeer sterk en voelbaar. Goed hoorbaar dankzij de nieuwe verdoeking en de betere klank is dat Furtwängler de klank vaak inzet om de structuur te articuleren. Daarbij wist hij zeer goed welke stukken en welke passages zich meer en welke zich minder lenen voor deze aanpak. Het meest speelt dit bij Weber, Schubert, Brahms en vooral Wagner. In deze categorie horen voor mij de hoogtepunten van de box die ik nog niet kende: symfonieën van Schubert en Schumann (Furtwängler dirigeert conform de toenmalige mores van Schubert alleen de Onvoltooide en de 'Grote' in C), Brahms (met name de symfonieën) en vooral de delen uit de Ring des Nibelungen, uitgevoerd in Londen in 1937, mede dankzij solisten als Kirsten Flagstad en Lauritz Melchior. Deze uitvoering heeft een energie die helaas in een enkele naoorlogse uitvoering ietwat ontbreekt (van de 54 cd's met muziek zijn er 13 opgenomen vóór en tijdens de oorlog), maar die weer volop aanwezig is in zijn laatste studio-opname van Die Walküre, gemaakt twee maanden voor zijn dood in Wenen en een vaan de langste werken vertegenwoordigd in de box (Fidelio, Matthäus-Passion en Tristan und Isolde). Wagner was niet alleen Furtwänglers voorbeeld bij het dirigeren, de dramatiek van de Ring legde hij ook in muziek van andere componisten, bijvoorbeeld in de Matthäus-Passion. Zijn eigen composities in de box zijn geen meesterwerken maar wel leerzame aanvullingen: in concept overduidelijk geënt op Wagner en Bruckner.

De opera's van Wagner en Beethoven plus de vocale werken van Wagner, Mahler, Bach en Beethoven (als het gaat om het aantal titels zijn de werken met solist, zeker vocale solisten, in de box ver in de minderheid) geven aan hoezeer Furtwängler uit was op tekstexpressie door zeer betekenisvolle woorden extra te articuleren. Hij was geen man voor de abstracte structuren van de Nieuwe Zakelijkheid, al had hij de structuren haarfijn door. Dat hij niettemin beïnvloed was door deze nieuwe tendens, tonen de opnamen van serenades van Mozart. In de Gran Partita voor blazers doet hij geen poging de klank te romantiseren, maar in Eine kleine Nachtmusik voor strijkers grijpt hij zijn kans, alsof hij de Serenade van Tsjaikovski dirigeert. En over solisten gesproken: hij werkte alleen met de allergrootsten: Erna Berger in Beethovens Negende Symfonie, Edwin Fischer in Beethovens Vijfde Pianoconcert, Wilma Lipp in aria's uit Die Zauberflöte. Furtwängler was een goed begeleider, maar integreerde de solostem bij voorkeur in een symfonisch en dramatisch bad, net als in zijn opnamen van lange dramatische werken.

De box relativeert ook het bij Furtwängler veelgemaakte onderscheid tussen zijn opnamen met en zonder publiek. Het verschil tussen de complete Walküre (zonder) en de incomplete Ring (met publiek) is kleiner dan verwacht. Ook de symfonieën van Beethoven (waarvan hij er diverse meerdere malen opnam) en Brahms hebben de geladenheid van een concert, wellicht ook omdat de mogelijkheid tot eindeloos knippen en monteren destijds of nog niet bestond of veel minder was ontwikkeld dan nu. Slechts in een enkel geval luisterde ik meer uit documentatie dan uit liefde (de beste uitvoering van de Symfonie in d van César Franck blijft voor mij die van Pierre Monteux). Elke opname klinkt als een existentieel moment, spelen was voor hem nooit 'Spielerei'.

Tenslotte bevat deze box ook enkele noviteiten: een handvol opnamen, niet eerder uitgebracht (bij elkaar één cd), repetitiefragmenten, alternatieve takes (de vroegste dateren van 1947) plus mondelinge getuigenverklaringen (alleen al als documentaire zeer de moeite waard).

Furtwängler was in veel opzichten een kind van zijn tijd en de box is een geweldig tijdsdocument. Maar deze zou nooit zijn verschenen als we bij het luisteren niet alle contextuele overwegingen konden vergeten en niet domweg konden genieten van superieur musiceren. Als deze box niet meer leverbaar is, komt er vast ooit een heruitgave, al zou ik daar niet op wachten.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links